Toen, op 21 september 1821: verkoop havezate Gramsbergen.

Huis Gramsbergen

De Overijsselsche Courant van 21 september 1821 meldt:
De erfgenamen van wijlen den Hoogwelgeboren vrouwe J.G le Chastelain, douairière baronesse van Coeverden, in leven vrouwe van Gramsbergen, zijn voornemens om op maandag den 24 september 1821, des voordemiddags ten 10 uren ten huize van den kastelein J. Odink Dz. op den Rustenbergh te Heemse, in de gemeente het Schoutambt Hardenbergh, door den notaris A. van Riemsdijk, resideerende ter Steede Hardenbergh, publiek en bij perceelen te doen inzetten, en om 3 weken daarna, maandag den 15 october aanvolgende ter zelfder uure en plaatse erflijk bij parceelen of in massa aan de meestbiedende te doen verkopen:
De riddermatige havezathe en goed Gramsbergen, liggende aan de steede van dien naam, kanton Hardenbergh, kwartier van Salland, provincie Overijssel, ten zuiden de rivier de Vecht, op 1 uur afstands van de Steede Hardenbergh voormeld, 2 uuren van de Stad Coevorden en 1/2 uur van het dorp Laerwoud in de Graafschap Bentheim, koningrijk Hanover, en bestaande uit deszelfs hechte en sterke, zeer logeable en allezints voor een zomer- en winter-verblijf geschikte, heeren-huizinge en bouwhuizen met koetshuis en stallingen, gestoeltens en grafkelder in de kerk te Gramsbergen, tuinen met exquisite vruchtbomen, goudvisch-kom en vijvers, wandelingen en dreeven, zo met opgaande boomen als met akkermaalshout beplant, bouw- en gaardenlanden, groen-, weide en hooijlanden (waaronder den zogenaamden Steen, leggende aan de rivier direct achter de behuizinge en weidende ’s jaarlijks 65 a 70 stuks koebeesten) turfgrond, en de erven en plantagien Den Slingenberg, de Kooij en het Zuidermans, tezaamen (de afzonderlijke bouwlanden in de Veldinger- en Lozer Eschen hier onder begreepen), voorts met deszelfs heerlijke en andere rechten, zo van jacht (deeze meede in een gedeelte der opgemelde Graafschap Bentheim) en visscherije, als collatie enz., mitsgaders met onderscheidene grond- en andere pachten, recognitien en diensten, deeze havezathe jaarlijks aankomende en verschuldigd; van al het welk tevens met de verkoops-conditien 8 dagen voor de inzate eene naauwkeurige staat op den Rustenberg voorschreven ter leezing zal worden voorgelegd, terwijl inmiddels des ook de begeerd wordende informatien te bekomen zijn op den huize Gramsbergen voorschreven, mitsgaders bij den Hoogwelgeboren heer jonkheer J. van Foreest van Heemse op den Huize Heemse en bij den notaris Van Riemsdijk te Hardenbergh voornoemd.


Toen, op 10 augustus 1825: Gramsbergen werd stad.

In het archief van de voormalige gemeente Gramsbergen wordt in inventarisnummer 165 een akte bewaard, waarin dit Koninklijk Besluit van 10 augustus 1825 werd bekend gemaakt:
“De gemeente van Gramsbergen, hoezeer tot het platteland der provincie Overijssel behoorende, zullen voortgaan respectivelijk den naam van stad, stadje of stedeke te dragen, zonder echter als zoodanig in de vertegenwoordiging ter Provinciale Staten eenig deel te ruimen”.

Koning Willem I besloot dus op 10 augustus 1825 dat de gemeente Gramsbergen zich voortaan officieel mocht tooien met het predicaat ‘Stad’.

Op 24 november 1819, dus bijna zes jaren daarvoor, kreeg Gramsbergen al een officieel gemeentewapen, vastgesteld bij besluit van de Hoge Raad van Adel.