Toen, op 19 april 1836: de afgescheidenen te Rheeze.

Op 19 april 1836 werd door ‘de afgescheidenen’ een vergadering gehouden in de boerderij van schoolmeester Egbert Dunnewind te Rheeze. De onderwijzer speelde een belangrijke rol bij de gebeurtenissen die zich in die tijd in onze regio afspeelden. In het boekje ‘Egbert Dunnewind, schoolmeester tijdens de Afscheiding te Rheeze’ is er alles over te lezen. Van het gebeurde op 19 april werd door burgemeester Antoni van Riemsdijk een proces-verbaal opgesteld. Het eerste deel ervan tonen we hier… Kunt u het prachtige handschrift ook zo goed lezen?


Toen, op 30 november 1815: katerstede Binnenkamp op de Rheezerkamp.

Achter onze schermen wordt druk gewerkt aan het in kaart brengen van de geschiedenis van alle oude erven en katersteden in de voormalige gemeenten Ambt Hardenberg en Gramsbergen. Het is een ‘online’ klus. M.a.w. u kunt onze vorderingen van dag tot dag volgen op onze website, want alle nieuwe aanvullingen worden meteen verwerkt. Uit het pachtboek van de havezate Heemse blijkt dat de katerstede Binnenkamp op de Rheezerkamp vanaf 30 november 1784 werd verhuurd aan Jan Jansen en echtgenote Geertruid Derksen. Vanaf 1808 werd het verpacht aan Gerrit Hamhuis en z’n vrouw. Op 30 november 1815 werd de katerstede verkocht. Dat blijkt weer uit een notariële akte, opgemaakt door notaris Antoni van Riemsdijk.

Het Binnenkamp was eigendom van de hoogwelgeboren gestrenge heren Christiaan Lodewijk graaf van Rechteren tot Collendoorn en jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Het werd nog steeds bemeijerd (gepacht) door Gerrit Hamhuis en echtgenote Hendrikjen Hermsen Binnenkamp. Voor 841 gulden ging de eigendom van de katerstede over in handen van Teunis Nijenhuis te Rheeze. De katerstede is nu geadresseerd aan de Marsweg 3 in Rheeze.


Toen, op 26 augustus 1883: de grote brand in Rheeze.

Rheeze, Ambt-Hardenberg, 26 Aug. Te twee uur ongeveer ontstond hedenmiddag brand in het voor 5 jaar nieuw gebouwde huis van den landbouwer L. Stoeten etc..

De Provinciale Drentsche en Asser courant van 30 augustus 1883 deed verslag van de grote brand te Rheeze, waarbij de kapitale boerderijen van de erven Raatmink en Welink en het vijf jaar oude boerenhuis van de fam. Stoeten (nu de Brinkhoeve) volledig in de as werden gelegd… De geschiedenis van Erve Raatmink (Rheezerbrink 11), erve Welink (Rheezerbrink 9) en de Brinkhoeve (Rheezerbrink 2) is beschreven op onze website in de rubriek ‘Oude huisplaatsen’.


Toen, op 02 juni 1851: inzet veiling van ’t erve Jacobs in Rheeze.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 9 mei 1851 werd door notaris Mulert uit Ommen aangekondigd dat hij binnenkort zou over gaan tot de publieke verkoop van het boerenerve ‘het Jacobs’ genaamd, gelegen in de buurtschap Rheeze.

‘Het Jacobs’ staat reeds vermeld op de eerste kadastrale kaart van 1832, gelegen ten noorden van de Rheezerweg en indertijd kadastraal bekend onder sectienummer K-540. Het boerderijtje was destijds eigendom van niemand minder dan jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Daarmee hebben we dan ook meteen de naam verklaard. “Het Jacobs” was vernoemd naar de voornaam van de eigenaar, de toenmalige heer van Heemse.

In 1851, na het overlijden van de jonkheer, werd het totale bezit in veiling gebracht, waarbij ‘het Jacobs’ eigendom werd van zijn dochter Theodora Sophia van Foreest en haar man Jan Arent baron van Ittersum, de nieuwe ‘heer en vrouwe van Heemse’.

Het boerderijtje stond in het midden van de negentiende eeuw bij de gemeente bekend als huisnr. G-6 in Rheeze. In 1881 werd het eigendom van Hendrik Overweg en echtgenote Hendrika Rudolphina IJzebrink. Vervolgens zou het vererven op respectievelijk: Jannes Overweg en Geertjen Hakkers, Harm Overweg en Hendrikje Veurink, Jannes Overweg en Hermina Odink, Gerrit Jan Overweg en Aaltje Bartels en toen op de zesde generatie: Hendrikus Overweg en Boukje Marja Post.

In 1940 stond de boerderij bekend als G-10, maar in 1971 werd dat gewijzigd naar Rheezerweg 87.

Op de voorgevel van de boerderij is een bord aangebracht met de naam ‘Altnos’, oftewel ‘het Altenaas’. Dat erve lag echter oorspronkelijk iets oostelijker en een stukje van de weg af. Ook die boerderij staat ingetekend op de kadastrale kaart. De familie Overweg heeft daar eerst gewoond totdat ze in 1881 het Jacobs kocht en daarheen verhuisde. Ze lieten de boerderij ‘Altena’ vervolgens afbreken.
Kennelijk heeft de familie Overweg de naam van de afgebroken boerderij ‘meegenomen’ naar ’t Jacobs, maar beter zou het dus zijn als het naambord werd gewijzigd in de oorspronkelijke naam: ’t Jacobs, eventueel begeleid door het familiewapen van het geslacht Van Foreest als oorspronkelijke eigenaar.