Categorie Mens | Maatschappij

Toen, op 02 augustus 1882: huwelijk Van der Sanden-Mulder.

trouwfoto Van der Sanden
Deze kabinetfoto is gemaakt door de bekende Zwolse fotograaf Franz Wilhelm Heinrich Deutmann.

Op 2 augustus 1882, werd het huwelijk voltrokken tussen Johannes Antonius van der Sanden (geb. 19 november 1860 Dedemsvaart), directeur van een turfstrooiselfabriek, en Grietje Mulder (geb. 10 februari 1847 Dedemsvaart).

Op zichzelf is dat niet zo bijzonder. Er worden bijna dagelijks huwelijken gesloten en dat was in 1882 niet anders. Toch hebben we dit huwelijk hier geplaatst, omdat er van die dag een mooie trouwfoto bewaard gebleven is. En dat was zeker in die tijd nog geen usance.

De foto is een zgn. ‘kabinetfoto’, zoals in het randschrift staat vermeld. Dit waren fotografische kaarten, geplakt op voorgepreegd en bedrukt opzetkarton, in het formaat van ongeveer 11 bij 16½ centimeter.

Het echtpaar Van der Sanden kreeg kinderen in Heemse, de plaats waar ze ook zouden sterven. Grietje in 1921 en Johannes Antonius in 1931.


Toen, op 26 juli 1865: meester Hendrik Baarschers.

schoolmeester Baarschers

De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 26 juli 1865, vandaag precies anderhalve eeuw geleden, schreef:
“Wij hebben kennis gemaakt met een klein boekje, dat ons meer genoegen gaf dan menig werk van geleerde schrijvers. En waarom? Omdat alles wat erin geschreven is, zoo duidelijk en helder is voorgesteld dat het zelfs door kinderen wordt begrepen en in eene lang reeds gevoelde behoefte voorziet. Het boekje is getiteld: ‘De kinderen van den buitenman’, een schoolboekje, bevattende korte lessen over landhuishouding, door H. Baarschers, onderwijzer te Hardenberg.

In meer dan vijftig lesjes worden verschillende den land- en tuinbouw, de veeteelt en natuurkunde betreffende onderwerpen, op eene aangename en bevattelijke wijze behandeld. Is het boekje door den geachten schrijver meer bepaald voor de kinderen van den buitenman geschreven, het is niettemin te wenschen dat het op de stadsscholen evenzeer zal worden gebruikt, want maar al te zeer blijven bij onze leerlingen in de groote steden onkunde en onverschilligheid heerschen nopens alles wat den landbouw en landhuishoudkunde betreft en wij zeggen niet te veel wanneer wij verwachten dat dit boekje bij de kinderen belangstelling zal doen ontstaan in eene met ons volksbestaan zoo naauw verbondene zaak.

Het boekje vordert zeker geene aanbeveling, het zal zijn weg wel vinden, vooral bij het gunstig oordeel, door den hoogleeraar L. Mulder, hoofdredacteur der Landbouw-Courant, in een voorwoord er over uitgesproken. Maar wij wilden er al dadelijk de aandacht op vestigden, opdat allen, die tot het onderwijs in eenige betrekking staan, het mogen leeren kennen. De uitvoering door den uitgever, den heer Tjeenk Willink te Zwolle, is zeer netjes en doelmatig. Als lesboekje voor de hoogste klassen der lagere school is het uitmuntend te gebruiken.”

Het boekje van meester Baarschers kostte destijds 30 cent, vooral samengesteld voor de avondscholen op het platteland.

Hendrik Baarschers was in 1823 geboren in Zwolle en op 5 maart 1853 te Stad Hardenberg getrouwd met Wilhelmina Heebink uit Herwijnen. Baarschers was hoofdonderwijzer aan de openbare lagere niet gesubsidieerde school in Hardenberg. Hij onderwees zowel overdag als ’s avonds (dagschool en avondschool). In 1866 kreeg Baarschers een eervolle vermelding van ’t Nederlandsch onderwijzers-genootschap voor het schoonschrijven van zijn schoolleerlingen. Het echtpaar kreeg een dochter, genaamd Barbara, en een zoon, genaamd Hendrik Jan, maar deze overleed al op 10-jarige leeftijd in januari 1867.

schoolmeester Baarschers

Een paar maanden later, op 10 mei 1867, schreef het Algemeen Handelsblad:
“Gaarne vestigen wij de bijzondere aandacht van onderwijzers der lagere school, vooral ten platten lande op een werkje van den heer H. Baarschers, onderwijzer te Hardenberg, waarvan onlangs de derde druk is verschenen. Onder den titel van ‘de Kinderen van den Buitenman’, behandelt de schrijver de voornaamste onderwerpen uit het gebied der landhuishoudkunde. Stelselmatige behandeling heeft de heer Baarschers te regt vermeden. Verhalenderwijs doet hij nu hier dan daar een greep uit hetgeen de dorpsjeugd dagelijks rondom zich ziet; de opstellen zijn los en vloeijend geschreven en daardoor zeer geschikt om bij de oefening in het lezen te worden gebruikt, natuurlijk door eenigzins gevorderde leerlingen.

Het denkbeeld, om op deze wijze de leerstof der lagere school te doen dienen bij het onderrigt in de eigenlijk gezegde leervakken (lezen, schrijven en rekenen) is niet nieuw; het werd reeds meermalen ook op andere onderwerpen toegepast. Het ware echter zeer te wenschen, dat dit nog meer algemeen bijval vond en dat alle schrijvers van schoolboeken bij de verwezenlijking van dit denkbeeld, zoo gelukkig slaagden als de heer Baarschers. De ongerijmde klagt over de verbazende kunde, welke tegenwoordig en in de onderwijzers en in de leerlingen der lagere school wordt gevorderd, zou dan weldra niet meer worden vernomen. Het boekje wordt, wat den inhoud betreft, aanbevolen door Dr. L. Mulder, o.a. bekend als hoofdredacteur der Landbouw-Courant.

