Fragment ridderroman in markeboek Holtheme

Bij Collectie Overijssel in Zwolle (het voormalige rijksarchief c.q. Historisch Centrum Overijssel), heeft men een fragment van een middeleeuwse ridderroman in het Nedersaksisch aangetroffen, dat afkomstig is uit de gemeente Hardenberg. De perkamenten fragmenten zijn gevonden in het oudste markeboek van Holtheme (1506-1887). De teksten zijn geschreven in de streektaal van (waarschijnlijk) het Duits-Nederlandse grensgebied.

Onderzoeker Hedzer Uulders, in het dagelijks leven werkzaam bij het Gelders archief en van huis uit gespecialiseerd in Franse middeleeuwse literatuur, heeft nu ontdekt dat het gaat om een Nedersaksische vertaling van een Hoogduitse ridderroman.

Op 23 januari 2025 schreef dhr. Uulders ons: Het is een vondst waar Hardenberg trots op kan zijn, en vandaar dat ik dit nieuws graag met u deel.

Fragment op RTV Oost

Illustratie bij artikel in NRC

Toen, op 22 augustus 1916: Jan Roelofs doodgeschoten.

Het Sallands Volksblad van 25 augustus 1916 meldde:
Gramsbergen: Een treurig ongeval vond heden (dinsdag) plaats te Holthemerbroek. De landbouwer J.R., wonende op het erve de Poffert, onmiddellijk aan de grens, welke met een voer plaggen naar huis reed, is bij ongeluk door een Duitsch grenssoldaat doodgeschoten. Terwijl deze zijn geweer bij aflossing aan een kameraad overreikte is dit op een onverklaarbare wijze afgegaan, juist in de richting van den getroffene, welke door een schot door het hoofd onmiddellijk overleed. R. was een oppassend man, was gehuwd en laat een vrouw en 4 kinderen onverzorgd achter. De deelneming en de verslagenheid is, zoo men denken kan, groot.

J.R., oftewel Jan Roelofs, was zoals de overlijdensakte vermeldt, weduwnaar van Geertjen Ramaker en echtgenoot van Hendrikien Derks. Hij overleed op 41-jarige leeftijd.


Toen, op 9 maart 1858: het geheime testament van Quae.

Op 9 maart 1858 werd door notaris Swam in Gramsbergen een testament geregistreerd op verzoek van Harm Hendrik Quae uit Holtheme. De testator voelde kennelijk zijn einde naderen, want hij overleed exact een week later, op 16 maart.

Op zich is een testament niet bijzonder. Er zijn vele bewaard gebleven in de notariƫle archieven. Echter het geheime testament van Harm Hendrik werd in een gesloten enveloppe aangeboden aan de notaris en was, zo schrijft Swam, door een ander geschreven, maar door den comparant eigenhandig getekend. We vermoeden dat buurman Jan Hendrik Leemgraven het testament heeft geschreven. Hij heeft de enveloppe namelijk ook gepitsierd (verzegeld) door drie rode zegels met zijn cachet, bestaande uit zijn initialen J H L en een met een pijl doorboord hart.

Dat met een pijl doorboorde hart heeft ongetwijfeld een relatie met zijn verloofde Dina Eekenhorst. Jan Hendrik en Dina trouwden namelijk op 12 maart 1858, drie dagen na het verlijden van het testament en vier dagen voor het overlijden van de testator…

Het zegel in rode was van Jan Hendrik Leemgraven (1829-1895) uit Holtheme (met dank aan Collectie Overijssel)

Harm Hendrik Quae was geboren in ’t Duitse Bramhar in ’t kreis Bawinkel en op 30 augustus 1820 getrouwd met Anna Maria Aleida Adams genaamd Scholten. Zij was de weduwe van Martinus Henricus Wilhelmus Antonius Mittendorff en zij hadden gewoon op de boerderij de Vilsterborg.

In het testament bepaalde Harm Hendrik dat een legaat van 500 gulden zou vererven op Hendrika Willemina Leemgraven. Ook Willemina Nijzink, de weduwe van Warse Leemgraven, ontving een legaat van 500 gulden. Tenslotte werd Hendrika Willemina Leemgraven ook aangewezen als universeel erfgenaam van al zijn bezittingen, onder de voorwaarde dat zij dan de kosten van zijn begrafenis en de successiekosten voor haar rekening zou nemen.


Toen, op 07 januari 1899: ongeluk te Holtheme.

De Westlandsche courant van 14 januari 1899 berichtte over een ongeval dat een week ervoor had plaats gehad op een boerderij in Holtheme.

Uit Gramsbergen wordt aan de Zwolsche Courant gemeld: Een treurig voorval vond zaterdagmorgen plaats in de buurtschap Holtheme onder deze gemeente. De landbouwer G.J. Wilpshaar aldaar had een koe geslacht voor eigen gebruik en eenig afval daarvan buiten op den mesthoop geworpen, waarop de vogels afkwamen. De oudste 23-jarige zoon, dit ziende, had een geweer genomen om uit de schuur door een raampje daarop te schieten, doch wat gebeurde? Wel werd een kraai gedood, maar het geweer sprong uit elkander en de jongeling werd tegen het hoofd getroffen. Er volgde een bloeding, men wist geen raad, zoodat de vader onmiddellijk met hem ging naar den arts den heer Van Maanen te dezer plaatse. Daar gekomen werd dadelijk het ergste gevreesd en over een overzending naar Zwolle gedacht. Spoedig werd echter de patiƫnt zoo zwak, dat vervoeren niet meer kon plaats hebben en hij ten huize van den dokter te bed moest worden gelegd. Wel werd mede de hulp ingeroepen van den arts Van der Veen uit Hardenberg, maar wat ook werd gedaan, de toestand van den ongelukkige, die nog heden sprakeloos ligt, is bedenkelijk, en de familie, die onophoudelijk in zijn tegenwoordigheid is, ziet het ergste voor oogen.

Het ongeluk overkwam de 21-jarige (dus niet 23-jarige) Hendrik Wilpshaar, de oudste zoon van landbouwer Gerrit Jan Wilpshaar en Aaltje Hulter. De jongeman hield het nog enkele dagen vol, maar overleed uiteindelijk op 11 januari aan zijn verwondingen…


Toen, op 17 juni 1803: familiebijbel Leemgraven.

Op 17 juni 1803 beschreef Hendrik Jan Leemgraven, bewoner van ’t oude erve in Holtheme, de eerste pagina van zijn nieuwe familiebijbel:
“Holthiem, 17 junii A(nn)o 1803. Looft God boven alles, want van God koomt het alles. Hendrik Jan Leemgraven, dat is mijn naam”.

De bijbel maakt deel uit van het huisarchief van ’t erve Leemgraven en wordt bewaard in het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle.