Categorie Mens | Maatschappij

Toen, op 26 november 1915: in het Salland’s Volksblad.

Het Salland’s Volksblad van 26 november 1915 schreef over Koningin Wilhelmina. Zij was een kwart eeuw vorst van Nederland.

Verder werd bericht dat bij de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij vijf nieuwe locomotieven waren gearriveerd. Met de nieuwe locs kon een snelheid worden bereikt van wel 45 kilometer per uur! Voor de ingezetenen van Stad en Ambt Hardenberg ‘is dit zeker een blijde tijding. Meermalen is gevraagd om meer en geregelder verbinding, maar de directeur moest telkens op de verzoeken afwijzend beschikking, omdat er niet genoeg locomotieven waren’.

De gebroeders D. en M. Bromet adverteerden:
“Wij koopen koehuiden, kalfsvellen, schapevellen, geitevellen, bunsings, etc. tegen de hoogste prijzen à contant”.

E. Amsink en Joh. Koeslag lieten weten dat zij de St. Nicolaas Etage gereed hadden en nodigden iedereen uit voor een bezoek. Bij Koeslag kon je terecht voor de ‘bekende heerlijke boterletters en gevuld Sint Nicolaas; dagelijksch versch’.

Notaris Zwamborn liet weten dat hij binnenkort een huis en erf, bouw- en weiland in Radewijk zou veilen bij café Geugies in Baalder (nu Zaal Mulder). Het huis wat bij opbod zou worden verkocht, was van de ‘erven H. Rigterink c.s.’, maar werd verhuurd aan Klinkien.

A.A. Oostenbrink in Heemse adverteerde: “Een cape voor uw kind naar school, een cape voor u op de fiets, is geen weelde, maar een uitstekend middel om u voor kouvatten te vrijwaren. Ge koopt ze bij ons!”.

En het was de tijd van ’t jaar. Herfstig, koud en nat. Daarom liet drogisterij firma J.H. Bosch weten: ‘Hoest, heeschheid, keelpijn, worden spoedig genezen door het gebruik van ANGA-bonbons. Bij tijdig gebruik, voorkomt men het vastzetten van koude op de borst. In doozen van 30 en 60 cent, verkrijgbaar bij apotheek en drogisten. Te Hardenberg bij firma J.H. Bosch”.

En mocht die advertentie niet voldoende in het oog springen, dan had de drogist er nog een voor de lezers: “Geen lastiger pijn dan hoofdpijn. Uit welke oorzaken deze ook mag voortkomen, zij geneest vlug en volkomen door Mijnhardt’s hoofdpijntabletten. In kokers van 45 cent, verkrijgbaar bij firma J.H. Bosch”.

Tenslotte meldde de krant dat de vereeniging ‘Landbouwbelangen’ een algemene vergadering had gehouden ten huize van de heer Koeslag: ‘Het eerste punt van behandeling was het oprichten van eene bibliotheek. Als middel om daartoe spoediger te komen, werd voorgesteld de contributie van 50 cent op 1 gulden te brengen. Dit voorstel werd aangenomen.


Toen, op 13 november 1777: over de brand in Gramsbergen.


Boven de ingang van de kerktoren, aan de noordzijde, is het jaartal 1776 aangebracht, hetgeen geheel overeenkomt met wat de Groninger Courant een jaar later schreef.
De kerktoren was in 1776 en 1777 volledig vernieuwd en men was dus bijna klaar met de herstelwerkzaamheden toen de brand de torenspits verwoestte.
De kerktoren en de kerk zelf nu beschermd als rijksmonument.

