Categorie Mens | Maatschappij

Toen, op 14 augustus 1751: huwelijkse voorwaarden.

Het huwelijk is van alle tijden. Trouwen kon en kan men doen op basis van ‘algehele gemeenschap van goederen’, of op basis van vooraf vastgestelde condities middels huwelijkse voorwaarden. Dat is nu zo, maar dat was 250 jaar geleden niet anders. Een mooi voorbeeld van huwelijkse voorwaarden is de op 14 augustus 1751 door plaatsvervangend schout Albertus van Riemsdijk geregistreerde akte die bewaard is gebleven in het archief van het voormalige Schoutambt Hardenberg. We laten de tekst hierna integraal volgen:

“Ik Alb. van Riemsdijk, wegens hoger overigheit in der tijd verwalter scholtus van den Hardenberg etc., doe mede cond en certificere dat voor mij en keurnoten, als waren Seijne Mollink en Har. Hutten in desen gerigte gecompareerd en erschenen de ondergeschreven personen welke verklaerden in de Vrese des Heren en tot vermeerderinge des menschelijken geslagts met de naeste vrienden raed en consent een wettelijk huwelijk gededingd en gesloten te hebben tusschen Jan Waterink, jongeman van Bergentheim als bruidegom ter ene, en Helle Schottink, jongedogter, in desen geassisteerd met haren vader Hermen Schottink als momber, als bruid ter andere sijde, en dat wel op conditie en maniere hierna volgende.

Voor eerst is geconditioneerd en bedongen dat de tegenswoordige bruidegom en bruid, tot stuir des huwelijks van weerkanten sullen hebben aen en bij te brengen alle haer hebbende en krijgende goederen, geen uitgesonderd, en wanneer een van beide het sij bruidegom of bruid, sonder lijfs erfgenamen kwam te overlijden, so sullen in so een geval, de langstlevende over de eerststervende erfgenaam in allen dele sijn, en blijven.

Verders is geconditioneerd en bedongen, als dat de tegenswoordige bruidegom en bruid, bij de bruids ouders in huis sullen trouwen, het plaetse bebouwen en regeren, na haren goeden rade en altoos in vollen eigendom te behouden, egter op expresse conditie dat sij bruidegom en bruid, de bruids ouders, altoos goed versorgen voor haer sullen hebben en die alle hulpe en ondersteuninge so bij gesondheid als siekte, altoos de behulpsame hand te bieden, kort om so als kinders aan haar ouders verpligt sijn te doen, en daer en boven nog jaerlijks voor haer tot een sak stuiver, so se het begeerd te saijen, de Korte Draf genaamd, groot ongeveer 4 schepel gesaeij.

En is vorders nog bedongen en goed gevonden als dat de bruids oudsten broeder Jan Schottink, wegens sijn ouderlijken goed, sal hebben te genieten als hij komt te trouwen, de somma van ad vijftig guldens, segge 50 guldens, en een uitset naber gelijke en een sterken beest als het in haer magt is. En aen Jannes Schottink als hij komt te trouwen, de somme van 25 guldens en een uitset naber gelijk, en een sterken beest so het in haer magt is. En als de bruids broeders ongetrouwd siek of sugtig mogen worden, dan sullen sij altoos een vrijen intrek in haer ouderlijke huis hebben en aldaer verheegd en verpleegd worden. En dan nog aen de bruids moeder, jaerlijks te besorgen vier pond gehekeld vlas, voor haer om te spinnen en reiden na haer goeden rade.

Aldus het voorschreven gesloten, verklarende sij comparanten dit also in der minne en ter goeder trouwe met malkander geconvenieerd en geaccordeerd te hebben, begerende al het voorschrevene stiptelijk moge worden nagekomen, of schoon alle solemniteiten in regte nodig daer in niet mogten sijn geobserveerd. In waerheids oirconde, en sonder erg of list, hebbe ik verwalter scholtus voornoemd, dese also neffens de comparanten getekend, en also sij geen signet sijn hebbende, so hebben sij mij versogt dese mede voor haer neffens mij te bezegelen. Actum Bergentheim, den 14 augustus 1751.”

