Categorie Ziekte en Gezondheid

Toen, op 13 februari…

Het Overijsselsch Dagblad van 13 februari 1957 plaatste onderstaand bericht. Na het eten van worst werden zeventien ingezetenen ziek, van wie er zeven zelfs naar het ziekenhuis moesten. Onder hen het gezin van winkelier Carel Hendrikus (Karel) Makkinga en Klaasje Pouwels, en drie van hun vier kinderen. Onderzoek wees uit dat in de worst waren paratyfuscellen werden aangetroffen.


Toen, op 17 januari…

Op 17 januari 1931 werd de ‘eerste steen’ gelegd van het nieuw te bouwen en eerste ziekenhuis aan de Stationsstraat te Hardenberg. Deze groepsfoto werd die dag gemaakt. We zien notabelen als de wethouders en gemeentesecretaris van stad Hardenberg, de heren De Bruin en Van Dalen van Onderlinge Hulp, mevrouw Boom, zuster De Groot, aannemer Van ‘t Hag met zijn echtgenote en de architecten Wierenga. Het pand werd gebouwd naar een ontwerp van de bouwkundigen G. en W. Wierenga uit Coevorden.


Toen, op 15 januari…

Toen in het midden van de 19e eeuw duidelijk werd dat de consumptie van sterke drank in Nederland sterk bleef toenemen, en daarbij de overlast op de openbare orde, laaide een discussie over beschaafd gedrag op. Waar het drankgebruik per hoofd van de bevolking in 1847 nog rond de vijf liter pure alcohol per jaar lag, was dit in 1874 gestegen tot negen liter. Als gevolg hiervan werd in 1881 uiteindelijk de eerste Drankwet aangenomen: De wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank. De wet bepaalde dat plaatsen waar sterke drank verkocht werd een vergunning moesten vragen bij de gemeente. Aan het aantal vergunningen dat de gemeente kon verlenen zat een limiet, afhankelijk van het aantal inwoners.

Dit leidde ertoe dat in de gemeente Stad Hardenberg door zeven inwoners een aanvraag voor een drankwetvergunning werden ingediend. Vier van de zeven waren raadslid en een ervan was zelfs wethouder. Dit blijkt althans uit onderstaand bericht in de Nieuwe Haarlemsche Courant van 15 januari 1882.


Toen, op 10 maart 1931, ziekenfonds “Helpt Elkander” te De Krim.

Een foto van het bestuur van het Ziekenfonds „Helpt elkander” te De Krim, dat op 10 Maart zijn 40-jarig bestaan herdacht. Staande v.l.n.r. A. Woltman, B. Timmer en H. Kohrman, zittend J. Strijker, G. Hajenius, K. Staverman (voorz.), R. Kohrman en R. v. d. Hoek.

Op 10 maart 1931 herdacht het bestuur van het Ziekenfonds “Helpt Elkander” te De Krim het 40-jarig bestaan. Deze foto werd bij die gelegenheid genomen en afgedrukt in het geïllustreerd weekblad “Van Eigen Erf”.


Toen, op 26 november 1918: over de ‘Spaanse griep’.


In de raadsvergadering van de gemeente Ambt Hardenberg van 26 november 1918 hield de burgemeester de volgende toespraak:

“Een oorlog gespaard gebleven, een ernstige besmettelijke ziekte, die duizenden ten grave voerde en in menig huisgezin droefheid en weedom bracht, brak onder het volk uit. Ook onze gemeente bleef niet gespaard, immers zeer veel gezinnen werden getroffen en even zooveel onherstelbare wonden geslagen. In het tijdvak van 15 october tot 26 november van het vorig jaar, werden 15 sterfgevallen in de registers van den burgerlijken stand ingeschreven, en dit jaar over hetzelfde tijdvak niet minder dan 175.

Het past ons in deze oogenblikken een onzer ambtenaren, den heer J.G. Groote Balderhaar ten Velde, die ook deze ziekte ten offer viel, te gedenken. Een schoone toekomst lag voor hem, helaas het werd anders beschikt. Wij verliezen in hem een trouw en ijverig ambtenaar, die zijn beste krachten aan de gemeente gegeven heeft; in dankbare herinnering zal hij in onze gedachten voortleven”.

De ‘Spaansche ziekte’ of ‘Spaanse griep’ was een griep-pandemie in de jaren 1918-1919. Deze wereldwijde epidemie eiste naar schatting 20 tot 100 miljoen levens, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog ruimschoots overtreft.

De zeer vele rouwadvertenties in het Salland’s Volksblad van die jaren toont aan dat de ziekte enorm in onze streken heeft huisgehouden. In 1918 werden 207 mensen begraven op het oude kerkhof Nijenstede. Vier jaar eerder waren dat er slechts 76.