Toen, op 31 maart 1968: slipjacht door de Rheezerbelten.

Foto van een schilderachtig tafereel tijdens de op zaterdag 31 maart 1968 in de bossen rond Hardenberg gehouden slipjacht.

Het Noord-Oosten deed verslag:
“De slipjacht was georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging. Daarvoor bestond een bijzonder grote belangstelling. Duizenden mensen waren zaterdagmiddag op de been om van dat mooie schouwspel te genieten en toen de jagers, voorafgegaan door haar meute het eerste rustdoel in de Rheezerbelten hadden bereikt, merkten we naast een vrijwel voltallig gemeentebestuur van Hardenberg ook burgemeester jhr. Snouck van Hurgronje met zijn echtgenote uit Dedemsvaart op.

Toen de paarden drijfnat van de volle ren tenslotte weer aan de stalknechten waren toevertrouwd, gebruikte het gezelschap van de jagers een broodmaaltijd in Hotel Nijhoving, waar verschillende goede wensen werden uitgesproken. De hoge gasten waren bijzonder voldaan over de prettige ontvangst, die hun in Hardenberg ten deel was gevallen. ’t Gereden parcours was bijzonder in de smaak gevallen al was de eerste run dwars door de bossen van de Rheezerbelten wel wat erg zwaar geweest”.


Toen, op 20 maart 1799: de ‘schoolmeester’ van Rheeze.

0320_Kroese


In het Statenarchief, bewaard in het Historisch Centrum Overijssel, vinden we in inventarisnummer 5799 een aantal stukken betreffende het ongeoorloofd lesgeven door J. Kroeze te Rheeze. Hij was kennelijk niet bevoegd als onderwijzer, maar oefende die functie toch uit.

Dit briefje schreef hij op 20 maart 1799 aan de toenmalige schoolmeester van Heemse, Gerrit Dorgelo, alwaar de kindertjes uit Rheeze eigenlijk naar school zouden moeten:
“Ik heb gisteren de insinuatie van UE aan mij aan de zijnen zoo gij se noemt bekend gemaakt en mij is van gedagte zijnen geseit met het schoolhouden maar voort te gaan onaangesien de sligte namen de gij mij geeft en houd UE en zine pretense getuigen voor lasteraars en eerrovers tot zoo lange mij dat wettelijk beweesen is. Nemant kan mij ook bewiesen dat ik zoo zedenloos en baldadig ooit geweest bijn als UE ouste soon die gij elders al hebt soeken te bevorderen tot den schooldienst, daar hij met nog ene op sondag den tienden deser op de straat voor de kark ten Hardenberg de menschen die naa de kerk gingen met sneekluiten tot in de kark duere toe heeft gesmeten. En wat mijn oproerigheid aanbelangt God weet hoe ik een viant byn van oproerigheden. Voor het overige wensche ik de zoogenaamde zijnen dat zij met er tijd een kundigen schoolmester hier kriegen, dat gun ik haar van herten. J. Kroese, Reese den 20 maard 1799”.

De markenrichter en de boermannen van Rheeze hadden in december 1798 een officieel verzoek bij de Staten ingediend om Kroeze te mogen aanstellen als schoolmeester te Rheeze. Dat verzoek was ‘gewezen van den hand’. De Heemser schoolmeester Dorgelo had daarom verwacht dat de boeren uit Rheeze hun kindertjes wel weer naar zijn school zouden sturen in plaats van een ‘privaten’ meester aan te stellen ‘in den befaamden persoon van Jan Kroeze’.

Uit het bewaard gebleven dossier blijkt dat Kroeze, voordat hij onwettig door de boermannen werd benoemd tot schoolmeester in Rheeze, had gewerkt als hospes op den Belt of Nijberg, op de grens bij de Venebrugge. Daar was hij in mei 1790 vertrokken, waarna hij was gaan zwerven. Hij had de boerderij op de Venebrugge in pacht gehad van burgemeester Van Borne, maar was – vanwege een niet meer te betalen pachtschuld – met de noorderzon vertrokken. Nu opeens stond ie in Rheeze voor de klas…


Toen, op 27 oktober 1932: aanleg Rheezerveenseweg.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 27 oktober 1932 werd deze bijzondere foto afgedrukt van de werkzaamheden bij de aanleg van de eerste verharde weg door Rheezerveen, de huidige Rheezerveenseweg.

