In 1832 was het huis en erf eigendom van landbouwer Hendrik van den Bos en echtgenote Fennegien van der Scheer. Zij waren op 13 mei 1817 te Gramsbergen getrouwd. We vinden ‘het Schuurhuis’ in 1832 gesitueerd in de zgn. ‘Holthemer Eggen’ nabij de rivier de Vecht, als sectie D-183 op legger nr. 37.

Fragment van kadastrale minuutkaart, anno 1832.

Hendrik van den Bos overleed op 24 maart 1841 te Holtheme.

Fragment van een kaart van de Vecht tussen Gramsbergen en de Duitse grens, anno 1848, met vermelding van het huis van de ‘weduwe Van den Bos’.

37/1: Naderhand eigendom van stiefdochter Geertruit Bosch, echtgenote van Willem ten Brink. Zij waren op 8 mei 1840 getrouwd te Gramsbergen. Huisnr. E-23. In 1880 successie. Over op:
674/16: Eigendom van Willem ten Brink, weduwnaar van Geertruit Bosch. Naderhand vererfde het op dochter Fennegien ten Brink. Zij trouwde eerst op 30 april 1864 te Gramsbergen met Evert Nijeboer, maar hij overleed al in 1882 op 47-jarige leeftijd.

Notaris Hilbrand van Barneveld te Gramsbergen verleed op 7 maart 1883 een hypotheekakte op verzoek van landbouwer Willem ten Brinke, en op verzoek van Fennigje ten Brinke, weduwe van Evert Nijeboer, beiden te Holthemerbroek. Gezamenlijk verklaarden ze 1300 gulden te hebben geleend van en schuldig te zijn aan landbouwer Jan Valkman te Gramsbergen. Als onderpand voor de lening en de verschuldigde rente verbonden ze hun onroerende goederen, waaronder het huis en erf op sectie D-183 (aktenr. 2329).

Vervolgens hertrouwde Fennegien ten Brinke op 7 april 1883 met Lucas Höltink uit Baalder. Huisnr. E-23. In 1890 verkoop. Over op:
2796/1: Eigendom van Jan Hendrik Leemgraven Slingenbergh en echtgenote Gesina Lubberta Johanna Ruitman (zie register van overschrijving, deel 376, nr. 63). Zij waren op 8 november 1894 getrouwd te Gramsbergen. In 1891 bijbouw. Over op:
2796/10: In 1911 stichting. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1911.

2796/156: Nieuwe sectie D-2867. Huis, schuur, gras- en bouwland. In 1931 stichting. Over op:
2796/197: In 1932 verbouw. Over op:
2796/198: In 1940 vernieuwing van artikelen. Over op:
4959/71: Eigendom van weduwe Gesina Lubberta Johanna Leemgraven Slingenbergh-Ruitman (voor de helft) en van Gerrit Jan Waterink en echtgenote Hendrikje Leemgraven Slingenbergh (voor de andere helft). In 1943 sloop en herbouw. Over op
4959/109: In 1950 stichting. Over op:
4959/124: In 1950 vereniging van percelen. Over op:

Fragment van kadastrale hulpkaart, anno 1950. De drie voormalige katersteden zijn samengevoegd tot één nieuw perceel: D-3417.

4959/131: Sectie D-3417. Drie huizen, schuren, bouw- en weiland. Het erf is nu geadresseerd aan de Rondweg 33.