Dinah Hesselink-Zweers

(in bewerking 26-11-1822, gedeeltelijk verschenen in Rondom den Herdenbergh 1998)

In de courant van vrijdag 8 oktober 1830 staat geschreven:
Naar wij vernamen, heeft onzen Burgemeester Antoni van Riemsdijk een schrijven ontvangen van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden. Daar den inhoud dezer Proclamatie zonder meer grootse gevolgen zal hebben voor de Hardenbergers, menen wij Van Riemsdijks Notificatie hier deels te moeten weergeven:

De Burgemeester der Gemeente het Ambt Hardenbergh, gezien en gelezen de Proclamatie van Zijne Majesteit, den Koning, de dato 5e deezer, houdende oproeping ter algemeene Wapening ter weering van den Stroom des oproers, Plundering en Vernieling, waaraan de zuidelijke Gewesten des Rijks thans zijn blootgesteld en ter conservatie van de Ruste en goede orde in de Noordelijke Provinciën deszelven, waartoe deze Gemeente is behorende, en willende ter bevordering in het daarbij door Zijne Majesteit zich voorgestelde en zeker door alle braave en weldenkende Ingezetenen goedgekeurd wordende Doel geentzins achterlijk zijn, maar hetzelve op elke moogelijke wijze bevorderen, brengd bij dezen ter kennisse van de Ingezetenen der Gemeente, dat van stonden aan eene Lijst ter Secretarië der Gemeente zal zijn voorliggende, waarop een ieder die Orde en Rust, die Nederland en Oranje lief heeft, zijnen Naam voor de opgemelde Wapening zal kunnen inschrijven ten einde zijnen Arm voor het krachtdadig Behoud van dit alles te leenen. Dat de Ingezetenen deze Roeping door Ulieden met geene verachtelijke Koelheid worde aangehoord, maar met volkomen Vertrouwen op den besten der Koningen en dezes wijze Leiding mitsgaders onder het Geloof en Opzien aan en tot den God van Nederland, die hetzelve zo veelmalen redde, slaan wij de Handen gewapend ineen, verguizende Opstand, Regeringloosheid en Moedwil, daar waar zij het Hoofd durven opsteeken, en hiertoe strekke dan ook in het bijzonder den Arm dier geenen onder Ulieden, die vroeger bij den Landstorm het Nationale Leger en de Schutterij, hetzij voor, hetzij onder, hetzij na de roemrijke Dagen van Waterlo, reeds de Wapenen hebt getorscht en nog torschen kunt, regt en bestier Gijlieden den Gang en den Tred uwer Medeburgeren op het Pad des Behouds, des Roems en der Eer!!!

De weldenkenden meer doorziende Gemeente-Burger, hij die in Eer en Aanzien in dezelve is geplaatst en uit dien hoofde zo veel Invloed kan uitoeffenen, ga ten dezen zijne minder doorzicht hebbende medeburgeren met een loffelijk voorbeeld voor, en alle bijzondere, alle mis- en wanbegrippen van stonden aan ter zijde leggende, blijve slechts Nederland en Oranje de Leus, onder welke wij ons eendragtig te zamen schaaren, gedagtig aan de gouden Spreuk onzer Vaderen, “Eendragt maakt Magt”.

Na de slag bij Waterloo en de val van Napoleon werden de zuidelijke en noordelijke Nederlanden in 1815 verenigd. De teruggekeerde Willem van Oranje werd de nieuwe koning van dit Verenigd Koninkrijk. Vooral het verschil in geloofsovertuiging leidde uiteindelijk tot de Belgische Opstand. In augustus 1830 ontstonden grote onlusten in het katholieke België en werd door het leger tevergeefs ingegrepen. Op vijf oktober deed de koning een oproep tot algemene wapening, welke door burgemeester Van Riemsdijk op bovenstaande wijze werd vertaald. Deze notificatie werd aangeplakt aan het gemeentehuis en afgelezen in de kerken van Hardenberg en Heemse.