Twee dagen later schreef ook onze lokale krant ‘De Vechtstreek’ over dit heugelijk nieuws:
“Rheezerveen. Het komt in orde. Het is een enorm stuk werk, dat de gemeente Ambt Hardenberg heeft aangepakt, door de weg door Rheezerveen te leggen. Onder de dagelijkse leiding van den heer Tuik, die de Heidemij vertegenwoordigt, is de ploeg werklieden geregeld bezig de aardebaan in orde te brengen. Dat kost nogal veel moeite, daar de ondergrond van den weg uit verwerkte dalgrond blijkt te bestaan. Al het verwerkte spul wordt verwijderd, terwijl het vaste zand nog een spit omgewerkt wordt. Daarna vindt aanvulling met behoorlijk bergzand plaats. Straks zal het verhardingsmateriaal worden aangebracht, waardoor het vooruitstrevende Rheezerveen uit haar isolement is verlost.”


Toen, op 12 april 1960: diamanten bruiloft in Rheezerveen.

Winkels te Rheezerveen

Op de door ds. E.J. Loor gemaakte kleurendia is het echtpaar te zien, leunend tegen de voorgevel van hun bescheiden huisje op ‘het veen’. Enkele maanden later, in februari 1961, overleed Jan Winkels op 88-jarige leeftijd.

Op 12 april 1960 vierden Jan Winkels en Willemina Roelofs dat ze zestig jaar daarvoor, op 12 april 1900, in het huwelijksbootje waren gestapt. Het Salland’s Volksblad schreef over hen:

“Ruim 400 meter van de weg die zich slingert door het wijde landschap van de buurtschap Rheezerveen, staat de eenvoudige woning van de fam. Winkels-Roelofs. Zij staat er temidden van opgaand geboomte zoals vogelkers, berken en enkele sparren. Men kan er niet komen dan via een hobbelige zandweg met diepe kuilen en plassen. Binnen in de woonkamer heeft het echtpaar het royale uitzicht over de Rheezerveense landerijen, waarop de boeren bezig zijn met aardappelpoten. Met een kennersblik gluurt de oude Winkels door de ramen en zegt in zichzelf gekeerd: ‘Dat was vroeger anders, toen werden ze met de schop en hak gepoot’. Weemoedig kijkt hij door de kleine ramen waarvan het uitzicht af en toe belemmerd wordt door een op en neer wiegende tak. Ze zijn gaarne tot praten bereid. Hun leven heeft zich gekenmerkt door hard werken en vroeg opstaan. Een sober bestaan in de venen.

Met hun zwaar verdiende geld kochten zij ’n boerderijtje in Rheezerveen. Voordien woonden zij enige tijd in de gemeente Avereest aan het Ommerkanaal. Jan Winkels, zo wordt hij in de dagelijkse omgang genoemd, werd in Dedemsvaart geboren op 11 oktober 1872. De bruid aanschouwde het levenslicht op 21 januari 1877 te Rheezerveen. Te voet aanvaardden zij de tocht naar het gemeentehuis in Ommen, alwaar zij in de echt werden verbonden. Ongeveer 15km van hun woonplaats verwijderd. Iedere week fietst hij nog naar Hardenberg. Uit hun huwelijk zijn 5 kinderen geboren: twee jongens en een meisje zijn nog in leven. Veel ziekte hebben deze krasse echtgenoten niet meegemaakt, al zijn hun de stormen van het leven niet onopgemerkt voorbij gegaan. Dankbaar zijn ze echter voor hun hoge ouderdom. Ze konden dinsdag 12 april op een dankbare en rijk gezegende dag terug zien.”