Toen, in de zomer van 1940: de jongensclub uit Lutten.

Deze foto toont de jongerenclub DSG (Door Samenwerking Groot) uit Lutten aan de Dedemsvaart, genomen tijdens een kampeervakantie naar Wanneperveen in (waarschijnlijk) de zomer van 1940.

Staand v.l.n.r.: Arend Temmink, Agnes Gouwe, Fetsje Ballast, Jacques Huisman (?), Jan Gerrit Ballast, Bertus Bekman en Frieda Gouwe. Knielend v.l.n.r.: Albert Manuel, Willy Lägers, Bertus Stoffers (?) en Jan Jonkers.

Met dank aan de heer H. Lägers uit Utrecht voor het aanreiken van deze en vele andere foto’s voor onze online beeldbank!

Bent u ook nog in het bezit van fraaie oude foto’s die u digitaal wilt laten bewaren voor het nageslacht? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. We komen graag langs om ze voor u te digitaliseren.


Toen, op 1 juni 1893: cholera in Lutten.

Op 1 juni 1893 overleed te Lutten aan de Dedemsvaart een man aan de gevolgen van cholera. De Dedemsvaartsche Courant schreef: “Gisteren morgen kwam hij van zijn werk tehuis, hevige diarhée hebbende, dat met braken vergezeld ging. Alle geneeskundige hulp kon niet baten, onder veel pijn is hij bezweken, nalatende eene diep bedroefde vrouw met drie jeugdige kinderen, die nog niet kunnen beseffen, wat zij in hunnen oppassende vader hebben verloren. Overal zijn al waarschuwingen aangeplakt, om zich te wachten voor koud en slecht water”.

Hoewel de naam van het cholera-slachtoffer niet in de krant wordt vermeld, weten we dat het hier handelde om de 40-jarige Jan Putter. Hij was getrouwd met Hendrikjen Noppers.


Toen, op 18 juni 1957: brand in De Zeven Zaligheden

Op 18 juni 1957 legde een uitslaande brand twee van de zes arbeiderswoningen van de zgn. ‘Zeven Zaligheden’ aan de Ommerweg in de as. De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, maar ook het Twentsch Dagblad Tubantia versloegen de ramp waarbij de 21-jarige Gerda J.B. Grimeyser uit Eede om het leven kwam.

Zo hevig was de brand, dat ook de aangrenzende woning van de familie Sierink geheel uitbrandde, ofschoon men daar gelegenheid had enig huisraad te redden. De hele inboedel van de familie v.d. Kolk ging verloren. Het was een gelukkige omstandigheid dat de brand ontstond aan de zijde van het blok, die van de sterke oostenwind was afgekeerd, waardoor de brandweer er in slaagde de resterende vier woningen te behouden. Temeer daar in verscheidene woningen de kinderen alleen thuis waren daar de ouders op het land werkten. Bij een tegengestelde windrichting was de ramp niet te overzien geweest, daar de vlammen in de oude, kurkdroge woningen razend snel om zich heen grepen. Nadat het vuur geblust was, kon het stoffelijk overschot van het slachtoffer worden verborgen. Het meisje, dat indertijd in het evacuatiekamp of barakkenkamp „De Molengoot” woonde met haar ouders, was enige tijd geleden met hen naar Zeeland verhuisd, doch verbleef de laatste tijd ten huize van de familie v.d. K. daar de jongelui binnenkort zouden trouwen. De jongeman was door het gebeurde zo van streek dat doktershulp nodig was. De zwaar getroffen jongeman werd liefderijk verzorgd door de buren Ribberink. De brand, die woedde aan de drukke rijksweg 34, trok grote belangstelling, aan weerszijden van de weg stonden rijen auto’s en de omstanders bespraken uitvoerig het tragisch gebeuren. Ook de nog niet geheel herstelde burgemeester en mevrouw Van Oorschot, de locoburgemeester Z. Valkman en de gemeentesecretaris Resink waren bij het brandende perceel aanwezig.

Meer over de geschiedenis van de verdwenen arbeiderswoningen ‘De Zeven Zaligheden’ leest u op onze website:

https://historischeprojecten.nl/geheugenvanhardenberg/archieven/oude-huisplaatsen/huisplaatsen-te-heemse/zeven-zaligheden/


Toen, op 18 mei 1890: blikseminslag in kerktorens.

blikseminlag kerktorens

Op 18 mei 1890 woedde boven stad Hardenberg en omgeving ‘een kort maar hevig onweder’. De bliksem sloeg in de toren van de pas gebouwde gereformeerde kerk (Höftekerk), maar richtte geen schade aan. Op het marktplein sneuvelden een paar bomen. De bliksem sloeg ook in de toren van de hervormde kerk in Heemse (Witte- of Lambertuskerk), maar baande zich langs het leien dak een uitweg door de kerk, zonder brand te veroorzaken. Wel brak brand uit door blikseminslag in de boerderij van de familie Schutte, maar dat kon tijdig worden geblust…