Categorie Stad Hardenberg

Toen, op 10 mei…

Begin 2007 gelukte het deze bijzondere foto te kopen op een Duitse internetsite. Het betreft een afbeelding, gemaakt door een Duitse soldaat, van de Vechtbrug bij Hardenberg. De militair heeft de foto gemaakt vanaf de kant van Heemse. Duidelijk is te zien dat het winkelpand van manufacturier Wamelink grote schade heeft geleden als gevolg van het opblazen van de brug. In de Voorstraat is het een drukte van jewelste. De brug is op 10 mei 1940 rond 5 uur ’s ochtends in de lucht gesprongen. Kort daarna werd met man en macht gewerkt om een noodbrug aan te leggen van planken en bomen (deze was enkele uren later klaar). In de Voorstraat staan voertuigen (automobielen en paard met wagen) te wachten om de Vecht te kunnen passeren.

Naar aanleiding van deze foto werden we door de familie Woertel uit Radewijk geattendeerd op het boek Storm uit het Noorden (C.B. Comelissen; 1985), waarin ook foto’s van de Vechtbrug bij Hardenberg ten tijde van de Duitse invasie zijn afgebeeld, echter niet exact dezelfde. In het boek wordt gemeld dat de foto’s zijn gemaakt door de Duitse luitenant Hanns-Ritter Klippert. Genoemde Klippert was altijd ‘bewapend’ met zijn onafscheidelijke fototoestel dat hij sinds ‘Polen’ voortdurend meevoerde en waarmee hij vele beelden onuitwisbaar heeft vastgelegd… zo ook deze bijzondere foto.


Toen, op 6 mei…

Deze briefkaart werd op 6 mei 1871 geschreven door de firmanten Albert Heetderks van Munster en diens zoon Jan Frederik, de uitbaters van het oude en beroemde Hotel van Munster aan de Voorstraat in Hardenberg. Middels dit kaartje, gericht aan de bierbrouwer F.W. van den Broek te Heumen bij Nijmegen, bestelde met 2 halve tonnen bier, franco af te leveren in Zwolle om vervolgens via de beurtschipper naar Hardenberg te laten transporteren.


Toen, op 2 mei…

Op 2 mei 1729, bijna drie eeuwen geleden, werd onderstaande akte geregistreerd door B.G. Kramer, de toenmalige stadssecretaris van Hardenberg. Voor hem en de burgemeesters Odink, Rigterink en Amsink verscheen die dag mr. Harm van der Straten. Deze tekende, namens zichzelf en als gevolmachtigde van Engbert van Stege (koster van de grote kerk in Zwolle), protest aan tegen de voorgenomen verkoop van een woonhuis in de Voorstraat in Hardenberg. Die verkoop zou plaatsvinden op verzoek van Thijs Kremer als erfgenaam van Battien Willems. Battien was de tante van Thijs’ vrouw. Het huis in de Voorstraat, gelegen naast Berend Bakker, werd ten tijde van de voorgenomen verkoop bewoond door de weduwe Anne Matekate (Maetkotte).

Het protest werd door Van de Straten aangetekend, omdat hij nog altijd ruim 85 gulden tegoed had. Dit bedrag was nog verschuldigd vanwege door hem geleverde materialen, arbeidsloon en kostgeld tot het opbouwen van voornoemde huijs

Procollandum aen het Stadgerigte van den Hardenbergh den 2 meij 1729.
Burgermeesteren Derck Odink, Harm(en) Rigterink en Hilbrand Amsink.


Compareerd in desen aghbaeren Gerigte mr. Harmen van der Straeten, soo voor sighselfs en als vaeder en momboir over sijne eigene kinderen, alsmede momboir over de onmundige kinderen van e(dele) Engbert van Stege, custos van de Grote Kerk tot Zwolle, in desen geassisteerd met sijn bediende procureator Baerselman, met de uijterste bevreemdinge alhier komende te vernemen, dat Thijs Kremer, hem noemende als erfgenaem van Battien Willems gedenkt te verkopen het huijs van wijlen de voornoemde Battien Willems, soo tegenswoordigh bewoond word door Anne Maetkotte, gelegen in de Voorstraete naest Berent Backer. Voorts dat hij mede voornemens is te verkopen de grond of huijsplaetse waerop het ….huijs gebouwt is.

Hebbende hij comparant op het voorschr(even) huijs een praetensie van vijfentachentigh guldens, veertien stuijvers met de interesse van dien a tempore morae, heerkomende van geleverde materialen, arbeidsloon en kostgeld tot het opbouwen van voornoemde huijs verstrekt, gelijk t’ersien uijt de specificque rekeningh soo ten overvloed bij desen word overgegeven. Voorts dat hij comparant en in de voornoemde qualiteit praetendeerd eigenaers te sijn van de grond of huijsplaetse, gelijk men ten allen tijden soo nodigh in cas van dispuit sal kunnen aentonen, en doen geblijken. Dat hij Thijs Kremer op of aen het voorgemelte huijs geen meerder reght of praetensie heeft als voor een s(omm)a van tachentigh guldens, soo sijn vrouwen moeije Battien Willems sal(ige)r daerop verschoten heeft, en alsoo niet bevoeght veel min beregtigt dit huijs met de grond te verkopen, waerom men niet heeft kunnen of willen stil sitten en ieder die voornemens mogte sijn dit huijs met de grond te willen kopen te waerschouwen haer daervan te onthouden, want men sulks aen dese sijde nooit, immers niet soo lange hierin nae reghte sal sijn gedediceerd, sal condeschenderen of toestaen, waerom men daertegens ten eierlijksten reghtens doed protesteren, met versoek dat dese acte opentlijk aen hem Thijs Kremer en een ieder magh worden voorgelesen, om haer daer nae te kunnen reguleren, en sulks geschied sijnde, hierop te relateren om te strekken als nae reghte. Alles onder dierbare protestatie van kosten, schaeden en interessen hierdoor bereids geleden of nogh verder te lijden.

Jan Valkman, stadsdienaar, relateerd dat hij dese acte van protest aen Tijes Cremer aen het huis van Fredrik Bloemers op de verkopinge heeft voorgelesen. Actum Hardenbergh den 2 meij 1729. In fidem, B.G. Kramer, secret(aris).


Toen, op 29 maart…

In het contentieus archief van het stadsgericht Hardenberg worden o.a. zgn. Interrogatoria bewaard. Dit zijn ondervragingen van burgers onder solemneelen (plechtige) eed. Een van die interrogatoria betreft de ondervraging van een aantal burgers betreffende de deseurteur Christiaan Strieber. Hij was gearresteerd door het stadsbestuur:

Wij H. Leuveling, Jasp(er) Zweers, G. Nijman en D.J. Santman, uitmakende het Intermediair Administratif Gemeentebestuur der Stad Hardenbergh, doen te weeten dat op heeden voor ons en ter requisitie van den sergeant C. Weber in ’t 3e bataillon Bataafsche Jaagers, Frederik Amsink, woonende alhier, onder solemneelen eede, als naar Landrechte, is verklaard, dat Christiaan Strieber, inwoonder deezer stad, en op eergisteren door ons ter requisitie van gem(elde) sergeant in civil arrest genoomen en alnog bewaard wordende, is een deserteur van de Bataafsche Armee, geevende daartoe voor reeden van wetenschap dat gem(elde) C. Strieber, bij gelegendheid dat ‘er voor eenigen tijd een generaal-pardon voor alle deserteurs was gepubliceerd, ten zijnen huize ’s morgens bij hem voor ’t bed gekomen was, en als toen gezegd: ‘de Hoere, dat Beest (: meenende daarmeede zijne tegenswoordige vrouw) wil mij nu niet hebben; wat ben ik nu een ongelukkig kaerel, als ik, nu met ’t generaal pardon, na mijn battaillon was gegaan, dan was ik een vrij man, en nu ben ik een schelm en moet agter lands loopen’.

