Op 13 september 1761 maakte Gerrit Warners bij de aangifte van de 50ste penning van verkopingen en collaterale successiën bekend dat hij veertien dagen eerder een-zesde part van het veneplaatse Warners genaamd, gelegen op ’t Collendoornerveen, voor de somma van 195 gulden had aangekocht van de vrouw douairière Rammelman te Delden.

Op 14 maart 1771 werd door de schout een zgn. ’taxatie van de goederen’ geregistreerd op verzoek van de graaf van Rechteren, heer van Gramsbergen, horende onder de havezate te Collendoorn. Genoemd werden de volgende erven en de bijbehorende bezittingen: het Huis te Collendoorn, erve Ruitmink, erve Hamhuijs, erve Stoevebeld, erve Klaas Jan, en erve Warners. De taxatie was verricht door burgemeester Derk Jan Rustenberg te Hardenberg en Hendrik Odink, te Collendoorn woonachtig. De totale waarde was 25.470 guldens.

In het rechterlijk archief van het voormalige schoutambt Hardenberg wordt een akte bewaard, gedateerd anno 1774, betreffende de overdracht van de halfscheid van de veenplaats Warners genaamd op het Collendoornerveen, door Gerrit Warners en zijn huisvrouw Janna Alberts, aan R.B.R. graaf van Rechteren, heer van Gramsbergen en Collendoorn, etc., etc, etc. Het andere deel van de genoemde Veenplaats was al in bezit van de graaf. Het verkopende echtpaar betrof Gerrit Egbertjes, genaamd Warners, en zijn echtgenote Janna Alberts Warners. Zij was geboren op ’t Warners en hij was afkomstig van ’t Rheezerveld. Ze waren op 14 april 1742 in Heemse getrouwd.

Op 14 november 1820 verbleef notaris Antoni van Riemsdijk op den huize en goed Welgelegen, numero 43, te Heemse. Hij deed dat op verzoek van de hoogwelgeboren jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Maria Clara gravin van Rechteren, lid der ridderschap van Overijssel en breedgeërfde, wonende op Huize Heemse, numero 56 te Heemse. De jonkheer was eigenaar geworden van de havezate Collendoorn door een testamentaire dispositie van 10 april 1818 van zijn schoonvader Christiaan Lodewijk graaf van Rechteren tot Collendoorn, weduwnaar en boedelhouder van vrouwe Ermgard Ebella Juliana baronesse van Raesfelt. Op de bewuste 14e november hield Van Riemsdijk een inventarisatie van de boedel en nalatenschap van de graaf. Tot diens bezittingen behoorde het erve Warners te Collendoorn, bestaande uit deszelfs bouwmanswoning, schuur en schapeschot, numero 2 (aktenr. 233).

Bij de aanvang van het kadaster in 1832 werd ’t Warners op ’t Collendoornerveen geregistreerd als sectie B-185 op legger 101 ten name van jonkheer Jacob van Foreest van Heemse.

Fragment van oorspronkelijke kadastrale minuutkaart, anno 1832.

In de zomer van 1842 gingen vele bezittingen van jonkheer Van Foreest – op diens eigen verzoek – onder de veilinghamer. Het 103e perceel betrof de oostelijke halfscheid van het erve het Warnders te Collendoornerveen, bestaande in een huis met grond en wheere, met het schapeschot, bekend onder sectie B-185. Landbouwer Gerrit Batterink uit Haaftenkamp bood bij inzate 726 gulden. Bij de definitieve veiling werd het bod verhoogd tot 826 gulden door landbouwer Hendrik Doezeman uit Collendoornerveen. Bij de definitieve veiling verbleef het kavel voor hetzelfde bedrag aan Doezeman. Bij de daarop volgende gecombineerde veiling van kavels 103 en 104 werd het hoogste bedrag geboden door Lefert Veltink, landbouwer te Bergentheim, namelijk 1612 gulden. Uiteindelijk besloot jonkheer Jacob van Foreest van Heemse dat het geboden bedrag te laag was en daarom werd de verkoop niet gegund.

Fragment van kaart met geprojecteerde aanleg van het kanaal van de Dedemsvaart naar Heemse (nimmer gerealiseerd), anno 1848.

Legger 101/72: Sectie B-185. Huis en erf.