De Groninger Courant van 14 november 1777 meldde:
“Groningen den 13 november. Van Gramsbergen, een Steedje in de Provincie van Overijssel, heeft men dat aldaar op den 4 deezer maand in een, aan het boveneinde van die plaats, staande huis, des voordemiddags tusschen tien en elf uuren brand ontstont, welke door den toenmaals sterk waayenden wind, met zoo veel en onbegrypelyke snelheid voortgedreeven wierd, dat binnen vier uuren alle de huizen, eenige weinige geringe die boven den wind wat afgeleegen stonden uitgezonderd, in vollen vlam, en nog dien zelfden dag tot de grond toe in de assche gelegd waaren, en welke brand te vehementer en onblusbaarder geweest was, doordien alle die huizen, die genoegzaam alle door lieden die den meede door den akkerbouw haar beslaan moeten vinden, met ongedorscht koorn, hooi en turf tot subsistentie van hun en hun vee opgevuld waaren, en dat daarenboven het ongeluk gewild heeft, dat de mansperzoonen buiten die plaats aan het repareeren van de wegen bezig waaren en dus aan den t’ huis gebleevenen ingezeetenen, die meerendeels uit vrouwen en kinderen bestonden, en die naauwlyks hun leeven hadden kunnen salveeren, de noodige hulp ontbrak waar door al meede veroorzaakt was dat uit dien alles verwoestenden brand weinig of niet geborgen heeft konnen worden.

Dat voorts door den vlam van de nabygeleegene huizen, de kerk in haar dak en soldering, ook des predikants bystaande woning aangestoken zynde, zeer beschaadigd waaren geworden. En eindelyk dat het daar niet by gebleeven was, maar dat ook door den vlam, en in de lugt vliegende brandstoffen, de spits van den, gedurende het laatst voorleeden en dit nog loopende jaar geheel van nieuws weer opgebouwde, en op een gedeelte van het leije dak na, daar aan gewerkt wierd, voltooide toren, in brand gestoken en meede tot op het muurwerk toe afgebrand was. Dat daar door die ingezetenen in de allerbeklaagste en deerniswaardige omstandigheden in de uiterste elende en armoede met hunne vrouwen en kinderen, in dit reeds ruuwe en van dag lot dag verergerend winter-saisoen gedompeld waaren.”

De ‘s-Hertogenbossche Courant van 18 november 1777 meldde:
“Zwolle, den 6 november. Men heeft tijding dat den 3 dezer maand in den ogtend ten 10 uuren op de Heerlijkheid Gramsbergen, toebehoorde aan den Graaf van Rechteren, zig een geweldige brand geopenbaard had, dewelke men ontdekt heeft, dat door het heekelen van vlas ontstaan is. Door dezen brand zijn 44 huizen en het bovenste gedeelte van den toren in de assche gelegd; dus zijn van de huizen niet meer dan 14 à 15, zoo als ook de kerk overig gebleeven. Deze ramp is des te verderflijker geweest door dien men geen brandspuit van digter bij bekomen konde als van Hardenberg, welke plaats een en een half uur daar vandaan legt.”

De hierboven verhaalde ramp was de laatste grote die Gramsbergen getroffen heeft. Mede door verscherpte brandveiligheidsmaatregelen kon een herhaling van een stadsbrand voorkomen worden.


Toen, op 02 november 1905: opening school Hoogenweg.

Het Salland’s Volksblad van 17 november 1905 meldde:
“Stad Hardenberg. In de laatst gehouden vergadering van den raad dezer gemeente deed de voorzitter de mededeeling dat de nieuwe school aan den Hoogenweg den 2 nov. is geopend met 48 leerlingen. Er wachten echter nog meer kinderen op plaatsing en daarom is met algemene stemmen besloten de schoolmeubelen voor het tweede lokaal aan te schaffen.”

De school aan de Hoogenweg werd in 1905 gebouwd toen de gemeentebesturen van Stad en Ambt Hardenberg het niet eens konden worden over een gemeenschappelijke school in deze omgeving. Daarom besloot Stad Hardenberg tot de bouw van een school aan de Hoogenweg en de buurgemeente Ambt liet er een bouwen te Ebbenbroek.

Om de bouw te kunnen financieren, sloot de gemeente een geldlening af van 5000 gulden. De geldschieters kregen een schuldbekentenis, zoals bijgaand is afgebeeld, ter waarde van 100 gulden. Elk jaar werd bij loting bepaald welke schuldbekentenis werd afgelost, en dus welke geldschieter zijn geld plus rente terug kreeg.

Op 29 november 1904 had de aanbesteding van de bouw plaats gevonden. Daarbij was aannemer Hendrik Kramer uit Den Ham als laagste inschrijver uit de bus gekomen, maar omdat deze geen voldoende financiële borgstelling kon vinden, moest de bouw opnieuw worden aanbesteed. Dat gebeurde op 21 december 1904.