Voorts is gecompareerd Margaretha Elisabeth Amsink, en heeft voor ons en ter requisitie van opgem(elde) sergeant, meede onder solemneelen eede verklaard dat voorschr(even) C. Strieber is een deserteur van ’t 3e battaillon Bataafsche Jagers van de 6e compagnie; geevende voor reeden van wetenschap zulks uit den mond zijner tegenswoordige vrouw Hendrikjen Haamberg, voor dezelver trouwen, te hebben gehoord.

Nog is gecompareerd Hermannus Amsink, en heeft voor ons almeede ter requisitie van voorschr(even) sergeant onder solemneelen eede verklaard dat gem(elde) C. Strieber is een deserteur van de Bataafsche Armee, geevende voor reeden van wetenschap dat hij zulks uit den mond van zijne eigen huisvrouw Hendrika ten Brinke (die thans alhier in ’t kraambed is liggende) te hebben gehoord, welke ’t zelve uit den mond van de tegenswoordige vrouw van C. Strieber, Hendrikjen Haamberg, voor derzelver trouwen, hadde gehoord.

Eindelijk zijn gecompareerd Jan Berend ten Broeke en vrouw Willemiena Raasink, dewelke almeede ter requisitie van opgemelden sergeant voor ons een ijder voor zich onder solemneelen eede hebben verklaard dat Christiaan Stieber opgem(eld) is een deserteur van ’t 3e battaillon Bataafsche jagers van de 6e compagnie, geevende voor reeden van wetenschap dat den tegenswoordige huisvrouw van C. Stieber, Hendrikjen Haambergh, voor haar trouwen met denzelven zulks aan haar hadde verklaard.

Zijnde den eersten comparant F. Amsink oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de tweede comparant M.E. Amsink oud 23 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de derde comparant H. Amsink oud ongeveer 30 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwnat. Zijnde de vierde comparant J.B. ten Broeke oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant. Zijnde de vijfde comparante W. Raasink oud ruim 54 jaaren en met den sergeant C. Weeber niet verwant.

Des ten oirkonde is deezen met onzes stads-zegel en des secretaris subscriptie bekrachtigd. Actum Hardenbergh, den 29 maart 1801, anno 7e Lib. Batavae. Ter ordonnantie, Antoni van Riemsdijk, secretaris.


Toen, op 12 maart…

Op 12 maart 1853 verleed notaris Willem Swam de akte van van scheiding en verdeling van de tot dan toe nog gecombineerde marke van Hardenberg en Baalder.

De bestuurders van de marke Hardenberg waren: Simon Bromet (markerichter), landbouwers Berend Jan Meilink, Engbert Zweers, Gerrit Jan Rigters, Hermannus Zweers en Harm ten Broeke, deurwaarder Hendrik Edelijn en barbier Hendrik Kampherbeek

De bestuurders van de marke Baalder waren: Albert Kampherbeek, Albert Huisjes, Jan Hendrik Reins, Berend Venebrugge en Gerrit Hakkers.

De markegronden in de kadastrale gemeente Ambt Hardenberg besloegen nagenoeg 500 bunder en in de kadastrale gemeente Stad Hardenberg ging het maar liefst om 1400 bunder. Het totale gezamenlijke bezit had daarmee een oppervlakte van 1895 bunder, 25 roeden en 10 ellen. De gerechtigde burgers van Stad Hardenberg konden aanspraak maken op 85/145e gedeelte en de gewaarden of gerechtigden in de marke Baalder op het overige 60/145e deel.

Buiten de verdeling bleef bijna 22 bunder die men moest afstaan aan de Overijsselsche Kanaalmaatschappij ten behoeve van de aanleg van het kanaal Almelo-de Haandrik, maar ook de gronden, in de wandeling bekend als de Burgerkampen, zou men op een later moment nog verdelen.

Fragment van de voor de scheiding vervaardigde topografische kaart, anno 1852, van de hand van landmeter van het kadaster De Vries Hofman.