De provinciale commandanten kregen de opdracht om 18 afdelingen infanterie samen te stellen. Zij probeerden vrijwilligers te ronselen welke, hetzij onder genot van soldij hetzij op eigen kosten, de opstandige Belgen een lesje moesten leren. Er was niet veel animo om vrijwillig ten strijde te trekken, in Hardenberg meldde zich niemand.
Hierop werd besloten de rustende schutterij en de verlofgangers op te roepen voor werkelijke dienst. In aanmerking kwamen alle ongehuwden, weduwnaars of gehuwden zonder kinderen, die op 1 januari 1830 tussen 25 en 34 jaar oud waren. Ook werden de lotelingen der militie van de jaren 1828 tot 1830, geboren tussen 1800 en 1805, alsnog opgeroepen voor militaire dienst.

Deze  legermacht kwam niet zonder slag of stoot op de been. In veel landstreken, vooral in Twente, ontstond schuttersoproer. Door het leger in te zetten werden door strafexpedities de onwillige schutters tot de orde geroepen.

De schutterij van Ambt Hardenberg had gediend bij de 1e compagnie van het voormalig 4e bataljon. De staf van deze rustende schutterij bestond uit:
Jonkheer Jacob van Foreest van Heemse, 55 jaar, lieutenant-kolonel
Burgemeester Antoni van Riemsdijk, 58 jaar, major
Jan Odink Derkszoon, 59 jaar, kapitein
Jan Bruins, 39 jaar, tweede lieutenant
Evert Dorgelo, 41 jaar, tweede lieutenant
Berend Nijzink, 30 jaar, sergeant
Hendrik Lenters, 31 jaar, sergeant
Willem Hendrik Zweers, 31 jaar, korporaal
Egbert Dunnewind, 36 jaar, korporaal
Jan Herm Gogh, 32 jaar, korporaal
Frederik Boers, 39 jaar, korporaal.
In 1830 waren de luitenant-kolonel en de majoor reeds op eigen verzoek door Zijne Majesteit de Koning honorabel uit de militaire dienst ontslagen.

De nieuw opgeroepen schutters vormden de Eerste Ban der mobile Overijsselsche Schutterij. Ons gewest Salland werd ingedeeld bij het tweede bataljon. De nieuw aan te treden schutters konden nog gebruik maken van wapenen en ledergoed van de rustende schutterij, bestaand uit:
48 geweren met hunne bajonetten en cordonriemen
54 patroontassen met hunne bandelieren
52 bajonet-koppels met bajonetscheden
1 trom met slagband en stokken
1 sabel en sabel-koppel, voor de tamboer en er was ook nog een bruikbare pijpersfluit.
Het afgedankte materiaal, zoals geweren zonder bajonetten, gebroken cordonriemen enzovoort werd opgeslagen in het gemeentehuis.

Het eerste bataljon, bestaand uit meer dan 500 schutters uit de kop van Overijssel, was al in november 1830 vanuit Zwolle naar Bergen op Zoom vertrokken. Na maanden van onzekerheid moesten onze jongens, behorend tot het tweede bataljon, zich op 24 februari 1831 ‘op marsch’ begeven naar Deventer.

Het tweede bataillon Overijsselsche Schutterij bestond uit zes compagnieën met samen 834 schutters.
Het detachement van Gramsbergen en Stad- en Ambt Hardenberg telde 118 manschappen: 38 schutters uit Gramsbergen, 23 uit Stad Hardenberg en 57 schutters werden geleverd door Ambt Hardenberg. De overige schutters in de vijfde compagnie werden geleverd door Den Ham.

Onder dit artikel vind u een lijst met namen en wetenswaardigheden over de mannen die deel namen aan het leger in de strijd tegen de opstandige Belgen.

Ds. L Bosch, geboren 2 maart 1793 te Emmelenkamp, overleden 16 januari 1860 in de Voorstraat te Hardenberg.
Sedert 16 december 1816 predikant bij de Hervormde Gemeente te Hardenberg.