Bovenvermelde huwelijkse voorwaarden werden vastgelegd alvorens het kerkelijk huwelijk gesloten kon worden tussen bruidegom Jan Waterink en zijn bruid Hillegien Schöttink. De voltrekking vond overigens plaats op dezelfde dag in de Witte of Lambertuskerk in Heemse.

Jan Waterink trouwde ‘in’ op het erve Schöttink (de boerderij van de ouders van zijn bruid) en nam de naam van het erve over. Hij zou voortaan door het leven gaan als Schöttink-Jan.

Van dit echtpaar en hun nakomelingen zijn fraaie archiefstukken bewaard gebleven. Voor nadere informatie verwijzen we u dan ook graag naar de inventaris op dat archief dat te vinden is via www.archieven.nl


Toen, op 11 augustus 1934: opening zwembad De Marsch.

De ‘Nieuwe Leidsche Courant’ van 13 augustus 1934 deed uitgebreid verslag van de officiële opening van het zwembad De Marsch en van de haven in Hardenberg, twee dagen daarvoor:
“Wat in normale tijden hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd zou zijn, komt thans tot stand. De raad van Hardenberg stond eertijds voor de keus: of de werkloozen op steungelden stellen of wegsturen naar een andere plaats – of de Marschweiden in cultuur brengen. Tot het laatste werd besloten, zij het met een bezorgd gemoed, vanwege de kosten. En zoo is dan allereerst begonnen met het maken van een haven en daarna met het aanleggen van een zwembad. Deze twee objecten zijn zaterdag officieel in gebruik genomen. De haven is een keurig stuk werk geworden. Terwijl eertijds de schepen op elkaar moesten wachten bij de brug voor het lossen kon beginnen, kunnen thans vele schepen de haven binnenvaren en daar hun inhoud lossen, daar er aan ruimte geen gebrek is.

Het zwembad is eveneens een keurig stuk werk. Drie bassins van verschillende diepte zijn aangelegd. Een gebouw met vele kleedkamers is verrezen, alsmede een theehuis. Aan den overkant staat een vier meter hooge springtoren. Voorts zijn vele wallen opgeworpen, die een prachtig strand vormen, waar men genieten kan van heerlijke panorama’s. Zaterdagmiddag had de officiele ingebruikneming plaats. Om half drie vereenigden de genoodigden zich ten stadhuize. Aanwezig waren o.m. de dagelijkse besturen van Stad Hardenberg, Ambt Hardenberg, Gramsbergen en Den Ham, althans hun vertegenwoordigers. Voorts vele zakenlieden, notabelen der gemeente, sportcommissie en pers.

Burgemeester Bramer sprak een kort woord van welkom, waarna de tonen van ’t muziekkorps Kunst na Arbeid zich deden hooren. Van de raadszaal trok men naar een keurig versierde boot, die, nadat de burgemeester het bekende lint had doorgeknipt, de haven binnenvoer. Dit was een schoon tochtje. En wat een belangstelling op de hooge wallen aan den kant! Nadat de burgemeester uitvoerig de gang van zaken had geschilderd, sprak burgemeester Weitkamp van Ambt Hardenberg, die zich verblijdt over dit keurig werk waar ook zijn gemeente veel belang bij heeft. Spreker eindigde met een: Leve Stad Hardenberg!

Vervolgens ging het naar het zwembad. Hier zorgde ’t Chr. muziekkorps Hallelujah voor muziek. Ook hier schetste burgemeester Bramer het verloop der dingen, staande op den hoogen springtoren, vanwaar zijn stem, door middel van een luidspreker, woord voor woord te volgen was. Volgende spreker was de heer Luten namens de commissie. Daarna trad de heer Zweers naar voren namens V.J.V.; de heer Kuiper uit Coevorden als badmeester en burgemeester Beukenkamp van Den Ham, als vriend van burgemeester Bramer. Om een uur of zes traden dames en heeren van de zwemvereeniging te Enschede naar voren en wisten aller bewondering te wekken door keurige demonstraties. Het zwembad zoowel als de haven is inderdaad keurig werk. Vooral het eerste is schitterend ingericht en zeer doeltreffend.”

Het buitenbad deed vele jaren dienst en was een ware trekpleister in de zomer. Het fotoverslag toont De Marsch in de jaren ’50 en ’60. Vele afgebeelde personen zijn voor ons onbekend. Herkent u iemand? We horen het heel graag.