Notaris Willem Swam begon op 8 februari 1849 met de eerste inzate van de publieke veiling van diverse onroerende goederen, op verzoek van:
– jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, wonende op den Huize Heemse
– vrouwe Juliana Louisa van Foreest van Heemse, echtgenote van Johannes van Driel, te Zwolle
Het eerste veilingkavel betrof de onverdeelde halfscheid (helft) van het erve Warnders op het Collendoornerveen, toebehorende aan jonkheer Jacob van Foreest van Heemse. Het tweede veilingkavel betrof de andere halfscheid (helft) van ’t erve Warnders, toebehorende aan vrouwe Juliana Louisa van Driel-van Foreest van Heemse. Twee weken later, op 22 februari, vond de definitieve veiling plaats. De gecombineerde percelen, plus omliggende gronden, werden gemijnd door Jannes Schrotenboer voor 2.412 gulden. Wederom twee weken later, op 7 maart, vond de gunning plaats, waarbij Schrotenboer verklaarde het erve te hebben gekocht in opdracht van landbouwer Gerrit Holleboom te Collendoornerveen voor 1042 gulden (aktenr. 1491, 1500 en 1504).

Legger 833/5: Eigendom van Gerrit Holleboom en echtgenote Gesina Schrotenboer, landbouwers aan de Dedemsvaart (later te Collendoorn). Zij zijn op 21 mei 1841 getrouwd in Heemse. In 1863 hermeting. Over op:
Legger 833/28: Nieuwe sectie B-4155. Huis, schuren en erf in ’t Collendoornerveen. Na het overlijden van Gerrit, op 25 oktober 1868 in ’t Collendoornerveen, verviel de eigendom aan zijn kinderen, onder wie zoon Albert Holleboom. In 1871 volgde verkoop. Over op:
Legger 3052/12: Eigendom van Gerhardus Lenters en echtgenote Zwaantjen Gerrits, en mede-eigenaren. Zij waren op 14 augustus 1863 getrouwd te Heemse. Huisnr. M-3. Huis, schuur, erf en schaapskooi. Zwaantjen overleed op 36-jarige leeftijd, op 6 mei 1878. Haar man Gerhardus overleed op 3 oktober 1880 toen hij nog maar 41 jaar oud was.

Notaris Gerard de Meyier beschreef op 15 oktober 1880 de nagelaten boedel. Tot de onroerende goederen behoorden drie huizen en erven met schuur, schaapskooi, bouwland, weiland, broekgrond, heide, veen en zandgrond, staande en gelegen te Collendoornerveen, o.a. sectie B-4155 (aktenr. 329).

Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1880.

Vervolgens zouden hun minderjarige kinderen, geholpen door voogden, in 1887 overgaan tot verkoop. Over op:
Legger 3340/6: Eigendom van Evert Gerrits (oudere broer van Zwaantjen) en echtgenote Zwaantje ter Wijlen. Zij waren op 18 januari 1884 getrouwd in Heemse. Huisnr. M-3. Evert Gerrits (ook genaamd Everts) overleed op 13 februari 1911, op 74-jarige leeftijd. De eigendom verviel daarmee voor de helft op zijn weduwe en de andere helft op de drie kinderen: Gerhardus (Graats) Everts, Zwaantje Everts en Johanna Hermina Everts. In 1912 sloop en stichting. Over op:

Kadastrale hulpkaart, anno 1912.

Legger 3340/26: Nieuwe sectie B-6554. Huis, schuren en erf. In 1919 successie. over op:
Legger 8191/15: Eigendom van Gerhardus Everts of Gerrits, Johanna Hermina Everts of Gerrits en Hermannus Veurink en echtgenote Zwaantje Everts of Gerrits. Zij waren op 28 augustus 1908 getrouwd in Heemse. In 1927 stichting (in archief bouwvergunningen pas geregistreerd in 1932). Over op:
Legger 8191/17: In 1947 opgenomen in de ruilverkaveling. Over op:

Veldwerkkaart, anno 1947.

Legger 8191/26: Nieuwe sectie O-558. Boerderij, bouw- en weiland en heide aan de Wandersweg. In 1970 verkoop deel van perceel. Over op:
Legger 8191/28: Nieuwe sectie O-1152. Huis, schuur, erf, bouw- en weiland aan de Venneweg 19. In 1971 verkoop. Over op:
Legger 14224/34: Nieuwe sectie O-1215. Huis, schuren, tuin, erf en bouwland aan de Venneweg 19. Eigendom van Jan Altena sr. (geb. 18-06-1911) en echtgenote Annigje Hutten.