De exacte locatie van Havezate Gramsbergen

De voormalige havezate, Huis Gramsbergen, werd op het allereerste kadastrale minuutplan (1824-1830) ingetekend door landmeter eerste klasse J.B. van Lith. De kleuren op de plans hebben vaak een betekenis. Gewone gebouwen zijn lichtrood (karmijn), wegen bruin (gebrande sienna), wateren blauw (ultramarijn) en gebouwen die vrijgesteld waren van grondbelasting, zoals kerken, kobaltblauw.

Klik op de kaart voor een vergrote weergave.

Duidelijk is te zien dat er nog slechts één langgerekt bouwdeel van het Huis Gramsbergen resteert, namelijk een van de vroegere bouwhuizen. Het complex werd omgeven door een landschapstuin met twee vijverpartijen en een bijzonder vormgegeven gracht. De oprijlaan vanaf de nog altijd bewaard gebleven toegangspoort leidde vóór 1821 nog naar het hecht en sterk herenhuis, maar in genoemd jaar was dat bij opbod voor afbraak verkocht…

Een van onze volgers, dhr. Nabers uit Hengelo, heeft ons geholpen bij het bepalen van de exacte locatie van het in 1869 afgebroken herenhuis. Daarmee is de havezate weer ‘op de kaart gezet’.

Klik op de kaart voor een vergrote weergave.

Veel meer over de geschiedenis van de vroegere havezate, met kaartmateriaal en overige illustraties, leest u op onze website.


Toen, op 28 februari 1840: het interieur van de kerk te Gramsbergen vernieuwd.

Op 28 februari 1840 begon notaris Willem Swam te Gramsbergen met de openbare aanbesteding voor het vernieuwen van het inwendige van het kerkgebouw ter stede Gramsbergen. Hij deed dat in opdracht van de kerkvoogden.

Overijsselsche courant, 25 februari 1840.

Het bestek is in het notarieel archief bewaard gebleven:

Artikel 1:
De aannemer zal, nadat hem de oude banken zullen zijn opgeruimd, de vloer opgenomen en de grond met zand zal zijn verhoogd, de Bentheimer steenen doen kanthouwen en weder effen leggen, tot welk laatste hem kosteloos de nodige handlangers zullen ten dienste staan, en daarna volgens de tekening leveren vijftien vrouwenbanken in het midden der kerk, van vier duims greene deelen, met twee duims vurehouten paneelen, behoorlijk en naar den eisch in elkanderen gewerkt, aan ieder bank twee greenehouten paneelen deuren, halfrond aflopende […] Wijders zal aan ieder bank een lessenaar, van bovenaf schuins aflopende, gemaakt worden van één twee palms breede en en drie duims dikke plank, voor de oplegging der (kerk)boeken, ieder met aanbrenging van een vier duims breede lat, behoorlijk met een kraal beschaafd, tot voorkoming van het afglijden derzelven
.

Artikel 2:
De aannemer zal vanaf de beide deuren van weerkanten aan de muren tot aan het doophek volgens de tekening moeten maken en leveren twee rijen banken voor de mannen, hoog één el uit de vlakke grond en naar evenredigheid de agtersten, op vier eikenhouten ribben van twaalf en twaalf duim c.s.


Artikel 3:
De aannemer zal de tegenswoordige predikstoel, zoo ook het klankbord, verplaatsen boven in de kerke op de aan te wijzene plaats, vijfentwintig duim van de muur, hetwelk hij met een vijf duims dikke eiken plank (wagenschot) zal aanvullen […] Vervolgens zal de aannemer in het klankbord moeten maken eene ronde opening tot plaatsing van eene Engelsche lamp […] en verders zal de aannemer regts en naast de predikstoel naar den eisch moeten maken een pultrum voor de voorzanger.


Verder was de aannemer verplicht om een gaanderij aan te brengen, met daarop vier rijen losse kerkbanken die van voren naar achteren schuin opliepen. De aannemer was ook gehouden om de gemaakte banken, preekstoel, gaanderij, trappen, pilasters en zolders behoorlijk met goede olieverf te gronden en te verven: de preekstoel en bord licht gladhout kleur, de kerkbanken rood mahoniehouten kleur, de zolders blauw en de pilasters gemarmerd. Tenslotte was de aannemer gehouden om het werk uiterlijk op 1 juli van datzelfde jaar op te leveren.

Aannemer en timmerman Wolter Scheerman uit Coevorden was bereid het timmerwerk voor 1250 gulden aan te nemen en huisschilder Hendrik Kremer uit ’t Laar wilde voor 190 gulden wel verantwoordelijk worden voor het schilderwerk. Echter, toen zowel het timmerwerk als het schilderwerk in combinatie nogmaals in veiling werd gebracht, ging aannemer Johannes de Blécourt uit Coevorden er met de winst vandoor. Hij nam het werk aan voor een totaalbedrag van 1205 gulden.