Toen, op 07 augustus 1964: Willem Snel overleden.

Op 7 augustus 1964 overleed Willem Snel, op 57-jarige leeftijd. Het Noord-Oosten schreef:
“Als een schok ging het door Hardenberg: de heer Snel is overleden! Op het kantoor van Waterschap De Bovenvecht was de heer Snel onwel geworden, waarna de levensdraad schielijk werd afgesneden.

De heer Willem Snel was geboren te Gramsbergen als zoon van de post-directeur. Na de hbs te hebben bezocht kwam hij op het kantoor van Uitgeverij De Bruin, waar hij o.a. verslagen voor De Vechtstreek schreef. Daarna werd hij redacteur van een groter blad te Meppel. Vervolgens kwam hij terug om een boekhandel te openen in een gedeelte van het pand ‘De Bruin’, dat hij later ruilde met de naastgelegen woning van de familie G. Bruins, waar een flinke boekhandel kon worden ingericht. Het oude pand van de Bruin op de hoek werd toen vervangen door een nieuw gebouw van de Boerenleenbank, die eerst in het pand Bruins een onderkomen had.”

Een ander blad schreef:
“Geheel onverwachts is wethouder Snel heengegaan. Met moeite was hij nog thuisgekomen. Doktershulp mocht toen niet meer baten. Met de heer Snel is een opmerkelijk figuur heengegaan die van ontzaglijk grote betekenis is geweest voor de ontwikkeling van Hardenberg. Op eenvoudige wijze was hij in Hardenberg begonnen, verbonden aan het weekblad De Vechtstreek, om later in Meppel zijn journalistieke opleiding verder voort te zetten. Hij keerde in Hardenberg terug en bleef de journalistiek trouw tot het bedrijfsleven hem steeds meer opeiste. Zijn boekhandel aan de Voorstraat nam in omvang toe en gaandeweg ontwikkelde zijn bedrijf zich zodanig dat hij tot splitsing over ging. Hij had toen reeds meerdere waterschapsfuncties aanvaard en in zijn tegenwoordige pand in de richting van de Marsch werd niet alleen het administratieve werk verricht, maar kwam ook de afdeling snel-druk tot bloei, die ruim zes jaar geleden door de uitgever van dit blad werd overgenomen. Als secretaris van de Handelsvereniging had Snel in de loop der jaren reeds tal van activiteiten tot grote successen gebracht. Op gebied van tentoonstellingen en organisatie van grote gebeurtenissen toonde hij zich de grote man van stad Hardenberg, die met voorzichtig beleid telkens opnieuw weer ieder plan tot een succes wist uit te werken. Nog herinneren we ons de herdenking van 600 jaar Hardenberg, waarbij de heer Snel ook de motorische kracht was…”

Het nieuwe gemaal aan de Koningsbrug, nabij de Hardenbergerweg, werd later naar hem vernoemd.


Toen, op 02 augustus 1882: huwelijk Van der Sanden-Mulder.

trouwfoto Van der Sanden
Deze kabinetfoto is gemaakt door de bekende Zwolse fotograaf Franz Wilhelm Heinrich Deutmann.

Op 2 augustus 1882, werd het huwelijk voltrokken tussen Johannes Antonius van der Sanden (geb. 19 november 1860 Dedemsvaart), directeur van een turfstrooiselfabriek, en Grietje Mulder (geb. 10 februari 1847 Dedemsvaart).

Op zichzelf is dat niet zo bijzonder. Er worden bijna dagelijks huwelijken gesloten en dat was in 1882 niet anders. Toch hebben we dit huwelijk hier geplaatst, omdat er van die dag een mooie trouwfoto bewaard gebleven is. En dat was zeker in die tijd nog geen usance.

De foto is een zgn. ‘kabinetfoto’, zoals in het randschrift staat vermeld. Dit waren fotografische kaarten, geplakt op voorgepreegd en bedrukt opzetkarton, in het formaat van ongeveer 11 bij 16½ centimeter.

Het echtpaar Van der Sanden kreeg kinderen in Heemse, de plaats waar ze ook zouden sterven. Grietje in 1921 en Johannes Antonius in 1931.