Categorie Wereldoorlog II

Toen, op 11 januari… bommen op Kloosterhaar

Dit document wordt bewaard in het archief van de brigade Hardenberg van de Marechaussee te Hardenberg. Opperwachtmeester Anne de Jong van de post Bergentheim berichtte hiermee aan zijn groepscommandant te Hardenberg dat op 11 januari 1944 door waarschijnlijk een geallieerd vliegtuig bommen waren afgeworpen in de omgeving van Kloosterhaar…

De schade beperkte zich tot ruiten en dakpannen van de woningen van Hendrikus Godeke en Lamberdina Nijland (E-56c), Jan Schepers en Wichertje Dorman (E-19) en Gerrit Jan Potgieter en Gerritdina Meijerink (E-8).


Toen, op 28 november: Bommen op Diffelen

In het archief van de Hardenbergse marechausseebrigade treffen we dit briefje aan, gedateerd 28 november 1944, vandaag exact tachtig jaar geleden. De onderluitenant rapporteert hierin aan de commandant van de marechaussee in het gewest Arnhem dat in de nacht van 27 op 28 november, ’s nachts rond 2 uur, in de buurtschap Diffelen een drietal vliegtuigbommen zijn neergekomen. Twee ervan kwamen terecht in een bouwland en brachten nagenoeg geen schade aan. Een derde echter kwam neer op de boerderij van de de familie Hekman (geadresseerd: F 22). De boerderij, door Hekman gehuurd van Harm Scholten aldaar, werd totaal verwoest. Gerrit Jan Hekman (44 jaar) en diens knecht Derk Jan Plaggenmarsch (25 jaar) kwamen bij de aanslag om het leven. De overige gezinsleden kwamen er ongedeerd vanaf. De oorlogsslachtoffers Gerrit Jan Hekman en Derk Jan Plaggenmarsch liggen begraven op het oude kerkhof Nijenstede in Hardenberg.


Van Ittersum

In het zgn. ‘beheerdossier Van Ittersum’ is dit document bewaard gebleven, gedateerd 29 juni 1949. Hierin verklaart Aaltje Huisjes, de weduwe van Eewout Cornelis de Bruijn, dat zij vanaf de bevrijding op 6 april 1945 tot 27 mei 1947 geen huur heeft betaald, wegens onvermogen.

De weduwe De Bruijn huurde een woonhuis in Hardenberg (sectienr. A-190 / huisnr. A-211; later Doelendwarsstraat 2) van wijlen Willem Christiaan Theodoor baron van Ittersum. Het ‘foute baronnetje’ (lid van de N.S.B.) was op 26 september 1945 overleden in het strafkamp bij Dalfsen.

?

Toen, op 2 maart 1945: verzetsmensen gefusilleerd.

De 2de maart 1945 was een inktzwarte dag in de geschiedenis van onze streek. Op die dag werden bij Varsseveld 46 mannen door de Duitsers als represaille gefusilleerd, onder wie 12 mannen uit Bergentheim, Beerzerveld en omgeving. Zij waren alle lid van het actieve verzet.

De mannen waren eerder dat jaar (half januari) gearresteerd en via ’t kamp Erica bij Ommen en het Huis van Bewaring in Almelo overgebracht naar de gevangenis De Kruisberg bij Doetinchem. Op 26 februari werden vier Duitsers door leden van de ondergrondse knokploeg gedood door ophanging. Uit represaille werden 46 politieke gevangenen door de Duitsers uit De Kruisberg gehaald en in een korenveld doodgeschoten. Onder de 46 gefusilleerden waren deze 12 mannen uit Bergentheim en omgeving

– Albert Bols (19-12-1909), Bergentheim, 35 jaar

– Gerrit Griemink (09-11-1917), Bergentheim, 27 jaar

– Gerrit Luichies (09-08-1886), Brucht, 58 jaar

– Gerrit Jan Ormel (13-11-1910), Kloosterhaar, 34 jaar

– Derk Jan te Rietstap (07-04-1913), Kloosterhaar, 31 jaar

– Geert Salomons (10-06-1914), Bergentheim, 30 jaar

– Hermannus Schuurman (25-02-1914), Bergentheim, 31 jaar

– Roelof Seinen (19-09-1912), Bergentheim, 32 jaar

– Willem v.d. Sluis (03-04-1910), Bergentheim, 34 jaar

– Albert Timmerman (11-01-1898), Bergentheim, 47 jaar

– Wolter Oordt (27-08-1919), Beerzerveld, 25 jaar

– Hermannus Grendelman (16-06-1913), Beerzerveld, 31 jaar


Toen, op 24 februari 1944: bommenwerper crasht in Baalder.

Het Salland’s Volksblad van 26 februari 1954 doet verslag van de gebeurtenissen op 24 februari 1944 in Baalder:
“Tien jaar geleden… Woensdag 24 februari jl., des middags omstreeks 12 uur, was het tien jaar geleden dat een brandende bommenwerper in de buurtschap Baalder uit de lucht viel. Bij de heer A.J. Reinders hadden zich de bewoners van het huis in de kelder verscholen. Zij kwamen ongedeerd te voorschijn, nadat een bom op hun huis was gevallen, dat verpletterd werd. Bij de weduwe J.H. Altena viel een bom, die niet ontplofte in de paardenstal. De brandende bommenwerper zelf viel slechts enkele meters van hun woning neer. Zes piloten vonden hierbij de dood.”

Op het staartstuk van de grotendeels verbrande B24-bommenwerper stond: F 27567 +E. Door het exploderen van bommen werd de boerderij van Albert Jan Reinders en echtgenote Jennigje Hakkers grotendeels verwoest. Algehele nieuwbouw bleek noodzakelijk. Langs de Gramsbergerweg werd veel glasschade veroorzaakt. Persoonlijke ongevallen deden zich niet voor. Omdat meerdere niet-geëxplodeerde bommen ter plaatse lagen, werden enkele woningen uit voorzorg ontruimd.

Het aan brokken verspreid liggende vliegtuig werd door personeel van de Duitse Wehrmacht bewaakt. Vijf bemanningsleden kwamen bij de crash om het leven. Drie mannen waren onherkenbaar verminkt, c.q. verkoold. De Amerikaanse vliegers werden eerst begraven op het kerkhof Nijenstede in Hardenberg, maar in oktober 1945 overgebracht naar de begraafplaats voor Amerikaanse oorlogsslachtoffers te Margraten.

De slachtoffers waren:
Robert A. Blomberg, 2nd lieutenant, commandant
John J. Sheppard, sergeant, gunner
Edward T. Cooper, sergeant, gunner
Richard E. McCormick, sergeant, engineer
John Gunning, sergeant, squadron-armament-chief