Legger 735/21: Sectie A-856. Veengrond. In 1863 stichting twee brugwachterswoningen.

Kadastrale hulpkaart, d.d. 31 maart 1863. Links de brugwachterswoning bij brug no. 01.

Legger 735/30: Sectie A-941. Bouwland. In 1872 stichting bakkerij. Over op legger 735/65.
Legger 735/31: Sectie A-942. Huis (brugwachterswoning) en erf. Huisnr. I-123. In 1868 expiratie vrijdom. Over op legger 735/80.

Kadastrale hulpkaart, 29 augustus 1872, sectie A-1200 (bakkerij).
Fragment van kadastrale minuutkaart, 1 december 1880, sectie A-942 (brugwachterswoning) en A-1200 (bakkerij)

Legger 735/65: Sectie A-1200. Bakkerij. In 1879 verval vrijdom. Over op legger 735/93.
Legger 735/80: Sectie A-942. Brugwachterswoning en erf.

De brugwachterswoning werd sinds 1876 bewoond door bakker Leonardus Habers en echtgenote Anna Maria Rond. Zij zijn op 23 april 1874 getrouwd te Gramsbergen en woonden in 1875 te Coevorden, alwaar hun zoon Egbertus Henderikus was geboren. Anna Maria Habers-Rond overleed op 12 augustus 1876 te De Krim, in het sterfbed, twee dagen na van een doodgeboren zoontje te zijn bevallen.

Het jaar erop, op 18 mei 1877, hertrouwde Leonardus Habers te Heemse met Theresia Haverkort uit Slagharen. Uit dit huwelijk werden nog eens tien kinderen geboren.

In 1894 redresmeting. Over op legger 735/117.
Legger 735/93: Sectie A-1200. Bakkerij. In 1885 vereniging van percelen. Over op legger 735/100.

Fragment van kadastrale hulpkaart, augustus 1885, sectie A-1985 (bakkerij)

Legger 735/100: Nieuwe sectie A-1985. Bakkerij. In 1886 verval vrijdom. Over op legger 735/104.
Legger 735/104: In 1894 vereniging en redresmeting. Over op legger 2948/1.

Fragment van kadastrale hulpkaart, juli 1894, sectie A-2193 (bakkerij) en A-2194 (brugwachterswoning).

Legger 735/117: Nieuwe sectie A-2194. Brugwachterswoning. In 1903 redresmeting. Over op legger 735/169.

Fragment van kadastrale hulpkaart, juli 1903, sectie A-2699 (bakkerij) en A-2700 (brugwachterswoning).
Prentbriefkaart van ‘kanaalgezicht De Krim 1e brug’. Op de voorgrond de tramrails van de D.S.M. Aan de overzijde van de brug de brugwachterswoning met bakkerij van de familie Habers.

Legger 735/169. Nieuwe sectie A-2700. Brugwachterswoning. In 1936 vernieuwing van artikel. Over op legger 4793/6.
Legger 2948/1: Nieuwe sectie A-2193. Bakkerij, erf en bouwland. Huisnr. I-220. Eigendom van de provincie Overijssel en mede-eigenaren Paulus van der Elst, Gerritje Plomp en Bernarda Plomp te Avereest. In 1896 rectificatie verkoop. Over op:
Legger 735/121: Sectie A-2193. Bakkerij, erf en bouwland. In 1903 redresmeting. Over op legger 735/168.
Legger 735/168: Nieuwe sectie A-2699. Bakkerij en bouwland. In 1912 bijbouw. Over op legger 735/256.
Legger 735/169: Nieuwe sectie A-2700. Brugwachterswoning.
Legger 735/256: Sectie A-2699. Bakkerij en bouwland.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 31 mei 1924:
Woning bij draaibrug no. 1 der Lutterhoofdwijk. De hoofdingenieur van den provincialen waterstaat in Overijssel heeft aan Ged. Staten bericht, dat E.H. Habers, brugwachter aan draaibrug no. 1 der Lutterhoofdwijk, die deze brug bedient tegen het genot van vrije woning, reeds meerdere malen heeft gevraagd om de door hem bewoonde brugwachterswoning van de provincie te mogen koopen. Habers heeft namelijk aan deze woning een bakkerij verbonden, ondergebracht in een afzonderlijk gebouwtje en zou het perceel gaarne in eigendom hebben, ten einde verzekerd te zijn, dat op deze plaats zijn bakkerij gehandhaafd blijft. Zoolang Habers bedienaar van de brug is, blijft hij natuurlijk ook in de provinciale woning, doch wegens zijn hoogen leeftijd zou hij van die bediening wel ontheven willen worden. Evenwel kan hij daartoe niet besluiten, zoolang hij niet zeker is, dat ondanks die ontheffing de bakkerij toch behouden kan blijven. De woning is oud en het is niet uitgesloten dat zij eerlang voor vernieuwing in aanmerking zal moeten komen, zoodat het provinciaal belang ongetwijfeld gediend wordt door het voorstel van Habers, om aan de provincie een bedrag van f 4500 voor de woning met den achter den kanaaldijk gelegen grond als koopsom uit te betalen. Een nieuwe woning zou voor dat geld op het aangrenzende deel van den kanaaldijk kunnen worden geplaatst en de bediening zou kunnen worden verpacht met beschikbaarstelling van deze nieuwe woning, waarbij een stuk kanaalgrond voor tuin gevoegd kan worden. Habers zou dus verkrijgen de gebouwen, staande op de perceelen Gramsbergen sectie A nrs. 2699 en 2700, benevens den ondergrond van perceel no. 2699, met uitzondering van een gedeelte dat niet als provinciaal eigendom kan worden prijsgegeven met het oog op het landverkeer over den kanaaldijk en de eventueel aan het kanaal uit te voeren werken. Hij neemt er genoegen mee dit gedeelte en den ondergrond van perceel no. 2700 slechts in erfpacht te verkrijgen, totdat de thans zich op dit perceel of perceelsgedeelte bevindende gebouwen zullen zijn verwijderd, door welke oorzaak dan ook, waarna Habers of zijn rechtverkrijgenden bedoeld gedeelte van den grond, zal ontruimen en weder in vollen eigendom van de provincie stellen. Daar de erfpachtscanon bijzaak is en feitelijk alleen dient tot erkenning van eigendomsrecht, zou deze op f 0.25 per jaar gesteld kunnen worden. Aangezien Habers na voltooiing zijner woning van de brugbediening ontheven zou kunnen worden, zal onmiddellijk na afsluiting der, overeenkomst tot den bouw kunnen worden overgegaan. De bouwkosten zullen naar schatting een bedrag van f 4000 niet te boven gaan, zoodat het restant van f 500 aan de mogelijk te bedingen toelage voor de brug ten goede komt. Ged. Staten stellen de Staten voor een besluit te nemen in den geest van het verzoek van Habers. 