Bij denzelfden uitgever (W.E.J. Tjeenk Willink te Zwolle) verschenen een 1ste, 2de, 3de en 4de leesboekje voor eerstbeginnenden, mede van den heer Baarschers. Ook deze boekjes schijnen met veel oordeel te zijn samengesteld. Er zijn reeds onderscheidene drukken van verschenen.”

In 1868 zouden nog een drietal rekenboekjes van zijn hand verschijnen. In 1873 verliet het echtpaar Baarschers Hardenberg. Zij vestigden zich in Putten, alwaar Hendrik was benoemd tot onderwijzer en eerste vader van het Weeshuis (die functie bekleedde hij daar van 1873 tot 1880). Het laatste boekje door Baarschers geschreven verscheen in 1895, getiteld ‘Mijn legaat aan de Vaderlandsche Jeugd’.

Hendrik overleed in 1907. In de krant ‘Het nieuws van den dag’ stond:
“De heer Hendrik Baarschers, vroeger hoofd eener school te Hardenberg, is ten huize van zijn neef, den Heer C. Harberts alhier, overleden in den hoogen ouderdom van 83 jaar. De overledene was algemeen bekend in de schoolwereld door zijne schoolboekjes.”

zie: https://uvaerfgoed.nl//beeldbank/nl/unavailable


Toen, op 25 juli 1959: Servicestation Oostloorn.

garage Oostenbrink Oostloorn

Deze foto is gemaakt op 25 juli 1959. Deze jongens uit Heemse gingen onder leiding van de heer Mulder enkele dagen met de fiets op zomerkamp naar Drenthe. De dame in het rode mantelpakje is mevrouw Loor-Met en voor haar, naast de fiets, staat haar zoon Marius. Achter Marius staat meester Habers en diens zoon Ben kijkt net even om. De groep staat opgesteld voor het servicestation Oostloorn van Henk Oostenbrink aan de Haardijk (nu tankstation annex garagebedrijf Mastebroek). Wie herkent nog meer geportretteerde jongens?

onder meer de reactie van Albert Jan Rosink:
Dit is een groep uit Heemse en Bergentheim. Op weg naar Dwingelo. Georganiseerd door de herv. kerken Heemse en Bergentheim. Op de foto achter de jongen met licht geblokt overhemd Jan de Lange (met bril), daarnaast licht overhemd Jan Veneman. Dan de kleinste ikzelf, Albert Jan Rosink en daarvoor de langste Gerrit Tijink. Vier kameraden die meegingen naar camping De Noordster in Dwingelo. Vlgs mij waren de twee Siny’s Veldsink uit Heemse er ook bij als begeleiding.


Toen, op 12 juli 1915: blikseminslag bij Geerligs.

onweer

Het Sallands Volksblad van vrijdag 16 juli 1915 meldde:
“Gramsbergen. Tijdens het onweer van maandagmorgen den 12 dezer sloeg de bliksem in het dak der woning van den timmerman G.J. Geerligs alhier.

Een eiken balk van den zolder in de keuken werd finaalweg half door gespleten; een spiegel, schilderij en wat aardewerk werd verbrijzeld. De bliksem schijnt zich een uitweg gebaand te hebben door een ruit boven de deur; ook een daarvoor staande boom is nog beschadigd. Wonder mag het heeten dat de drie in het vertrek aanwezige vrouwen geen letsel hebben bekomen. Een begin van brand werd nog spoedig gebluscht.”

Opmerkelijk is de zinsnede: ‘finaalweg half door gespleten’. Was de balk finaalweg doormidden of half door…? Hoe dan ook kwam de familie Geerligs er goed vanaf.

De portretten tonen Gerrit Johannes Geerligs en diens echtgenote Hendrika Schottert (met dank aan dhr. G.J. van der Plas te Enschede). Hun boerderijtje stond aan de Kerkstraat (nu Stationsstraat) in Gramsbergen, schuin tegenover de hervormde kerk.

familie Geerligs
Bevolkingsregister.

Toen, op 05 juli 1910: de eerste automobielbezitters in Hardenberg.

automobiel

Salland’s Volksblad, 5 juli 1910:
“Hardenberg. Door de heeren J. Hurink Hz. en A. van der Sanden is dezer dagen een automobiel gekocht, en is reeds de eerste proefrit gehouden, welke uitstekend heeft voldaan. Genoemde heeren zijn de eersten die in de plaats onzer inwoning zich een auto aanschaften.”

Die ‘heeren’ waren zwagers van elkaar. Kennelijk was de aanschaf van een automobiel zo’n grote aanslag op de portemonnee dat ze besloten er samen eentje te kopen.

Antonius Johannes was een zoon van Johannes Gerardus Antonius van der Sanden en Lubina Theodora Naarding. Hij was in 1888 gehuwd met Carolina Maria Bruins, dochter van Gerrit Jan Bruins en Heintje Bouwhuis. Antonius overleed op 4 mei 1950. Bijgaande cartes-de-visites tonen Anton van der Sanden en Carolina Maria Bruins.

Jan Hurink was een zoon van Hermanus Hurink en Hendrika Johanna van Munster. Hij was in 1883 gehuwd met Johanna Carolina Bruins, dochter van Gerrit Jan Bruins en Heintje Bouwhuis. Jan overleed op 23 december 1922. Helaas beschikken we (nog) niet over foto’s van Jan en Johanna Carolina. U wel? We horen het heel graag!