Toen, op 12 april 1960: diamanten bruiloft in Rheezerveen.

Winkels te Rheezerveen

Op de door ds. E.J. Loor gemaakte kleurendia is het echtpaar te zien, leunend tegen de voorgevel van hun bescheiden huisje op ‘het veen’. Enkele maanden later, in februari 1961, overleed Jan Winkels op 88-jarige leeftijd.

Op 12 april 1960 vierden Jan Winkels en Willemina Roelofs dat ze zestig jaar daarvoor, op 12 april 1900, in het huwelijksbootje waren gestapt. Het Salland’s Volksblad schreef over hen:

“Ruim 400 meter van de weg die zich slingert door het wijde landschap van de buurtschap Rheezerveen, staat de eenvoudige woning van de fam. Winkels-Roelofs. Zij staat er temidden van opgaand geboomte zoals vogelkers, berken en enkele sparren. Men kan er niet komen dan via een hobbelige zandweg met diepe kuilen en plassen. Binnen in de woonkamer heeft het echtpaar het royale uitzicht over de Rheezerveense landerijen, waarop de boeren bezig zijn met aardappelpoten. Met een kennersblik gluurt de oude Winkels door de ramen en zegt in zichzelf gekeerd: ‘Dat was vroeger anders, toen werden ze met de schop en hak gepoot’. Weemoedig kijkt hij door de kleine ramen waarvan het uitzicht af en toe belemmerd wordt door een op en neer wiegende tak. Ze zijn gaarne tot praten bereid. Hun leven heeft zich gekenmerkt door hard werken en vroeg opstaan. Een sober bestaan in de venen.

Met hun zwaar verdiende geld kochten zij ’n boerderijtje in Rheezerveen. Voordien woonden zij enige tijd in de gemeente Avereest aan het Ommerkanaal. Jan Winkels, zo wordt hij in de dagelijkse omgang genoemd, werd in Dedemsvaart geboren op 11 oktober 1872. De bruid aanschouwde het levenslicht op 21 januari 1877 te Rheezerveen. Te voet aanvaardden zij de tocht naar het gemeentehuis in Ommen, alwaar zij in de echt werden verbonden. Ongeveer 15km van hun woonplaats verwijderd. Iedere week fietst hij nog naar Hardenberg. Uit hun huwelijk zijn 5 kinderen geboren: twee jongens en een meisje zijn nog in leven. Veel ziekte hebben deze krasse echtgenoten niet meegemaakt, al zijn hun de stormen van het leven niet onopgemerkt voorbij gegaan. Dankbaar zijn ze echter voor hun hoge ouderdom. Ze konden dinsdag 12 april op een dankbare en rijk gezegende dag terug zien.”


Toen, op 25 maart 1960: het gouden bruidspaar op erve Beenen.

Het Noord-Oosten van 25 maart 1960 meldde:
“In hoeve Beenen op de Hanekamp vindt ieder een gul onthaal. In Radewijk zegt men het net anders dan in veel gebieden van Nederland. Daar verandert het huis naar de naam van de nieuwe eigenaar, maar in Radewijk houdt men het maar liefst bij het oude. De hoeve van het gouden bruidspaar Roelofs-Snoeijink draagt nog altijd de naam Beenen en ze zal die wel blijven dragen ook. Daar heeft men wel vrede mee, zolang de goede stijl in die hoeve maar niet verstoord wordt. Er is daar in dat huis die echte, gezellige inslag van de Radewijkers te vinden. En de stal staat tjokvol met beste koebeesten en alles daar in en om het huis getuigt van noeste vlijt en beheerste vooruitstrevendheid.

Wanneer Wolter Wassen zijn zwerftochten door Radewijk maakte, dan moest hij op koude winteravonden wel eens een onderkomen hebben. Maar dan trok hij altijd naar ‘Beenen op de Hanekamp’. Daar maakten ze dan een goed legertje voor hem klaar op de deel, maar wanneer het zo ’s winters erg koud was, dan kwam Jennegien ’s avonds ook nog wel even met een warme kruik. De man mocht het toch niet koud hebben. ‘En later ging Wolter ook naar de kerk’, vertelde de buurman er bij, alsof hij zeggen wilde dat een echt christelijk voorbeeld vaak beter is dan heel veel mooie woorden.

