Categorie Oprichting | Stichting

Toen, op 15 augustus…

Precies een eeuw geleden, op 15 augustus 1922, werd door burgemeester Schuite een oproep in de krant geplaatst voor de oprichting van een afdeling vrijwillige brandweer te stad Hardenberg. Zij die lid wensten te worden, konden zich voor 26 augustus opgeven bij de brandmeesters Egbert Hamhuis in de Fortuinstraat, Hendrik Willem Zweers in de Achterstraat en Jan Grooters in de Voorstraat…

Uiteindelijk werd het jaar erna de Vereeniging Vrijwillig Brandweerkorps te Stad Hardenberg opgericht. Het reglement ervan is bewaard gebleven. Daaruit maken we op dat het doel van de vereniging was:
* het verlenen van hulp bij brand
* het houden van oefening met brandblusch- en reddingsmiddelen
* het bestudeeren van het brandwezen in het algemeen, ten einde te geraken tot een zoveel mogelijk volmaakte inrichting der brandweer in de gemeente Stad Hardenberg.

Het bestuur werd gevormd door een voorzitter, secretaris en een penningmeester en twee leden. De voorzitter had de functie van opperbrandmeester en had zowel bij brand als bij oefening de leiding. De leden waren allen vrijwillige brandweerlieden en bekleedden de functies van brandmeesters, slangvoerders, spuitgasten en laddergasten…

(Bron: Tot straks… uit de geschiedenis van de brandweer van Hardenberg, Bergentheim en Slagharen, door K. Oosterkamp)


Toen, op 6 maart…

Op 6 maart 1891 vond de oprichtingsvergadering plaats van het Ziekenfonds ‘Helpt Elkander’ te De Krim. Twee van de initiatiefnemers waren de heren Geele Edzes Tuik (1862-1948) en Albertus Bunskoeke (1869-1952).

Na de oorlog ging het ziekenfonds verder als spaarfonds. Tijdens de 57e jaarvergadering (in 1948) werd het fonds vanwege financiële moeilijkheden opgeheven…


Toen, op 10 maart 1931, ziekenfonds “Helpt Elkander” te De Krim.

Een foto van het bestuur van het Ziekenfonds „Helpt elkander” te De Krim, dat op 10 Maart zijn 40-jarig bestaan herdacht. Staande v.l.n.r. A. Woltman, B. Timmer en H. Kohrman, zittend J. Strijker, G. Hajenius, K. Staverman (voorz.), R. Kohrman en R. v. d. Hoek.

Op 10 maart 1931 herdacht het bestuur van het Ziekenfonds “Helpt Elkander” te De Krim het 40-jarig bestaan. Deze foto werd bij die gelegenheid genomen en afgedrukt in het geïllustreerd weekblad “Van Eigen Erf”.


Toen, op 13 november 1901: oprichting geheelonthoudersvereeniging

Op 13 november 1901 werd de Vereeniging tot Drankbestrijding te Hardenberg-Heemse opgericht.

Nieuw Drankwetlied.
KUIPER heeft zijn zin gekregen,
Want de drankwet is erdoor,
Leve Kuiper hoort men brullen
Door ’t Geheelonthouders koor
Alle kroegen worden kerken,
’t Is Jandorie God geklaagt,
Want de kelner brengt den Bijbel
Als je om een klaartje vraagt. (bis)

Bij het 40-jarig bestaan besteedde de Zwolsche Courant aandacht aan het jubileum:
“Hardenberg. 40 jaar geheelonthouding.
In een matig bezochte bijeenkomst herdacht de afdeeling Hardenberg van de Nat. Christelijke Geheelonthoudersvereeniging het veertigjarig bestaan dezer afdeeling. De voorzitter de heer A. Kremer, sprak een openingswoord, waarin hij opmerkte dat al mag de afdeeling over de bereikte resultaten tevreden zijn, deze grooter hadden kunnen zijn, indien meer steun was ondervonden van theologen en anderen. Uit het overzicht omtrent het wel en wee der afdeling sinds haar oprichting samengesteld door den heer H. Makkinga, bleek, dat de vereeniging indertijd werd opgericht door de predikanten Westhof en Van Herwerden, en gesteund door de heeren G. Schuurman en Offringa, terwijl in de latere jaren vooral veel steun en leiding werd ondervonden van den heer Fredriks”.