In Hardenberg werd wekelijks op woensdagavond een godsdienst oefening gehouden. De dag voor hun vertrek kwamen alle schutters met hun familie deze kerkdienst bijwonen. Op speciaal verzoek van de burgemeesters voerde de Weleerw. Heer Lubbartus Bosch het woord: Hij bracht de Hardenberger zonen een hartelijk, oprechte Vaderlands- en Vorstenliefde ademend, Vaart-Wel toe. Hij stipte nog even het snood gedrag van het beweldadigd, ondankbaar en oproerig Belgiën aan. Verder wees hij op de roeping ter bescherming van geboortegrond, met handhaving van Neerlandsch alouden krijgsroem.

De voorganger besloot zijn redevoering met navolgend eigengemaakt gedicht. In de Overijsselse Courant van 4 maart 1831 werd benadrukt dat dominee Bosch pas na enig aandringen toestemming gaf voor plaatsing.

Tot besluit van de kerkdienst werd staande, onder orgelbegeleiding, het 4e vers van Psalm 121 aangeheven.

Goedgemutst ging het gezelschap op reis. De eerste rustplaats was Raalte, waar voor inkwartiering was gezorgd. Op vrijdag 25 februari 1831, ’s middags tegen twaalven, arriveerden de schutters bij de Brinkpoort in Deventer. Hier werd men ingedeeld in verschillende divisies. In totaal leverde de provincie Overijssel 2700 manschappen. Ons contingent werd op de reis naar Deventer vergezeld door de burgemeesters Willem Swam, Lucas Hoenderken en Antoni van Riemsdijk. De schutters werden bijna allemaal ingedeeld bij de 5e compagnie van ’t 2e bataljon der 1e afdeling mobile Overijsselse schutterij. Zij waren als laatste in Deventer aangekomen en moesten met spoed geoefend worden in de krijgskunst, zowel theoretisch als praktisch. De mannen hadden te kampen met veel te kleine ruimten om in te leven. Zelfs de officieren en de sergeant-majoor hadden geen eigen afzonderlijke ruimte en sliepen in dezelfde zaal als de schutters. Ook had men te maken met onaangename luchtjes, afkomstig van het door stro verstopte secreet. Als beloning kreeg de soldaat iedere 5 dagen 35 à 40 centen aan zakgeld.

Een groter probleem was het gebrek aan kleding. Met man en macht werd geprobeerd onze schutter aan passende kapotjassen [overjas voor soldaten naar het model van de Franse capote] enzovoort te helpen. Bij gebrek aan vilten schakots of kaskes liet men deze petten van karton vervaardigen, overtrokken met gewast linnen. Later bleek dat deze hoofddeksels na enkele regenbuien ontoonbaar werden, de kartonnen petten werden plat en leken op die van onze oostelijke naburen. Ook verkleurde de blauwe kapotjas naar vaalrood. In het buitenland gingen geruchten dat Pruisen ons leger was komen versterken. Het voor velen onverstaanbare Sallandse taaltje versterkte deze mening.

De schutter werd indien mogelijk uitgerust met de volgende goederen (montering en equipements stukken) en wapenen: 1 vest met mouwen, 2 pantalons (grijs laken/wit linnen), 1 kapot, 1 schakot met overtrek, 1 politiemuts, 1 slaapmuts, 1 randsel, 3 pakriemen, 2 hemden, 1 paar schoenen, 3 paar sokken, 2 onderbroeken, 2 paar slopkousen (laken/linnen), 1 linnen  rokzakje, 1 borstrok, 1 halsdas, 1 paar handschoenen, 1 paar borstels, 1 blikken veldfles met lederen bandelier.

1 genummerd infanteriegeweer met cordonriem en bajonet met schede, 1 patroontas met bandelier ‘met ruimnaald, olie-vleschjen, schruivendraayer, aftrekker, twee vuurstenen en overtreksel’.