Genoemde E.H. Habers was de ongehuwde Egbertus Henderikus Habers die op 13 april 1875 te Coevorden is geboren en op 5 oktober 1961 te Hardenberg overleed.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 19 juni 1924:
Aan H.H. Gedeputeerden en Statenleden der provincie Overijssel. Mijne Heeren, Heden werd mij van belanghebbenden medegedeeld, dat bij Prov. Staten het voornemen bestaat om de brugwachterswoning staande te de Krim bij brug 1; bewoner Habers, te doen verkoopen en hiernaast een nieuwe te doen bouwen. Kooper van dit huis zal, zooals het voorstel is, zijn den tegenwoordigen bewoner Habers, welke alsdan wegens vergevorderden leeftijd met pensioen gaat en de geboden koopprijs is f 4500. Door dezen verkoop krijgt Habers alsdan de bestaande woning met tuin en de provincie houdt ternauwernood zooveel grond, dat hierop eigenlijk geen woning kan worden gebouwd. Dit nieuwe huis komt ongeveer recht voor de brug te staan, op een afstand van nauwelijks 7 meter, een afstand welke in het vervolg zeer belemmerend zal zijn voor het publiek verkeer; voor een lange wagen, stoomdorschmachine en dergelijke is het dan onmogelijk de draai van en naar de brug te kriigen, zonder dat hiervoor bijzondere maatregelen worden genomen. Nu rijst bij mij de vraag, waarom de Provincie in dezen aldus wenscht te handelen; ten eerste een huis met grond te verkoopen, een huig met grond, dat de Provincie voor eigen gerief zoozeer noodig heeft en dat, gezien de geboden koopsom, toch zeker nog geen bouwval is en zeer voldoende voor een brugwachter. Wel heeft Habers zijn bod wat hoog gemaakt, omdat hij tevens als bakker zijn bedrijf aldaar uitoefent, doch het gaat m.i. te ver indien Prov. Staten besluiten om ter wille van Habers hem het perceel te verkoopen, om zelf in ongelegenheid te zitten voor een te bouwen woning. Hierbij komt, dat Habers in eigen bezit heeft een extra mooi gelegen bouwterrein op korten afstand van brug 1 zoodat hierop uitstekend een huis met bakkerij kan worden gebouwd. Thans meen ik in dezen ten ernstigste te moeten waarschuwen niet aldus op een afstand van 7 M. van het kanaalboord te doen bouwen. Steeds zal dan in den vervolge blijken, dat deze afstand minstens 12 M. had moeten zijn. Waarom gaat de Provincie zonder noodzaak aldus bouwen? Het bestaande gebouw kan bij verbouwing ver genoeg achteruit en dit zou zeer ten gerieve zijn van de passage. Hierbij komt dat de Provincie die in dezen toch wel een goed voorbeeld mag geven, dit doet door meer achterwaarts te doen bouwen en niet door te plaatsen een sta-in-den-weg. Mij dunkt toch, een zoozeer vooruitgaande plaats als de Krim mag hierop wel aanspraak maken. Hoogachtend, T.H. Edzes jr. De Krim, 16 juni 1924.

Het voorstel werd overigens door Gedeputeerde Staten van de hand gewezen… De brugwachterswoning bleef eigendom van de Provincie Overijssel.

Het Salland’s Volksblad meldde in 1925:
Tegen 1 mei zal A.J. Timmink alhier zijn nieuwe functie als brugwachter beginnen. De oude heer Habers, welke deze betrekking reeds lang vervulde, heeft zijn rust wel verdiend.

In 1936 vernieuwing van artikel. Over op legger 4793/5.
Legger 4793/5: Sectie A-2699. Bakkerij en bouwland. In 1952 gedeeltelijk vernieuwd. Over op legger 4793/130.
Legger 4793/130: Sectie A-2699. Bakkerij en bouwland. In 1965 onbelastbaarstelling. Over op legger 4793/237.
Legger 4793/237: Sectie A-2699. Huis. In 1968 splitsing. Over op legger 4793/265.
Legger 4793/265: Sectie A-2699. Terrein. In 1970 sloping.