Deze foto is gemaakt op 25 juli 1959. Deze jongens uit Heemse gingen onder leiding van de heer Mulder enkele dagen met de fiets op zomerkamp naar Drenthe. De dame in het rode mantelpakje is mevrouw Loor-Met en voor haar, naast de fiets, staat haar zoon Marius. Achter Marius staat meester Habers en diens zoon Ben kijkt net even om. De groep staat opgesteld voor het servicestation Oostloorn van Henk Oostenbrink aan de Haardijk (nu tankstation annex garagebedrijf Mastebroek). Wie herkent nog meer geportretteerde jongens?
onder meer de reactie van Albert Jan Rosink: Dit is een groep uit Heemse en Bergentheim. Op weg naar Dwingelo. Georganiseerd door de herv. kerken Heemse en Bergentheim. Op de foto achter de jongen met licht geblokt overhemd Jan de Lange (met bril), daarnaast licht overhemd Jan Veneman. Dan de kleinste ikzelf, Albert Jan Rosink en daarvoor de langste Gerrit Tijink. Vier kameraden die meegingen naar camping De Noordster in Dwingelo. Vlgs mij waren de twee Siny’s Veldsink uit Heemse er ook bij als begeleiding.
Het Sallands Volksblad van vrijdag 16 juli 1915 meldde: “Gramsbergen. Tijdens het onweer van maandagmorgen den 12 dezer sloeg de bliksem in het dak der woning van den timmerman G.J. Geerligs alhier.
Een eiken balk van den zolder in de keuken werd finaalweg half door gespleten; een spiegel, schilderij en wat aardewerk werd verbrijzeld. De bliksem schijnt zich een uitweg gebaand te hebben door een ruit boven de deur; ook een daarvoor staande boom is nog beschadigd. Wonder mag het heeten dat de drie in het vertrek aanwezige vrouwen geen letsel hebben bekomen. Een begin van brand werd nog spoedig gebluscht.”
Opmerkelijk is de zinsnede: ‘finaalweg half door gespleten’. Was de balk finaalweg doormidden of half door…? Hoe dan ook kwam de familie Geerligs er goed vanaf.
De portretten tonen Gerrit Johannes Geerligs en diens echtgenote Hendrika Schottert (met dank aan dhr. G.J. van der Plas te Enschede). Hun boerderijtje stond aan de Kerkstraat (nu Stationsstraat) in Gramsbergen, schuin tegenover de hervormde kerk.
Salland’s Volksblad, 5 juli 1910: “Hardenberg. Door de heeren J. Hurink Hz. en A. van der Sanden is dezer dagen een automobiel gekocht, en is reeds de eerste proefrit gehouden, welke uitstekend heeft voldaan. Genoemde heeren zijn de eersten die in de plaats onzer inwoning zich een auto aanschaften.”
Die ‘heeren’ waren zwagers van elkaar. Kennelijk was de aanschaf van een automobiel zo’n grote aanslag op de portemonnee dat ze besloten er samen eentje te kopen.
Antonius Johannes was een zoon van Johannes Gerardus Antonius van der Sanden en Lubina Theodora Naarding. Hij was in 1888 gehuwd met Carolina Maria Bruins, dochter van Gerrit Jan Bruins en Heintje Bouwhuis. Antonius overleed op 4 mei 1950. Bijgaande cartes-de-visites tonen Anton van der Sanden en Carolina Maria Bruins.
Jan Hurink was een zoon van Hermanus Hurink en Hendrika Johanna van Munster. Hij was in 1883 gehuwd met Johanna Carolina Bruins, dochter van Gerrit Jan Bruins en Heintje Bouwhuis. Jan overleed op 23 december 1922. Helaas beschikken we (nog) niet over foto’s van Jan en Johanna Carolina. U wel? We horen het heel graag!
Bij het oude landhuis ‘Welgelegen’ hing zaterdag jl. de vlag uit. Waarom? Wel, om 3 uur in de namiddag zou het museum officieel geopend worden. Velen hadden zich beijverd om het voorterrein van den huize wat op te knappen en zo kon tegen het openingsuur aan de genodigden een goede ontvangst worden geboden. Ongeveer 70 personen waren opgekomen. Om ruim drie uur heette de voorzitter van de stichting ‘Oudheidkamer Hardenberg’, dokter Gouwe uit Lutten, hen hartelijk welkom. In zijn rede herinnerde hij aan enkele feiten uit de bijna zesjarige geschiedenis van de stichting. De oprichters waren de heren Van Laar, Jongsma, Gouwe en Bakker. Nadien zijn er enkele mutaties in het bestuur gekomen. Er zijn enkele tentoonstellingen geweest, diverse sprekers zijn voor de vergaderingen van donateurs opgetreden. Het aantal donateurs steeg van 45 tot ruim 200.
Bestuur van de Stichting Oudheidkamer.
Dokter Gouwe bedankte in het bijzonder het echtpaar Haandrikman, dat heel wat voor de inrichting gedaan heeft en ook de heren Vasse, die de tafels en kasten keurig in orde hebben gemaakt en uit liefhebberij heel wat tijd hebben besteed om alles ‘goed’ te maken. Van de bestuursleden werden in het bijzonder bedankt de heren Wamelink en Bakker vanwege hun betoonde ijver om alles tijdig in orde te krijgen. Voorts werden allen bedankt die door hulp, het afstaan of in bruikleen geven van voorwerpen of anderzins hun medewerking hebben verleend. Van de uitgenodigden hadden enkelen bericht van verhindering gezonden. Het speet allen dat ook het gemeentebestuur door ambtsbezigheden verhinderd was tegenwoordig te zijn.
