In een van de meest natuurrijke gebieden van de gemeente Hardenberg, de omgeving van de Rheezerbelten en de Oldemeijer, lieten Hendrik van der Veen en echtgenote Janna Wesselink in 1927 een huis bouwen. Het werd gerealiseerd op een stuk ontgonnen heidegrond in het Rheezerveld door aannemer DJ. Welleweerd uit Rheeze. Na enkele jaren in de landbouw te hebben gewerkt, kwam Hendrik in 1936 in loondienst als opzichter bij de gemeentewerken van Ambt Hardenberg. Daarnaast hield hij een enkele koe op het kleine stukje grond bij zijn woning.

Hendrik en Janna kregen twee zoons en een dochter. Hun tweede zoon Jan Hendrik (geboren in 1930) huwde met Evertje Aaltje Reints. Toen zij kinderen kregen, bood het huis onderdak aan drie generaties. Toch werd in het begin van de jaren ’50 begonnen met het verhuren van een klein deel van het huis, in het hoogseizoen, aan toeristen. Snel daarna werden andere onderkomens voor gasten gecreëerd, maar dan in minder solide bouwwerken als een garage of een kippenhok. Het ombouwen van die bouwwerken gebeurde – bijna vanzelfsprekend – zonder de daarvoor vergunning te hebben verkregen. De gemeente was er wellicht van op de hoogte, maar zal de omgebouwde staketsels in eerste instantie hebben ‘gedoogd’. De bungalowtjes droegen positief bij aan het vergroten van het toeristisch imago van de gemeente Hardenberg en eigen initiatief kon – zeker zo kort na de oorlog – maar beter niet in de kiem worden gesmoord. Vakantieverblijf De Vechtstreek was de eerste aan de Grote Beltenweg. Later zouden er vele volgen. Jan Hendrik van der Veen was eind jaren ’50 werkzaam als personeelschef bij postorderbedrijf Wehkamp in Dedemsvaart. Deze verantwoordelijke baan zorgde ervoor dat hij vaak lange dagen van huis was, maar toch kon hij het opstarten van de bungalowverhuur erbij doen. Samen met zijn vrouw zorgde hij voor de verhuur, de schoonmaak en het onderhoud van de zomerhuisjes. De twee banen heeft hij zo’n vijf jaar lang kunnen combineren, totdat hij besloot om te stoppen bij Wehkamp en zich volledig te gaan toeleggen op het exploiteren van zijn vakantieverblijf “De Vechtstreek”. Daarin zag hij een toekomst voor zichzelf en zijn gezin weggelegd.

Prentbriefkaart van een van de eerste bungalows (Goudvink) op het vakantieverblijf De Vechtstreek aan de Grote Beltenweg te Rheeze.

Aanvankelijk werden de zomerhuisjes alleen in het hoogseizoen verhuurd. Het aantal groeide gaandeweg tot zeven stuks. Ze droegen alle een vogelnaam: Merel, Nachtegaal, Specht, Zwaluw, Goudvink, Roodborstje en Koolmees. De Van der Veens hadden geen enkele moeite om de zomerhuisjes tijdens het gehele seizoen te verhuren, veelal aan mensen uit het noorden van ons land. Veel reclame hoefden ze niet te maken, want een andere camping, ‘Boslust’, adverteerde aanvankelijk in de Libelle en verwees gasten door wanneer ze ‘nee’ moesten verkopen als ze vol zaten. Deze gratis publiciteit legde de Vechtstreek geen windeieren. Toch kregen ze op een gegeven moment een verbod om nog meer vakantieverblijven bij te bouwen. Zeven was het maximum en er mocht geen enkele meer bij. Het bestemmingsplan liet dat niet toe en bij een inspectie was gebleken dat er al veel meer stonden dan wettelijk geoorloofd was. Bezwaar en uiteindelijk beroep werd aangetekend en zelfs werd geprocedeerd tot aan de Kroon. Een andere mogelijkheid om toch in de recreatieve sector uit te breiden werd gevonden in het starten van een camping. Op eigen grond had opa Van der Veen destijds een groot aantal dennen geplant, met de bedoeling deze later als kerstbomen te verkopen en zo een bijverdienste te hebben. Dat verkopen van die bomen was er nooit van gekomen. De bomen waren zo groot en het waren er zoveel, dat het inmiddels een bos genoemd kon worden. In dat dennenbosje werden kampeerplekken gecreëerd. Zo konden de eerste caravans mooi verscholen tussen de bomen een rustig plekje vinden. Vanaf het begin konden de gasten stroom krijgen, want het was Van der Veen gelukt om van het leger oude kabels te kopen van wel een vinger dikte. De grote afstand van het huis naar het dennenbosje zorgde er echter wel voor dat er een enorm spanningsverlies optrad, waardoor het leek alsof de hele camping voorzien was van dimlichten. Het droeg wel bij aan de sfeer van het aanvankelijke, primitieve kamperen…

