het geheugen van hardenberg

Toen, op 26 juli 1865: meester Hendrik Baarschers.

schoolmeester Baarschers

De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 26 juli 1865, vandaag precies anderhalve eeuw geleden, schreef:
“Wij hebben kennis gemaakt met een klein boekje, dat ons meer genoegen gaf dan menig werk van geleerde schrijvers. En waarom? Omdat alles wat erin geschreven is, zoo duidelijk en helder is voorgesteld dat het zelfs door kinderen wordt begrepen en in eene lang reeds gevoelde behoefte voorziet. Het boekje is getiteld: ‘De kinderen van den buitenman’, een schoolboekje, bevattende korte lessen over landhuishouding, door H. Baarschers, onderwijzer te Hardenberg.

In meer dan vijftig lesjes worden verschillende den land- en tuinbouw, de veeteelt en natuurkunde betreffende onderwerpen, op eene aangename en bevattelijke wijze behandeld. Is het boekje door den geachten schrijver meer bepaald voor de kinderen van den buitenman geschreven, het is niettemin te wenschen dat het op de stadsscholen evenzeer zal worden gebruikt, want maar al te zeer blijven bij onze leerlingen in de groote steden onkunde en onverschilligheid heerschen nopens alles wat den landbouw en landhuishoudkunde betreft en wij zeggen niet te veel wanneer wij verwachten dat dit boekje bij de kinderen belangstelling zal doen ontstaan in eene met ons volksbestaan zoo naauw verbondene zaak.

Het boekje vordert zeker geene aanbeveling, het zal zijn weg wel vinden, vooral bij het gunstig oordeel, door den hoogleeraar L. Mulder, hoofdredacteur der Landbouw-Courant, in een voorwoord er over uitgesproken. Maar wij wilden er al dadelijk de aandacht op vestigden, opdat allen, die tot het onderwijs in eenige betrekking staan, het mogen leeren kennen. De uitvoering door den uitgever, den heer Tjeenk Willink te Zwolle, is zeer netjes en doelmatig. Als lesboekje voor de hoogste klassen der lagere school is het uitmuntend te gebruiken.”

Het boekje van meester Baarschers kostte destijds 30 cent, vooral samengesteld voor de avondscholen op het platteland.

Hendrik Baarschers was in 1823 geboren in Zwolle en op 5 maart 1853 te Stad Hardenberg getrouwd met Wilhelmina Heebink uit Herwijnen. Baarschers was hoofdonderwijzer aan de openbare lagere niet gesubsidieerde school in Hardenberg. Hij onderwees zowel overdag als ’s avonds (dagschool en avondschool). In 1866 kreeg Baarschers een eervolle vermelding van ’t Nederlandsch onderwijzers-genootschap voor het schoonschrijven van zijn schoolleerlingen. Het echtpaar kreeg een dochter, genaamd Barbara, en een zoon, genaamd Hendrik Jan, maar deze overleed al op 10-jarige leeftijd in januari 1867.

schoolmeester Baarschers

Een paar maanden later, op 10 mei 1867, schreef het Algemeen Handelsblad:
“Gaarne vestigen wij de bijzondere aandacht van onderwijzers der lagere school, vooral ten platten lande op een werkje van den heer H. Baarschers, onderwijzer te Hardenberg, waarvan onlangs de derde druk is verschenen. Onder den titel van ‘de Kinderen van den Buitenman’, behandelt de schrijver de voornaamste onderwerpen uit het gebied der landhuishoudkunde. Stelselmatige behandeling heeft de heer Baarschers te regt vermeden. Verhalenderwijs doet hij nu hier dan daar een greep uit hetgeen de dorpsjeugd dagelijks rondom zich ziet; de opstellen zijn los en vloeijend geschreven en daardoor zeer geschikt om bij de oefening in het lezen te worden gebruikt, natuurlijk door eenigzins gevorderde leerlingen.

Het denkbeeld, om op deze wijze de leerstof der lagere school te doen dienen bij het onderrigt in de eigenlijk gezegde leervakken (lezen, schrijven en rekenen) is niet nieuw; het werd reeds meermalen ook op andere onderwerpen toegepast. Het ware echter zeer te wenschen, dat dit nog meer algemeen bijval vond en dat alle schrijvers van schoolboeken bij de verwezenlijking van dit denkbeeld, zoo gelukkig slaagden als de heer Baarschers. De ongerijmde klagt over de verbazende kunde, welke tegenwoordig en in de onderwijzers en in de leerlingen der lagere school wordt gevorderd, zou dan weldra niet meer worden vernomen. Het boekje wordt, wat den inhoud betreft, aanbevolen door Dr. L. Mulder, o.a. bekend als hoofdredacteur der Landbouw-Courant.