‘Daor mag ie nooit weer over praoten!’ Dat moet Roelofs eens een keer gezegd hebben tegen Runhaar, wiens huis verbrandde. Onvoorzichtigheid van een huisgenoot was de vermoedelijke oorzaak dat Runhaars huis totaal afbrandde. En toen ze daar met de handen in het haar stonden, toen kwam Roelofs met wagen en paard voorrijden. ‘Gaot maar met ons met. In ’t bakhoes kuj best wezen’. Ze hebben het daar heerlijk gehad. Maar toen het nieuwe huis klaar was, toen stond Runhaar erop om in elk geval de kosten van het verblijf te vergoeden. ‘Daor mag ie nooit weer over praoten. Wi’j mut mekare toch helpen…’

Frederik Roelofs was op 13 december 1884 geboren in Anerveen, maar vertrok daarna al spoedig met zijn ouders naar Radewijk, die daar een gemengd landbouwbedrijf gingen uitoefenen. Jennigje Snoeijink (Jennegien van Kling’n-Ep) is op 9 december 1889 geboren in Radewijk, als dochter van een landbouwer. Hun huwelijk werd voltrokken op 24 maart 1910 in het gemeentehuis te Heemse. Het echtpaar zou in 1970 ook nog het diamanten huwelijksfeest vieren. Beiden genoten toen nog van een goede gezondheid. Frederik overleed in 1971. Zijn weduwe in 1979, op 88-jarige leeftijd.

Hoewel de familienaam ‘Roelofs’ was (en nog is), werd de erfnaam ‘Beenen’ gebruikt. Deze naam was afkomstig van Frederiks moeder en Frederiks stiefvader: Berendina Beenen en Egbert Beenen. Het erve Beenen is nu geadresseerd aan de Hanekampsdijk 1 in Radewijk.


Toen, op 19 maart 2016: Palmpasenstokken sinds de vijftiger jaren.

Vanmiddag om half drie begint de optocht vanaf het LOC. Decennia geleden was het lopen met een palmpaastak al traditie in Hardenberg. Vandaar dat we vandaag een serie foto’s laten zien uit verschillende tijdvakken. Het merendeel is uit de jaren ’50 en ’60 en afkomstig uit de collectie van ds. E.J. Loor.

In 1969 meldde Het Noord-Oosten:
“Maar bij het nagaan van de verschillende palmpasens trof ons het verschil van uitgangspunt. De palmstokken van Hardenberg zijn heel anders dan die van Gramsbergen en in Almelo maakt men ze weer heel anders. Toen we probeerden wat meer inzicht over het uitgangspunt van de palmstokken te vinden, kwamen we weinig verder. Dan is er sprake van palmboompjes, versierd met linten en gekleurd papier en behangen met verschillende lekkernijen.

In Gramsbergen heeft men echter een stok met kruis en slingers en dat geheel is van binnen geheel opgevuld met palm en lekkers. Men heeft daar voor de kleintjes tot bijv. 8 jaar een ‘strampel’, een in tweeën uitlopende stok. De groteren tot bijv. 10 jaar krijgen daar een dwarsstok opgespijkerd, maar voor de nog groteren geldt dan de enorme opmaak, die afgedekt wordt door een grote ronde krakeling, die in haar oorsprong wel eens iets te maken kan hebben gehad met het zonnerad.

In Hardenberg maakt men mooie stokken in allerlei variaties. Uitgangspunt is daar meer de maagdelijke palm te benutten met bloemknopjes. Het wordt steeds moeilijker om in ’t bezit daarvan te komen.

Het lijkt er overigens wel op, dat al deze paasgebruiken een heidense oorsprong hebben, waarbij in dit geval de palm klaarblijkelijk wijst op ’t grote gebeuren van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Is er dat uitsluitend aan toegevoegd? Wij denken het wel.

Het zonnerad, dat als een grote krakeling in Gramsbergen wordt gebruikt, wijst echter op de doorbrekende zon. Het donker van de winter verdwijnt en de zon breekt door. Die gedachte spreekt ook in de paasvuren, waaromheen en waardoor de jongens en meisjes bij de afnemende gloed dansten. Ze strooiden daarna de as van het vuur uit over de velden als symbool van de vruchtbaarheid.

Opmerkelijk is ook dat men in Gramsbergen spreekt van gansjes op de stokken. Dat kwamen we nog nergens anders tegen. In Hardenberg en andere dorpen heeft men het ‘haantien op een stokkien’. Zo meteen gaan we ons ‘zat eieren eten’, maar dat is in haar oorsprong weer ontleend aan het eieren zoeken.