De schutterij, onder leiding van majoor Gerhard Meijer, bereikte via Doesburg in april 1831 de garnizoensstad Hulst in het voormalige Staats-Vlaanderen. Op enkele kilometers afstand had de nationale zeeheld J.C.J. van Speijk in februari zijn schip in de lucht laten vliegen. De gelegerden te Stad Hulst kregen te maken met vele grensincidenten, waardoor de spanning onder de schutters toenam. De eerste gewonden onder de Overijsselse schutters vielen echter bij de eerste afdeling, door de ontploffing van ’t kruitmagazijn ‘De Stoelemat’ te Bergen op Zoom, op de laatste dag van maart. Naast de gevaren van oorlog had ’t Nederlandse leger, bestaand uit 106.651 manschappen, te maken met erbarmelijke leefomstandigheden. Sommigen raakten gewond tijdens de Tiendaagse Veldtocht en de verdediging van de Citadel van Antwerpen. Onze manschappen in Zeeland werden echter het zwaarst getroffen door de zogenaamde ‘Endemische Zeeuwsche Koortsziekte’. De eerste schutter die in den vreemde stierf was Hermannus Bollemaat uit Diffelen. Deze droeve tijding bereikte Hardenberg binnen enkele dagen; hier bleef het helaas niet bij! Na Hermannus zouden nog vele jongens slachtoffer worden van deze oorlog.

Gerrit Willem Bollemaat stierf evenals broer Hermannus in Zeeland.
Gerrit Willem Bollemaat stierf evenals broer Hermannus in Zeeland.

Door de koortsziekte waren de manschappen zo verzwakt en uitgeput dat velen in inderhaast ingerichte Rijkshospitalen of Infirmeriëen werden opgenomen. De verpleging bestond uit een dubbel rantsoen genever met de zuiverste kina-tinctuur vermengd en ’t drinkwater werd met de beste azijn getemperd. Ondanks de goede hulp van de inwoners van Stad Hulst en omgeving, stuurde men veel zieken met verlof naar huis om de gezondheid te herstellen. Veel schutters zagen hun woonplaats echter nooit terug of stierven kort na thuiskomst. Vanzelfsprekend moesten de lege plaatsen worden aangevuld met nieuwe dienstplichtigen. Bij het korps raakte men het spoor bijster want de zieken werden van het ene naar het andere hospitaal vervoerd. Soms wist de leiding pas na 4 à 5 maanden dat iemand was gestorven.

Onderstaande lijst bevat ook enkelen die niet in Stad Hulst waren gekantonneerd maar te Grave in de 7e afdeling infanterie.

Mannen uit Hardenberg en Gramsbergen die tijdens de Belgische Opstand als schutter of milicien stierven waren onder meer:

