– Rijksmonument –

De voorgevel van de boerderij, ca. 1935.

De geschiedenis van deze grote boerderij aan de Holthemeresch voert terug tot het jaar 1877. Toen verkocht notaris Willem Swam uit Gramsbergen een stuk cultuurgrond aan Gerrit Jan Wilpshaar. De notaris had de vruchtbare gronden zelf verworven op een openbare veiling. De nieuwe eigenaar van de grond woonde samen met zijn tweede echtgenote in de oude boerderij op het erve Wilpshaar, gelegen op het kruispunt van de zogenaamde Tijsteeg en Broeksteeg, aan de zuidwestkant van de Holthemeresch. Dat erve werd al eeuwen door de familie bewoond. Gerrit Jan was een jaar voor de aankoop van de grond voor de tweede keer in het huwelijk getreden. Zijn eerste vrouw, Hendrikjen Slingenberg, was namelijk al op 41-jarige leeftijd gestorven. Misschien was dat tweede huwelijk, een nieuwe start, wel een van de redenen om op de nieuw verworven gronden een boerderij te laten bouwen. Die boerderij werd in 1879 door Gerrit Jan en zijn zestien jaar jongere bruid Aaltje Hulter betrokken, getuige een gevelsteen met het jaartal en hun initialen die boven de baanderdeuren in de achtergevel is aangebracht. Zij waren samen met Janna, Gerritdina en Gezina Johanna, dochters uit het eerste huwelijk van Gerrit Jan, de eerste bewoners van de nu rijksmonumentale boerderij. Uit het tweede huwelijk werden zes kinderen geboren, vijf zoons en een dochter.

Deze gevelsteen met de tekst ‘Anno 1879 G.J.W. A.H.’ boven de baanderdeuren in de achtergevel van de monumentale boerderij herinnert aan de stichters: Gerrit Jan Wilpshaar en Aaltje Hulter.

De oudste dochter, Janna, verliet de boerderij toen ze trouwde met Gerrit Kamphuis uit Holthone. De op een na jongste zoon, Derk Jan, trad in 1911 in het huwelijk met Berendina Roelofs en ging aanvankelijk wonen op de boerderij van zijn schoonouders op Weijerswold bij Coevorden. Toen zwager Gerrit Kamphuis echter een paar jaar later overleed, verhuisden Derk Jan en Berendina met hun zoontje Gerrit Jan naar Holthone. Daar hielpen ze zus Janna op de pachtboerderij van de Groote Scheere. Korte tijd later hertrouwde Janna met weduwnaar Jan Weitkamp uit Hardenberg, de man die het in de politiek zover bracht dat hij lid van de Tweede Kamer werd. Toen er jaren later alleen nog maar ongehuwde mannen op de boerderij op de Holthemeresch woonden, werd besloten om Hendrikje en Janna Wilpshaar, de twee oudste dochters van Derk Jan en Berendina, daarheen te laten verhuizen om ze gezelschap te houden. Zo ging dat in die tijd.

Jan Wilpshaar, de oudste zoon, zou eigenlijk de boerderij erven, maar omdat hij ongehuwd bleef kwam het onroerend goed in 1928 door een boedelverdeling in handen van Derk Jan en Berendina. Zo gebeurde het dat zij de pachtboerderij in Holthone verlieten en terugkwamen naar de Wilp, zoals de boerderij in de buurt bekend stond. Toen de ongehuwde Jan Wilpshaar begin jaren zestig uit Hardenberg terug kwam – hij had gewoond bij zijn zuster die met Jan Weitkamp getrouwd was – nam hij een oud kabinet mee. In de voorkamer stond al een kabinet en daarom kon een tweede exemplaar alleen maar geplaatst worden tegen de buitenmuur. Eigenlijk was er niet voldoende ruimte tussen de ramen en daarom werd een venster verplaatst, zodat het kabinet wel paste…

Vroeger liep er een zandweg langs de boerderij en konden de boeren met hun paard en wagen rond de boerderij rijden. Vier oude eikenbomen in de voortuin herinneren daar nog aan. Vanaf de Holthemereschweg voert nu een oprijlaan van eiken, berken en beuken naar de boerderij. Die enkele decennia geleden geplante bomen geven het een voorname entree. Rondom de boerderij staan enige monumentjes op zich. Het zijn verschillende formaten drinkbakken van Bentheimer zandsteen die lang geleden gebruikt werden om de paarden en varkens op de boerderij van drinkwater te voorzien. Tegenwoordig doen ze dienst als bloembakken en sieren daarmee het gedeeltelijk met veldkeien verharde boerenerf.

