Toen, op 25 november…

Op donderdag 25 november 1858 vond op het bevroren kanaal bij Gramsbergen een vechtpartij plaats, waarbij bakker J.H. uit Gramsbergen zo verwond werd dat geneeskundige hulp moest worden ingeroepen. Wat was er gebeurd?

Gramsbergen, 29 nov. Gepasseerde donderdag kwam J.H, bakker en herbergier alhier, met eene slede met goederen van Hardenberg over het kanaal. Vijf personen, die van eenen schapenverkoop kwamen, reden hem voorbij, doch de zesde haakte met zijne schaats achter de slede en viel. De zes schaatsenrijders, door overmaat van sterken drank verhit en opgewonden, vielen daarop eenparig op J.H. aan, verbrijzelden zijne slede met een gedeelte zijner goederen, en sloegen hem toen zoo geweldig, dat bij heelkundige hulp heeft moeten inroepen. Een paar personen, die toevallig het kanaal passeerden, hebben J.H. ontzet, anders ware het welligt nog erger afgeloopen. Van dit feit is der bevoegde magt kennis gegeven zoodat ook bovenbedoelde personen zullen ondervinden, dat wat dronken gedaan wordt, nuchteren moet worden bezuurd.


Toen, op 24 juli…

Op 24 juli 1853 kreeg de oud-burgemeester en notaris van Gramsbergen, Willem Swam, een nat pak toen hij met zijn rijtuig over de noodbrug over de zogenaamde Ongelukkige Wijk tussen Zuidwolde en Dedemsvaart wilde rijden. De paarden schrokken, waardoor het rijtuig omsloeg en in het water viel. De inzittenden kwamen met de schrik vrij…

Willem Swam was van 1818 tot 1852 eerste burger van Gramsbergen. In 1852 was hij opgevolgd door burgemeester mr. H.P.M.C. van Ingen. Daarnaast was Swam notaris. Dat ambt bleef hij tot 1870 bekleden.


Toen, op 14 juni…

Drie eeuwen geleden, op 14 juni 1721, schreef Johan Molckenbour, indertijd Schout van Hardenberg, Heemse en Gramsbergen, onderstaande bijzondere akte. Het document is bewaard gebleven in het zgn. contentieuze archief van het Schoutambt Hardenberg.

Door middel van dit plakkaat sommeerde de schout van Hardenberg de weggelopen echtgenote van Roelof Egberts uit Ane, genaamd Annegien Rutgers, dat zij zich op 14 juli, ’s ochtends om 10 uur, diende te melden ten huize van de weduwe Hooftmans in de herberg Het Rode Hert in Hardenberg. Annegien had namelijk op 23 mei de benen genomen. Ze had haar man verlaten en had veel spullen agtherbacks en op een diefaghtige manier medegenomen. Het Het plakkaat was drie zondagen achter elkaar in Gramsbergen afgekondigd (omgeroepen) door koster Johannes Boerink. Hij ontving hier 8 stuivers voor.

Ick Johan Molckenbour, bij Commissie van Hoger Overigheijt, in der tijt Scholtus van den Herdenbergh, Heemse en Gramsberge, laet een ijegelijck die desen moghte sien en horen lesen, te weeten hoe dat op den 23 maij 1721 eene Annegien Rotgers, geboren in Drught (Drogteropslagen), een cluft of boerscap op Suitwolde in de Landscap Drenthe, wettelijck getrouwt aen eene Roelef Eghberts, woonaghtigh tot Ane, een boerscap in ’t Carspel of Schoutamp van den Herdenbergh, van haar wettige eheman voornoempt sonder redenen moetwilligh en malieutieuselijck is weghgelopen, en door sulck weghlopen h aer man voorscreven trouwloselijck verlaeten, en sekerlijck te vermoeden staat noit niet weder te sullen komen om redenen veele goederen aghterbacks en op een diefaghtige maniere doentertijt heeft medegenomen, oversulx de verlatene en geinteresseerde te raede is geworden, hem te addresseren aen desen Edelen Gerighte om te versoeken eene dagh van citatie op welcke sij gedeserteerde Annegien Rotgers moghte reeden geeven van haer desertie en schenden haeren trouw en dan te horen wat tegens haer schendersche des huwelijcks sal ingebraght worden ’t welck ick Scholtus in consederatie hebbende genomen, soo dat ick dit versoeck van de verlatene Roelef Egberts niet hebben kunnen verweijgeren, derhalven citere en laede U Annegien Rotgers tegens den veertienden julij aenkomstigh 1721 ten huise van de weduwe Hooftmans in ’t Rode Herte tot Herdenbergh alwaer mijn ordinaris Gerighte ben houdende om personelijck tegens tyn uir aldaer te willen compareren om in te brengen t’geen tegens uw sal ingebraght worden, en onvermoedelijck uw persoon op den 14den julij niet moghte compareren en erschijnen, soo sal ick Scholtus alsdan genootdrongen worden, aen de als dan aenhoudende, en erschijnende partije te geven wat reghtens in en over deese saeke sal bevonden worden, en omdat men hier niet weet door u uw weghlopen de plaets uwer residentie, soo sal deesen drie sondaegen en in drie carspelkercken worden gepubliceert, en nae publicatie geaffigeert om te strekken nae behoren, wien ten gevolge tot kraght en seekerheijt deeses, ick Scholtus desen eijgenhandigh hebbe geteyckent en gesegelt. Actum Herdenbergh den 14 junij 1721.

In de kantlijn staat geschreven:
Gepubliceert in Gramsb(ergen) den 15, 22 en 29 junij en na publikatie dezeve geaffigeert, daarvoor ontfangen 8 stuiver. Johannes Boerink.