Prentbriefkaart van de bungalow ‘Zwaluw’. Een Datsun staat geparkeerd bij het vakantiehuisje.

Op een gegeven moment werd de bungalowverhuur beëindigd. In volgorde van ouderdom werden de huisjes afgebroken. De Goudvink en het Roodborstje waren tot 1974 in gebruik. Twee jaar later werd het restaurant gebouwd – in ’t begin geëxploiteerd door de familie Nijhoving uit Hardenberg – en daarvoor was die grond nodig. In 1978 werd, door Jan van der Veen zelf, een nieuw indelingsplan voor het recreatieterrein opgesteld. Het achterste terreingedeelte werd ingericht voor het plaatsen van 77 tenten en toercaravans. Het gehele middelste terreingedeelte werd gebruikt voor het plaatsen van stacaravans. Er was ruimte voor zo’n 150 stuks. Het voorste gedeelte diende te worden gebruikt voor het plaatsen van tenten en toercaravans en bood plaats aan 60 kampeermiddelen. In de jaren die volgden werden verschillende stukken grond aangekocht, totdat De Vechtstreek begin jaren ’80 was gegroeid tot een vakantieverblijf van ruim tien hectare. Jan Hendrik en Eef van der Veen verhuisden in 1983 naar de Baalder-Esch. Enkele jaren later begon de overdracht van het bedrijf van vader op zoon, totdat Dick van der Veen zijn echtgenote Jolanda Pannekoek het in 1994 officieel op naam kregen. Hun eerste belangrijke actie was het aanleggen van de zogenaamde waterspeeltuin, destijds de eerste in Europa. In hun toekomstbeeld moest de Vechtstreek worden ingericht en toegespitst op gezinnen met jonge kinderen. Het kiezen van deze nieuwe doelgroep was ingegeven op gevoel, want de brancheorganisatie adviseerde juist om te kiezen voor ouderen. Nederland was aan het vergrijzen en dus zou het een verstandige keuze zijn om je niet op jongeren te richten. Toch besloten de Van der Veens hun visie te realiseren en vanaf het begin bleek het de juiste keuze te zijn geweest. In 1990 had de Vechtstreek ruimte voor 100 vaste plekken (de jaarplaatsen), 100 seizoensplekken en 140 toerplekken. Korte tijd later kon nog drie hectare grond aan het vakantieverblijf worden toegevoegd, maar deze werd niet ingericht als camping maar als vis-en zwemvijver

Om steeds maar weer te vernieuwen en de gasten te vermaken werden ook wel eens dingen bedacht die niet zo enthousiast werden ontvangen. Een volledig ingericht fitnesscentrum met manicure, pedicure en een zonnestudio in het hoofdgebouw bleek in die tijd helemaal niet aan te slaan en ging na twee jaar al ter ziele. Frappant is dat tegenwoordig ‘wellness’ juist enorm in trek is. Ook hebben de campinggasten een tijdlang gebruik kunnen maken van huifkarren die werden verhuurd. Maar ook dat bleek geen lang leven beschoren, omdat de paarden vaak dienst weigerden. Zo kwam het wel voor dat een paard met wagen zonder passagiers weer terug kwam op de camping of belden buren dat ze weer een van de viervoeters bij huis hadden aangetroffen…