Bij denzelfden uitgever (W.E.J. Tjeenk Willink te Zwolle) verschenen een 1ste, 2de, 3de en 4de leesboekje voor eerstbeginnenden, mede van den heer Baarschers. Ook deze boekjes schijnen met veel oordeel te zijn samengesteld. Er zijn reeds onderscheidene drukken van verschenen.”

In 1868 zouden nog een drietal rekenboekjes van zijn hand verschijnen. In 1873 verliet het echtpaar Baarschers Hardenberg. Zij vestigden zich in Putten, alwaar Hendrik was benoemd tot onderwijzer en eerste vader van het Weeshuis (die functie bekleedde hij daar van 1873 tot 1880). Het laatste boekje door Baarschers geschreven verscheen in 1895, getiteld ‘Mijn legaat aan de Vaderlandsche Jeugd’.

Hendrik overleed in 1907. In de krant ‘Het nieuws van den dag’ stond:
“De heer Hendrik Baarschers, vroeger hoofd eener school te Hardenberg, is ten huize van zijn neef, den Heer C. Harberts alhier, overleden in den hoogen ouderdom van 83 jaar. De overledene was algemeen bekend in de schoolwereld door zijne schoolboekjes.”


Toen, op 25 juli 1959: Servicestation Oostloorn.

garage Oostenbrink Oostloorn

Deze foto is gemaakt op 25 juli 1959. Deze jongens uit Heemse gingen onder leiding van de heer Mulder enkele dagen met de fiets op zomerkamp naar Drenthe. De dame in het rode mantelpakje is mevrouw Loor-Met en voor haar, naast de fiets, staat haar zoon Marius. Achter Marius staat meester Habers en diens zoon Ben kijkt net even om. De groep staat opgesteld voor het servicestation Oostloorn van Henk Oostenbrink aan de Haardijk (nu tankstation annex garagebedrijf Mastebroek). Wie herkent nog meer geportretteerde jongens?

onder meer de reactie van Albert Jan Rosink:
Dit is een groep uit Heemse en Bergentheim. Op weg naar Dwingelo. Georganiseerd door de herv. kerken Heemse en Bergentheim. Op de foto achter de jongen met licht geblokt overhemd Jan de Lange (met bril), daarnaast licht overhemd Jan Veneman. Dan de kleinste ikzelf, Albert Jan Rosink en daarvoor de langste Gerrit Tijink. Vier kameraden die meegingen naar camping De Noordster in Dwingelo. Vlgs mij waren de twee Siny’s Veldsink uit Heemse er ook bij als begeleiding.


Toen, op 15 juli 1867: over de voortvluchtige magnetiseur.

Naar aanleiding van een oproep in de Provinciale Overijsschelsche en Zwolsche Courant, vestigde Christianus Johannes van der Scheer zich op 15 juli 1867 in Heemse. Hij was apotheker, maar liep al snel tegen de lamp…

oproep voor een apotheker

Hij kwam uit een gegoede familie en was op 25 november 1823 te Coevorden geboren. Voordat hij naar Heemse kwam, was hij al diverse malen met justitie in aanraking geweest: “Hij is een zeer doldriftig mensch, tot alles in staat en de gansche buurt is bevreesd dat hij den boedel in brand zal steken”.

Het was laat in de avond toen hij in januari 1866 zijn vrouw Hermanna Slingenberg en zijn kinderen mishandelde, waarna hij hen buiten de deur zette. Hierop greep hij een bijl en verbrijzelde bijna alle spullen van zijn vrouw. Wat er van over was, liet hij bij zijn schoonmoeder bezorgen. Zijn vrouw vroeg echtscheiding aan. In de archieven wordt verhaald: “Terwijl hij de onder hem berustende goederen dagelijks voor een spotprijs onderhands verkoopt, ten einde aan geld te geraken om zijn ongebonden leven voort te kunnen zetten; dat hij dagelijks en veelmalen ’s nachts in opgewonden toestand bij de straat zwerft en lage sujetten tot gezelschapshouders heeft, zoodat hij teregt door een ieder wordt verafschuwd”. Ook liet de apotheker rattenkruid op tafel liggen in een onafgesloten woning. Van zijn voormalige apotheek was trouwens de helft zoek en de rest “slingert in de schromelijkste verwarring door elkaar”.

Van der Scheer, men noemde hem “het Schandaal”, deed niets anders dan het leven van zijn vrouw en haar familie zo zuur mogelijk maken. Hij dreigde zelfs eens notaris Slingenberg om het leven te brengen. Met dit verleden kwam Christianus op 15 juli 1867 zonder vrouw en kinderen in Heemse wonen. In het najaar wilde hij, waarschijnlijk om ingrediënten voor zijn apotheek te halen, naar Pruisen reizen. Hiervoor had hij een buitenlands paspoort nodig en door de burgemeester werd zijn signalement opgetekend. De apotheker was 1,76 meter lang, had een ovaal aangezicht, breed voorhoofd, blauwe ogen, gewone neus en mond, ronde kin en donkerbruin haar.