Na dokter Gouwe werd allereerst het woord gevoerd door de heer Hietkamp, oud-kerkvoogd, die, na een felicitatie, de sleutel van de deur, die toegang geeft aan het museum, aan de voorzitter overhandigde. Na hem sprak dominee Loor een hartelijk woord van gelukwens. Vervolgens sprak de heer Nering-Bögel, oud-burgemeester van Ommen een hartelijk woord van felicitatie en tenslotte voerde burgemeester De Goede van Gramsbergen het woord. In een fijne speech gaf deze weer de grote waarde van een museum.
Schouw in museum Welgelegen.
Vervolgens ging het hele gezelschap de drie trappen op naar de museumruimte. Er werd gefluisterd dat de zolder kraakte. Hoe dit zij, allen vertoefden geruime tijd in hoger sferen en nadat allen het tentoongestelde goed hadden bekeken en het bezoekersregister hadden getekend, konden ze nog even gaan genieten van een kleine consumptie.
We hebben verschillende van de bezoekers gesproken. Over het algemeen werd de mening geuit dat het gebodene de verwachting had overtroffen. Men sprak van een goede start. Een bezoeker drukte zich zelfs lyrisch uit met de term: de helft was mij niet aangezegd. Hoe dit nu zijn moge, het begin schijnt zeer bevredigend te zijn en voor de toekomst moge opgemerkt worden dat aan het bestuur al weer heel wat tips werden gegeven om meer oudheden te bekomen. Als nu veel Hardenbergers en ook hun gasten zo eens per jaar een kijkje in het museum.
De 25ste juni 1959 was een vreugdevolle dag in de geschiedenis van de buurtschap Radewijk. Heel Radewijk vierde die dag feest. Twee keurig uitgedoste herauten riepen de bevolking van Radewijk op tot een feestvreugde zoals men er in tijden niet had meegemaakt. Klaroenstoten van het tweetal wekten om vier uur `s morgens de landbouwende mensen die zich moesten reppen om hun vee zo tijdig mogelijk verzorgd te krijgen, zodat iedereen mee kon gaan naar het feest. Alle ellende die men tot voor kort in de buurtschap had gekend door de slechte staat van de landwegen, lag nog vers in het geheugen. Onbeschrijfelijke toestanden hebben geheerst in de uithoek van deze provincie, in de onmiddellijke nabijheid van de grens. Treffend waren de woorden van dierenarts J. Siebenga die op deze middag de volgende uitspraak deed: ‘Als er ooit iemand in aanmerking zou moeten komen voor een ridderorde, dan was het wel de landbouwer Wolbink die zo velen met zijn tractor uit de moeilijkheden heeft gehaald’.
Burgemeester De Goede vermeldde in zijn speech een aantal interessante gegevens over de nieuwe wegen. Zo werd er in totaal 18 miljoen kilo grondstof verwerkt, terwijl het project alleen al binnen de gemeentegrenzen van Hardenberg driekwart miljoen gulden kostte. In de buurtschap Radewijk veranderde maar liefst veertien kilometer zandweg in glad asfalt. Bij de met vlaggen versierde molen van Ter Voorde werd de plechtige opening voltrokken. De bejaarde weduwe Drenthen, gekleed in echt oude Saksische klederdracht, bood de burgemeestersvrouw een schaar aan, waarmee deze het witte lint doorknipte. Even tevoren had het muziekkorps Excelsior uit Bruchterveld het Wilhelmus geblazen en zongen de schoolkinderen met ijle stemmetjes in de zomerwind het mooie volkslied van Radewijk. Mevrouw De Goede kreeg voor haar officiële handeling een boeket bloemen aangereikt door de kleine Gerda Veneman. Het was een lange, lange tocht van bijna dertig versierde wagens, op weg naar het aangrenzende Den Velde. De burgemeestersfamilies van Hardenberg en Gramsbergen voorop.
Terecht had men dit geheel in het Saksische landschap passend gehouden door de beste paarden uit de Radewijker stallen voor de wagens te spannen. Ze trokken hun fleurige optocht met frisse moed over de harde wegen, maar het feestcomité had het reisplan wel zo vastgesteld dat ook enkele zandhindernissen moesten worden genomen, waarmee werd duidelijk gemaakt dat nog niet alles in kannen en kruiken was op het punt van de verharding. Met al die feestvierenden zetelden op éénn der eerste wagens zichtbaar verheugd de heer en mevrouw Van der Meer. Na veertigjarige strijd tegen de modder een resultaat te mogen meemaken, was ook een reden om echt blij te zijn. In die stemming aanvaardde het tweetal met voldoening de juichstem van een der feestvierders: Het bruidspaar van Radewijk. Het was een hoogtijdag voor beiden. Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe wegen te Radewijk en Den Velde werd de tweede dag van de feestelijkheden besloten met een volksfeest, waarvoor zowel van Hollandse als van Duitse zijde zeer grote belangstelling bestond. Eindelijk was men verlost van de zeer slechte wegen!
Bovenstaand verhaal is overgenomen uit het Sallands Volksblad van 29 juni 1959.