De grootste en belangrijkste ommekeer in de geschiedenis van de camping volgde in 1998. In dat jaar werd besloten om de camping geheel te thematiseren. Alle vogelnamen – die waren behouden voor de verschillende campingveldjes – verdwenen en maakten langzamerhand plaats voor namen die te maken hadden met het sprookje van de Vechtstreek. De Van der Veens waren zelf met dit thema gekomen om zich te kunnen onderscheiden van andere campings. Enige tijd daarvoor waren ze in het horecagedeelte al begonnen met iets unieks, het houden van theaterbuffetten waarbij sprookjesfiguren de hoofdrol speelden. Dat sloeg enorm aan. Terwijl acteurs de kinderen vermaakten, konden de ouders ongestoord genieten van een warm en koud buffet. Aangezien het thema tijdloos moest zijn en niet eng voor de jonge kinderen, overwegend in de leeftijd tussen de vier en zes jaar, werd een heus sprookjesverhaal geschreven door David de Roos. Hij bedacht de personages en samen met een cartoonist en inbreng van Dick en Jolanda werd het sprookje van de Vechtstreek gecreëerd. Bumpie de Beer zou de mascotte van de camping worden en de grote lieveling van alle kindertjes. Toch was de eerste gast die de camping ontving na de grote ommezwaai, niet enthousiast over de grote veranderingen. Hij kwam in een oud Volkswagen-campertje en zag dat de naam veranderd was in ‘Sprookjescamping’ en dat zijn geboekte campingveldje ‘Houtduif’ was omgedoopt in ‘Kikkerland’. Hij liet de eigenaren meteen weten absoluut niet geassocieerd te willen worden met sprookjes, maakte rechtsomkeert en verliet de camping. “Gelukkig”, vertelde Dick van der Veen, “de eerste en enige gast die er niet over te spreken was. Als we het nu weer opnieuw zouden moeten doen, dan zouden we het net zo doen… kiezen voor kinderen en kiezen voor het thema sprookjes”. In 2003 verliet het echtpaar Van der Veen – samen met de kinderen – het mooie Rheeze. Het wonen op de camping zorgde ervoor dat ze nooit echt rust hadden. Zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag waren ze daar bereikbaar voor gasten, voor toeleveranciers en anderen. Een bedrijfsleider werd gevonden die hun ‘oude’ woning, het Oalders Hoes, betrok en de Van der Veens verhuisden naar Coevorden. Die bedrijfsleider was precies wat ze nodig hadden. Hij was een oud-personeelslid die er in zijn jeugd had gewerkt. Hij kende de camping als geen ander en had precies dat wat de Van der Veens nodig hadden om hun camping aan hem toe te vertrouwen. De camping groeide wel in aantal medewerkers, maar niet in aantal gasten. Steeds meer personeel moet zorgen voor de continue kwaliteit van de camping. Sprookjescamping de Vechtstreek won de prestigieuze eerste plek, het predicaat ‘beste camping 2007’, onder andere door de grote mate van gastvriendelijkheid, de schoonheid en reinheid en het uitstekend onderhoud. Toch was het met name het top animatieteam dat de doorslag gaf bij de vele vakantiegangers en de jury van de ANWB.

Kadastrale geschiedenis (in kaart)

Fragment van kadastrale hulpkaart, januari 1924 (sectie K-2035).

De gemeente Ambt Hardenberg verleende in 1927 vergunning aan wegenopzichter Hendrik van der Veen voor de bouw van een boerderij op een perceel heide in ’t Rheezerveld, sectie K-2035.

Kadastrale veldwerkkaart, maart 1928 (sectie K-2111).
Kadastrale hulpkaart, mei 1928 (sectie K-2111).

Legger 9309/3: Nieuwe sectie K-2111. Huis, schuren, bouw-, weiland en heide. In 1937 verval vrijdom.

In 1954 verleende de gemeente Hardenberg vergunning voor de bouw van een kippenhok.

Legger 9309/13: In 1959 verval vrijdom.
Legger 9309/14: Sectie K-2111. Huis, schuren, bouw- en weiland in ’t Rheezerveld. In 1965 verkoop.
Legger 14565/2: Sectie K-2111. Eigendom van Jan Hendrik van der Veen c.s. In 1966 verval vrijdom.

In 1966 verleende de gemeente Hardenberg vergunning voor de bouw van zomerhuisjes.

Legger 14565/5: Sectie K-2111. Huis, bos, bouw- en weiland, en zeven zomerhuisjes. In 1975 verbouw.
Legger 14565/18: Sectie K-2111. Huis, bos, bouw- en weiland, en zeven zomerhuisjes aan de Grote Beltenweg. In 1978 stichting.