Nu echter blijkt, dat vrijwel uitsluitend in bepaalde dorpen van Overijssel en Drenthe het gebruik van palmpasens in ere wordt gehouden, lijkt het ons van veel belang om dit voor de toekomst tot een omvangrijker folkloristisch gebeuren op te voeren.
Bij de palmpaasoptocht in Hardenberg was het prettig ook nu weer een 12-tal deelnemers van het gezinsoord ‘De Molengoot’ in de kring te hebben.”


Toen, op 25 juni 1959: feest in Radewijk.

Feest in Radewijk

De 25ste juni 1959 was een vreugdevolle dag in de geschiedenis van de buurtschap Radewijk.
Heel Radewijk vierde die dag feest. Twee keurig uitgedoste herauten riepen de bevolking van Radewijk op tot een feestvreugde zoals men er in tijden niet had meegemaakt. Klaroenstoten van het tweetal wekten om vier uur `s morgens de landbouwende mensen die zich moesten reppen om hun vee zo tijdig mogelijk verzorgd te krijgen, zodat iedereen mee kon gaan naar het feest. Alle ellende die men tot voor kort in de buurtschap had gekend door de slechte staat van de landwegen, lag nog vers in het geheugen. Onbeschrijfelijke toestanden hebben geheerst in de uithoek van deze provincie, in de onmiddellijke nabijheid van de grens. Treffend waren de woorden van dierenarts J. Siebenga die op deze middag de volgende uitspraak deed: ‘Als er ooit iemand in aanmerking zou moeten komen voor een ridderorde, dan was het wel de landbouwer Wolbink die zo velen met zijn tractor uit de moeilijkheden heeft gehaald’.

Feest in Radewijk

Burgemeester De Goede vermeldde in zijn speech een aantal interessante gegevens over de nieuwe wegen. Zo werd er in totaal 18 miljoen kilo grondstof verwerkt, terwijl het project alleen al binnen de gemeentegrenzen van Hardenberg driekwart miljoen gulden kostte. In de buurtschap Radewijk veranderde maar liefst veertien kilometer zandweg in glad asfalt. Bij de met vlaggen versierde molen van Ter Voorde werd de plechtige opening voltrokken. De bejaarde weduwe Drenthen, gekleed in echt oude Saksische klederdracht, bood de burgemeestersvrouw een schaar aan, waarmee deze het witte lint doorknipte. Even tevoren had het muziekkorps Excelsior uit Bruchterveld het Wilhelmus geblazen en zongen de schoolkinderen met ijle stemmetjes in de zomerwind het mooie volkslied van Radewijk. Mevrouw De Goede kreeg voor haar officiële handeling een boeket bloemen aangereikt door de kleine Gerda Veneman. Het was een lange, lange tocht van bijna dertig versierde wagens, op weg naar het aangrenzende Den Velde. De burgemeestersfamilies van Hardenberg en Gramsbergen voorop.

Feest in Radewijk

Terecht had men dit geheel in het Saksische landschap passend gehouden door de beste paarden uit de Radewijker stallen voor de wagens te spannen. Ze trokken hun fleurige optocht met frisse moed over de harde wegen, maar het feestcomité had het reisplan wel zo vastgesteld dat ook enkele zandhindernissen moesten worden genomen, waarmee werd duidelijk gemaakt dat nog niet alles in kannen en kruiken was op het punt van de verharding. Met al die feestvierenden zetelden op éénn der eerste wagens zichtbaar verheugd de heer en mevrouw Van der Meer. Na veertigjarige strijd tegen de modder een resultaat te mogen meemaken, was ook een reden om echt blij te zijn. In die stemming aanvaardde het tweetal met voldoening de juichstem van een der feestvierders: Het bruidspaar van Radewijk. Het was een hoogtijdag voor beiden. Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe wegen te Radewijk en Den Velde werd de tweede dag van de feestelijkheden besloten met een volksfeest, waarvoor zowel van Hollandse als van Duitse zijde zeer grote belangstelling bestond. Eindelijk was men verlost van de zeer slechte wegen!

Feest in Radewijk

Bovenstaand verhaal is overgenomen uit het Sallands Volksblad van 29 juni 1959.

Feest in Radewijk
Feest in Radewijk