Van der Scheer woonde nog maar net in de gemeente Ambt Hardenberg of hij kwam opnieuw in aanraking met justitie. Ditmaal kreeg hij te maken met de rechtbank in Deventer. Uit diverse processtukken blijkt dat hij in oktober 1868 werd veroordeeld wegens het bedrijven van magnetisme!

De apotheker had deze geneeskunst uitgeoefend, hoewel hij daartoe niet bevoegd was.Toch raadde de burgemeester de officier van justitie aan om Van der Scheer niet gevangen te zetten, omdat veel van zijn patiënten bij het magnetisme heil vonden. Uit een latere verklaring blijkt dat Christianus aan lager wal was geraakt. Hij had zelfs niet de middelen om zijn apotheek geheel volgens de wet in te richten en van de nodige ingrediënten te voorzien. Hiervoor werd hij ook weer veroordeeld. Een verzoek om gratie aan Zijne Majesteit Koning Willem III werd niet gehonoreerd.

Waarschijnlijk werd de grond hem te heet onder de voeten. Nog in hetzelfde jaar werd een opsporingsbevel uitgevaardigd voor Christianus Johannes van der Scheer. Zijn apotheek had hij onbeheerd achtergelaten. De sleutel van zijn woonhuis, met daarin zijn apotheek en een openstaande “vergiftkast”, liet hij achter bij zijn buurman. Op scheepslijsten is de apotheker niet aangetroffen. Wellicht is hij, met zijn verkregen paspoort voor Duitsland, via Hamburg of Bremen naar Noord-Amerika vertrokken. Volgens gegevens van de werkgroep genealogie te Coevorden is hij in mei 1878 in Chicago, Illinois gestorven.

zie artikel van Dinah Hesselink-Zweers over emigratie


Toen, op 12 juli 1915: blikseminslag bij Geerligs.

onweer

Het Sallands Volksblad van vrijdag 16 juli 1915 meldde:
“Gramsbergen. Tijdens het onweer van maandagmorgen den 12 dezer sloeg de bliksem in het dak der woning van den timmerman G.J. Geerligs alhier.

Een eiken balk van den zolder in de keuken werd finaalweg half door gespleten; een spiegel, schilderij en wat aardewerk werd verbrijzeld. De bliksem schijnt zich een uitweg gebaand te hebben door een ruit boven de deur; ook een daarvoor staande boom is nog beschadigd. Wonder mag het heeten dat de drie in het vertrek aanwezige vrouwen geen letsel hebben bekomen. Een begin van brand werd nog spoedig gebluscht.”

Opmerkelijk is de zinsnede: ‘finaalweg half door gespleten’. Was de balk finaalweg doormidden of half door…? Hoe dan ook kwam de familie Geerligs er goed vanaf.

De portretten tonen Gerrit Johannes Geerligs en diens echtgenote Hendrika Schottert (met dank aan dhr. G.J. van der Plas te Enschede). Hun boerderijtje stond aan de Kerkstraat (nu Stationsstraat) in Gramsbergen, schuin tegenover de hervormde kerk.

familie Geerligs
Bevolkingsregister.

Toen, op 11 juli 1859: oprichting van het scherpschuttersgilde.

De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 13 juli 1859 meldde:
“Hardenberg, 11 juli. Enige der voornaamste ingezetenen der gemeente Stad- en Ambt Hardenberg, Stad- en Ambt Ommen, Gramsbergen en Avereest, hebben het plan gevormd, om een scherpschuttersgilde op te richten, te welker einde op den 29 dezer in de herberg de Wolf in Ambt Ommen een vergadering van belanghebbenden zal gehouden worden.”

De ingezetenen van de zes gemeenten besloten dus gezamenlijk en op eigen initiatief tot de oprichting van een scherpschuttersgilde. De vergadering zou worden gehouden in ‘de Wolf’, oftewel in de herberg die we nu kennen als ‘de Hongerige Wolf’ in Stegeren.

Volgens Wikipedia is of was een scherpschutter: ‘Een militair of een politieman die gespecialiseerd is in het raken van een doel op lange afstand met één enkel geweerschot. Een scherpschutter opereert in een sectie, in groepsverband met de andere troepen.’

jachtgezelschap

Hoewel de bij dit bericht geplaatste foto niet kan worden toegeschreven aan het scherpschuttersgilde, is het wel te dateren in het derde kwart van de 19de eeuw. We zien een viertal jagers met honden en gevangen wild. V.l.n.r.: Jan Berend Bolks (geb. 1828), Willem baron van Ittersum (geb. 1838), Frederik Heetderks van Munster (geb. 1849) en Jan van Barneveld (geb. 1839).