Toen, op 21 mei 1897: melkfabriek opgericht.

zuivelfabriek

Op 21 mei 1897 werd de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Salland opgericht.

Toch was dit niet het begin van de boterfabriek. De ‘roomboterfabriek’ Salland bestond al enkele jaren. Het was in 1889 opgericht door de gebroeders Kingma die ook in Gramsbergen eenzelfde fabriek waren begonnen. Hun bedrijf werd echter in 1897 overgenomen door de Coöperatieve vereniging en zou vanaf dat moment floreren.

Bij het 50-jarig bestaan van de Coöperatieve vereniging schreef men:
“Het is ongetwijfeld een zeer goede gedachte geweest van wijlen den heer Kingma om voor 50 jaar terug alhier een zuivelfabriek te stichten. Dat hieraan behoefte werd gevoeld, bewijst het feit dat toen reeds verschillende veehouders hun melk aan deze fabriek afleverden, al waren er ook nog velen die de voorkeur gaven aan het zelf karnen om hun eigen geproduceerde boter bij de winkeliers om te ruilen voor consumptieartikelen.

De toen opgerichte fabriek, welke zeer primitief was ingericht, was het persoonlijk eigendom van de gebroeders Kingma. Spoedig werd door de veehouders de behoefte gevoeld om deze fabriek in eigen handen te krijgen. Dat geschiedde in coöperatief verband, maar al een jaar later, op 18 mei 1898, werd besloten tot oprichting van de N.V. Stoomzuivelfabriek ‘Salland’ en werd de volledige fabriek overgenomen. Direct traden 425 leden tot deze N.V. toe. Tot directeur werd benoemd de heer A. van der Sanden te Heemse, welke deze functie vervulde tot 28 februari 1901, om later als administrateur op te treden.

logo zuivelfabriek

Het aantal verwerkte liters melk bedroeg toen pl.m. 3 miljoen. Dit aantal is natuurlijk de eerste jaren sterk gestegen, daar het aantal zelfkarners beduidend minder werd en doordat veel woeste gronden werden ontgonnen en hierdoor veel grasland werd verkregen, wat natuurlijk gepaard ging met het houden van meer runderen.

Op 1 maart 1901, toen de thans nog in functie zijnde directeur de heer F. Folkerts werd benoemd, was het aantal liters verwerkte melk reeds gestegen tot 4 miljoen. Het vetgehalte was echter in die jaren nog zeer slecht, terwijl daarnaast natuurlijk de melk ontzettend vuil was. De directeur, met wie we dezer dagen een kort onderhoud hadden, schetste dat er melk aan de fabriek werd afgeleverd die totaal blauw van het vuil was. Dit was ook geen wonder, daar alle melk via zandwegen vervoerd moest worden en men zeven, watten etc. toen nog niet kende.

Spoedig hierna bleek de fabriek te klein te zijn om de aangevoerde melk te verwerken en de primitieve machines die deze fabriek toen nog bezat waren niet in staat om de melk tot goede boter te verwerken. Spoedig werden dan ook eenige verbeteringen aangebracht totdat in het jaar 1908 de fabriek met inbegrip van de verschillende machines geheel werd vernieuwd. Het aantal leveranciers breidde zich in die jaren zeer sterk uit, waardoor ook de aanvoer van de melk aan de fabriek in gelijken tred steeg. Reeds spoedig bleek dan ook weer dat de fabriek op de verwerking van deze groote hoeveelheid melk niet berekend was en in 1924 werd dan ook besloten om weer een geheel nieuwe fabriek te bouwen, plus een nieuwe directeurswoning, daar de oude woning bij de nieuwe fabriek werd aangetrokken. Ook de machines werden weer geheel vernieuwd.