In 1920 verleende de gemeente Stad Hardenberg vergunning voor de bouw c.q. plaatsing van een houten barak voor de legering van militaire politie, als opvolger van de grenswacht. Het Ministerie van Oorlog liet de bouw van deze zgn. ‘blokhuizen’ in april 1920 aanbesteden en daarbij bleek de aannemersfirma van de gebroeders Schultink uit Hoogeveen de laagste inschrijver. Zij bouwden de barak die voor 1 juni klaar moest zijn om onderdak te kunnen bieden aan de manschappen van de zesde compagnie politietroepen. De blokhuizen waren ontworpen door het architectenbureau T.A.B.R.O.S. uit Den Haag.

Kadastrale hulpkaart, anno 1921 (sectie A-2323).
Fragment van kadastrale veldwerkkaart, anno 1921 (sectie A-2323).
Prentbriefkaart van de barak van de militaire politie nabij de openbare lagere school aan de Stationsweg (Stationsstraat), ca. 1922.
Foto van militaire politieagent bij de barak aan de Stationsstraat. Op de achtergrond is de school te zien.
Prentbriefkaart met rechts de barak van de militaire politie. Op de achtergrond de schoorsteen van zuivelfabriek Salland, ca. 1924. Geheel links de woning van de rijksontvanger.

De barak deed slechts vijf jaar als zodanig dienst en werd vervolgens door het rijk verkocht aan de gemeente Stad Hardenberg. De gemeente liet de barak, vanwege grote vraag naar woonruimte, verbouwen tot een dubbele woning, waarop deze vanaf februari 1925 werd verhuurd aan machinist Hermannus Stoel (noordkant) en timmerman Gerrit Jan Meijer (zuidkant). Toch was ook dat van korte duur, want in 1927 diende zich een ‘buitenkansje’ aan.

De heer ir. Lambertus van Nispen uit Zwollerkerspel, eigenaar van de Nederlandsche Fabriek van Zekeringsmateriaal, was bereid zijn fabriek te verplaatsen naar Hardenberg. Dat was – vooral met het oog op de grote werkloosheid – van groot belang voor de gemeente. De gemeente moest dan een gebouwtje beschikbaar stellen en daarvoor was een gedeelte van de barak uitermate geschikt. In september 1927 besloot de raad om dat gedeelte gratis aan Van Nispen aan te bieden. Vervolgens werd de barak verbouwd, waarna er ruimten waren voor een spreekkamer, machinekamer, magazijn, kantoor, nikkelkamer, monteerzaal, ontsmettingszaal, wasgelegenheid, draaierij, stamperij en een acetyleenontwikkelaar. Op 9 maart 1928 was de fabriek al helemaal ingericht en enige tijd in gebruik voor de productie van smeltzekeringen voor sterk- en zwakstroom en elektrotechnische massa-artikelen en -apparaten.

Toch zou de fabriek een kort leven beschoren zijn, want op 29 januari 1929 brandde de houten barak volledig af. Van Nispen maakte een doorstart in de oude school in de Wilhelminastraat, maar in februari 1931 werd hij failliet verklaard…

Kadastrale geschiedenis
Legger 397/556: Sectie A-2323. Grasland op den Roeterskamp. Eigendom van de gemeente Stad Hardenberg. In 1921 stichting barak. Over op:
Legger 397/611: Sectie A-2323. Kazerne en erf op den Roeterskamp. In 1925 bijbouw en splitsing. Over op:
Legger 2436/1: Nieuwe sectie A-2522. Kazerne en erf. In 1926 splitsing en redres. Over op:
Legger 2436/2: Nieuwe sectie A-2549. Noodwoningen en erf. In 1928 verandering van bestemming. Over op:
Legger 2436/4: Sectie A-2549. Fabriek en erf. In 1929 sloping en splitsing. Over op:
Legger 2435/1: Nieuwe sectie A-2600. School en erf. In 1932 bijbouw en vereniging van percelen. Over op:
Legger 2665/1: Nieuwe sectie A-2682. School en erf. In 1949 splitsing en vereniging. Over op:
Legger 2665/2: Nieuwe sectie A-3119. School en erf. In 1981 sloping. Over op:
Legger 2665/3: Sectie A-3119. Bouwterrein en grasland. In 1983 ruiling. Over op:
Legger 3850/1229: Nieuwe sectie A-4834.

In 1984 verleende de gemeente Hardenberg vergunning voor de bouw van zeven woningen. Deze werden geadresseerd aan de Stationsstraat 8, 8a, 8b, 8c, 8d en de Prinses Julianastraat 2a en 2b.