De school aan de Hoogenweg bestond uit drie lokalen, gebouwd naar een ontwerp van de firma K.A. Hakkert uit Avereest.. Vanaf het begin stond het hoofd, de heer Beijering, alleen voor de klas, maar al gauw werd een onderwijzeres benoemd.

In 1953 werd de ‘oude’ school verbouwd tot verenigingsgebouw, nadat een nieuwe school, verderop richting Hardenberg, in gebruik was genomen.

Helaas is ons, tot op de dag van vandaag, geen foto bekend van het oude – in 1905 in gebruik genomen – schoolgebouw aan de Hoogenweg. Bezit u die wel, dan horen we het bijzonder graag!


Toen, op 19 oktober 1959: familie Kleis.

Deze dia maakt deel uit van de collectie van wijlen ds. E.J. Loor. Hij fotografeerde de winkel van de familie Kleis op het Rheezerveen.

Uit de burgerlijke stand blijkt dat Marten Kleis overleed op 19 oktober 1959 te Rheezerveen. Hij was slechts 49 jaren oud geworden. Marten was rijwielhersteller van beroep en gehuwd met Trijntje Alberts. De fietsenmaker was geboren in de gemeente Avereest.

In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in Zwolle staat aangetekend dat Marten in 1955 een ‘detailhandel in fietsen en bromfietsen, inclusief accessoires en onderdelen’ begon. Na diens overlijden zette zijn weduwe de zaak voort tot 1974. Hun enige zoon, Albert, was in 1968 op 18-jarige leeftijd overleden bij een auto-ongeluk.

Wie weet nog – precies – waar de familie Kleis woonde? Wat is het huidige adres? We horen het graag… Alvast dank voor de medewerking!

reactie Gerrit Plaggenmarsch: De zaak van Marten Kleis stond aan de kruising waar de Lentersdijk in Rheezerveen uit komt op de N34. De woning staat er nog. Zij is nu wit gepleisterd. Dichtbij stond het kerkje van de GKv in Rheezerveen.

reactie Gerrit van Braak: De monteur was in mijn tijd Henk Havertkort van De Belte in Schuinesloot. ..later heeft hij het café van zijn moeder overgenomen. Henk was een manusje van alles van fietsenmaker tot behanger en schilder….geweldige man, helaas ook hij is overleden.


Toen, op 06 oktober 1942: Engelse bommenwerper neergestort.

Op dinsdag 6 oktober 1942 omstreeks 23.30 uur stortte te Slagharen-Schuinesloot een vliegtuig neer op het aardappelland van Hendrik Euverman, gelegen aan de Troostenwijk. Het vliegtuig was gecrasht even nadat een luchtgevecht had plaats gevonden.

Bij het wrak lagen vijf lijken verspreid van de bij het vliegtuig behorende bemanning. Deze waren deels totaal verminkt en deels totaal verkoold. Op een van deze lijken werd een metalen plaatje gevonden, waarop stond: G. Slater, I-287890. Op de anderen werd geen herkenningsplaatje gevonden. De lijken droegen, voor zover toen kon worden nagegaan, het uniform zoals die door Engelse vliegers werden gedragen. Verschillende brokstukken van het vliegtuig lagen verspreid binnen een cirkelomtrek van vierhonderd à vijfhonderd meter vanaf de crashsite. Het vliegtuig was ten dele zodanig verbrand en vernield dat herkenning omtrent soort en type niet meteen mogelijk was. Later werd duidelijk dat het ging om een Wellington bommenwerper.

Nadat de lijken waren vrijgegeven, werden ze op woensdag 7 oktober 1942 vervoerd naar de begraafplaats te Hardenberg en op donderdag 8 oktober aldaar begraven. Op de graven van deze omgekomen Britse vliegeniers stond aanvankelijk een groot kruis met de tekst: ‘Hier rusten de Engelse vliegeniers G. Slater en 4 onbekenden, gevallen 6 oktober 1942 in Slagharen’.

De namen van de omgekomen bemanningsleden waren:
Geoffrey Slater (22 jr), George William Rhodes (20 jr), John Forbes (21 jr), John Forman en Walter John Howes.