Groepsportret van de familie Wilpshaar. Bovenste rij v.l.n.r.: Hermannus, oom Jan (Jan-oom), Johanna Jurjens, Gerrit Jan, Janna en Gerrit Bernhard Stegeman. Onderste rij v.l.n.r.: Aaltje, Derk Jan, Berendina Roelofs en Hendrikje, ca. 1938-1940.

De boerderij van Wilpshaar heeft in de oorlogsjaren veel meegemaakt. Dat is uitvoerig in het boek Stappen door de oorlogsjaren van Gramsbergen beschreven. Duitsers waren bijvoorbeeld ingekwartierd in het bakhuis, terwijl tegelijkertijd in de boerderij onderdak werd geboden aan verschillende onderduikers. Dat leverde af en toe hachelijke situaties op. Eigenlijk hadden de Duitsers de boerderij willen betrekken, maar door een smoes kon dat worden voorkomen. Het bakhuisje staat er nog altijd, is gedeeltelijk gebouwd in vakwerk en zou afkomstig zijn uit Duitsland. In de oorlog werd de voordeur van de boerderij door Duitsers vernield. Vandaar dat er nu een voordeur in de gevel prijkt die eigenlijk een beetje boven zijn stand is. Daar waar eigenlijk houten panelen zouden moeten zitten, is gietijzeren sierwerk aangebracht.

Dubbelportret van landbouwer Derk Jan Wilpshaar en echtgenote Berendina Roelofs uit Holtheme. Berendina draagt een witte strookse muts met fraaie oorijzers.

Het is opmerkelijk dat de boerderij een dakconstructie kent die weinig in onze streken werd toegepast. Er zit een dubbele laag sporen in de kap, verbonden met de muurplaat en de gebinten. Deze techniek zorgde voor extra soliditeit. De boerderij is in 2003 grootschalig gerenoveerd waarbij de helft van het dak eraf is geweest, en waarna die werd voorzien van nieuwe sporen en riet. Daarbij is ook de achtergevel gerestaureerd. De beide mestdeuren op de hoeken van de gevel werden teruggebracht naar hun oorspronkelijke plaats. De hardhouten baanderdeuren, de houten topgevel en het hooiluik werden vervangen. Het metselwerk is gerestaureerd, gezandstraald en opnieuw ingevoegd. Bij de restauratie werden ook de ramen in de voorgevel vernieuwd. Deze waren al eerder voorzien van voorzetramen. Er zijn nieuwe luiken gemonteerd, omdat de oude, na ruim 120 jaar trouwe dienst, hard aan vervanging toe waren.

De in 1962 gebouwde hooischuur op het erf valt buiten de bescherming. Verder staat aan de zuidkant op het erf nog een houten veeschuur op een fundament van Bentheimer zandstenen. Vermoedelijk is die schuur gelijktijdig met de boerderij in 1879 gebouwd. De erfbeplanting, rondom staan wel dertig eikenbomen, is waarschijnlijk ook toen al aangelegd. De bomen hielden de boerderij ‘uit de wind’. Ook had de familie zo – in geval van nood – voldoende hout voorradig om bij sterfgevallen te laten verwerken tot doodskisten.

De bedrijfsactiviteiten werden in 1972 beƫindigd en verplaatst naar de Loozenweg in het Baalderveld. In die tijd was de boerderij van de Wilp al aangewezen als rijksmonument en zodoende kon de boerderij, zonder agrarische bestemming, blijven bestaan en kreeg ze volledig een woonfunctie.