Toen, op 25 februari 1875: jong meisje verdronken te Loozen.

Op 25 februari 1875 verdronk de 15-jarige Jacoba Arnolda Schutte in het Overijssels Kanaal onder Loozen. Zij was een dochter van grofsmid Hendrikus Schutte en Magteltje Karsten uit Stad Hardenberg. Wat was er gebeurd?

De krant Le courrier de la Meuse (de krant van de Maas) schreef op 2 maart 1875:
Hardenberg. Vendredi dernier, quatre jeunes filles de cette commune voulant revenir de Gramsbergen par le canal d’Overyssel tombèrent dans I’eau, la glacé s’étant rompue sous leurs pieds. Trois d’entre elles furent sauvées mais la quatrième, une jeune fille de quinze ans, fut noyée.

Hardenberg. Afgelopen vrijdag zakten enkele jonge meisjes uit deze gemeente, die uit Gramsbergen over het Overijssels Kanaal terug wilden keren, door het ijs. Drie van hen werden gered, maar de vierde, een vijftienjarig meisje, verdronk.

Jacoba Arnolda Schutte werd op 2 maart 1875 begraven op het kerkhof Nijenstede in Hardenberg, zoals blijkt uit het inkomstenregister van de hervormde diaconie.


Toen, op 5 februari 1891: overstroming in Gramsbergen.

Deze advertentie werd afgedrukt in de Dedemsvaartsche Courant van 5 februari 1891. De ingezetenen van de gemeente Gramsbergen waren zwaar getroffen door herhaaldelijke overstromingen als gevolg van een doorbraak van de Vechtdijk. Het rivierwater bereikte zelfs een hoogte van 9 meter boven N.A.P.

Een comité van notabelen plaatste deze advertentie niet alleen in de Dedemsvaartsche, maar ook in de Zwolsche Courant. Dit leidde er toe dat er 6000 gulden werd gedoneerd door het fonds voor noodlijdenden te Amsterdam. Verder kwamen er substantiële schenkingen binnen uit Zwolle, Steenwijk, Ommen en Hengelo.

De Haagsce Courant beschreef wat er precies was gebeurd:
De verzakking in den straatweg van hier op Hardenberg aan de zuidzijde der Koningsbrug is vanwege het gemeentebestuur van Hardenberg door een twintigtal arbeiders in zoover gelukkig hersteld, dat aldaar geen gevaar voor doorbreken bestaat. Daarentegen is aan de noordzijde van de brug, ter plaatse waar voor eenige maanden een nieuw hoofd onder de brug is gemetseld, en alzoo wellicht de grond nog niet voldoende bezakt was, eene doorbraak in dien weg ontstaan, die aanvankelijk wel had kunnen hersteld worden, doch thans eene lengte heeft van 20 voet, waardoor de brug in gevaar komt en de passage voor geruimen tijd gestremd is. Door deze doorbraak stroomt thans met donderend geraas, het water en groote schollen ijs banen er zich een weg doorheen. dat door den doorbraak in den Vechtdijk wordt aangevoerd, hetgeen aan de tusschenliggende streek aanmerkelijke verlichting bezorgt. Het niet herstellen van de doorbraak in den Vechtdijk, hetgeen met circa f 100 kosten had kunnen geschieden, heeft thans eene schade veroorzaakt van vele duizenden guldens. 

Ook in de omgeving van Hardenberg stond alles blank. De meeste binnenwegen waren overstroomd. De passage over de toegangswegen naar de stad waren gestremd. De passage voor rij- en voertuigen over de Veerbrug was ook gestremd, als gevolg van ijsgang en de sterke stroom van het water. Ook de weg naar Bergentheim en Brucht was ondergelopen.


Toen, op 16 februari 1852: burgemeester Swam afgetreden.

Op 16 februari 1852 vond er in het gemeentebestuur van Gramsbergen een ‘wisseling van de wacht’ plaats. Op die dag trad Willem Swam af als burgemeester en nam jonkheer mr. Hendrik Pilgrum Marius Cato van Ingen zijn plaats in als voorzitter van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en wethouders. Van Ingen was afkomstig uit Kampen. Daar was hij geboren op 14 februari 1816. Het Koninklijk Besluit van zijn benoeming is bewaard gebleven in het familiearchief. Van Ingen bleef slechts twee jaar in functie te Gramsbergen, want al in 1854 werd hij ‘gepromoveerd’ tot burgemeester van de gemeente Steenwijkerland.

Bron: Gemeentearchief Kampen; familiearchief Van Ingen.