  1. Hermannus Bollemaat 02-08-1831 Hulst
  2. Herm Jan Hermsen 03-08-1831 Neuzen
  3. Jannes Koenderink 19-08-1831 Middelburg
  4. Hendrik Amsink 24-08-1831 Collendoornerveen
  5. Klaas Tangenberg 07-09-1831 Hulst
  6. Hendericus Welleweerd 07-09-1831 Hulst
  7. Jan Olsman 09-09-1831 Hulst
  8. Klaas Brink 16-09-1831 Hulst
  9. Lugger Reinink 28-09-1831 Lutten
  10. Ane Pieters Stellinga 10-10-1831 Hulst
  11. Jan Thielen 10-10-1831 Hulst
  12. Jan Altena 25-10-1831 Vlissingen
  13. Gerrit Willem Bollemaat 11-11-1831 Middelburg
  14. Karel Kampherbeek 27-11-1831 Hulst
  15. Herbert Anton Meijer 28-11-1831 Dordrecht
  16. Gerrit Jan Spoelman 30-11-1831 Haarlem
  17. Jan Tielen 10-12-1831 Hulst
  18. Gerrit Beenen 12-12-1831 Haarlem
  19. Hermanus Plas 16-12-1831 Hulst
  20. Frederik Tijman 16-12-1831 Haarlem
  21. Gerrit Gerrits 18-12-1831 Haarlem
  22. Willem Rigters 26-12-1831 Middelburg
  23. Berend Westenberg 28-12-1831 Middelburg
  24. Egbertus Assen 30-12-1831 Hulst
  25. Jan Hendrik Wiegmink 08-01-1832 Middelburg
  26. Hendrik Gerrits 12-01-1832 Neuzen
  27. Gerrit Warmink 16-01-1832 Diffelen
  28. Johannes Jacobus Mommen 18-01-1832 Stad Hardenberg
  29. Jan Hendrik Kleijan 23-01-1832 ‘s-Gravenhage
  30. Jan Hermen Klinge 28-01-1832 ‘s-Gravenhage
  31. Gerrit Rundervoort 02-02-1832 Utrecht
  32. Gerrit Jan Bouwhuis 05-02-1832 Middelburg
  33. Jan Geugies 15-02-1832 Dordrecht
  34. Egbert Reinders 18-02-1832 Middelburg
  35. Hermen Klooster 21-02-1832 Neuzen
  36. Jan Hendrik Tijman 31-03-1832 Radewijk
  37. Gerrit Tassink 14-04-1832 Hulst
  38. Gerrit Jan Schrotenboer 07-05-1832 Hulst
  39. Egbert Engberts 13-05-1832 Anevelde
  40. Gerard Jan Meulenkamp 17-05-1832 Haarlem
  41. Albert Goorhuis 21-05-1832 Grave
  42. Jacob van Dam 06-06-1832 Sint Jan Steen
  43. Hendrik Jan Klingenberg 16-08-1832 Grave
  44. Hendrik Jan Lennips 01-10-1832 Middelburg
  45. Jan Hendrik Jansen 01-01-1833 Middelburg
  46. Jan van Loo 15-01-1833 Veere
  47. Willem Plasman 19-01-1833 Veere
  48. Wielen Bartels 29-03-1833 Stad Ommen
  49. Johan Petrus Weber 01-06-1833 Axel
  50. Herman van der Veen 18-07-1833 Kampen
  51. Hermannus de Rooij 19-07-1833 Hulst
  52. Egbert Vinke 22-07-1833 Hulst
  53. Jan Zweers 26-08-1833 Hulst
  54. Hilbert Klundert 26-08-1833 Utrecht
  55. Carel de Lange 21-09-1833 Hulst
  56. Teunis Ramaker 11-11-1833 Kampen
  57. Albert Reints 28-11-1833 Baalder
  58. Hein Kolthof 22-02-1834 Hulst
  59. Jan Schotvanger 06-06-1834 Bergentheim
  60. Roelof Ridderman 06-07-1834 Grave
  61. Evert Nijeboer 24-07-1834 Lutten
  62. Jan Visscher 28-05-1835 Maastricht
  63. Hendrik Hakkers 14-12-1835 Veere
  64. Albert van den Kamp 31-05-1836 Rheezerveen
  65. Seine Lennips 22-02-1836 ‘s-Hertogenbosch

In mei 1832 was de situatie zo ernstig dat vele nieuw opgeroepen schutters de dienst weigerden. Ze zouden graag de wapens willen opnemen ter bestraffing en verguizing van ’t Belgische Verraad en Ontrouw, maar de vaderlandslievende overtuiging woog niet op tegen de ziekten die men in Zeeland kon oplopen. Volgens de burgemeesters was de Zeeuwse lucht voor onze schutters niet te verdragen, want: “Onze ingezetenen wonen verre van zee, op eenen hoogen en droogen zandigen grond”. Uit Gramsbergen waren op dat moment reeds 16 schutters overleden en 5 zwaar ziek. Uit Ambt Hardenberg waren er reeds 17 gestorven ‘en alzoo nagenoeg de Vierde Man’ (op dat moment waren er 72 mannen uit gemarcheerd). Velen lagen nog in hospitalen en 11 bevonden zich thuis, waaronder ook ‘enigen bedenkelijk ziek’.

In Stad Hardenberg was men eveneens ten einde raad en in rouw gedompeld. Ondanks alle pleidooien aan Zijne Majesteit de Koning, waarin verzocht werd tot dislokatie van de schutterij uit Zeeland naar een ander, meer gezond punt op de defensielinie of desnoods in de aanvalslinie, bleef men tot midden 1834 in garnizoen te Stad Hulst.

Staatsieportret van Koning Willem I.

Niet alle dienstplichtigen vertrokken op 24 februari 1831 naar het front. Enkele jongemannen hadden een plaatsvervanger kunnen vinden, welke uit eigen zak betaald moest worden. Door geldgebrek en een tekort aan remplaçanten moesten de meesten zelf de dienstplicht vervullen. De soldaat kreeg maar een vergoeding van enkele centen daags. Een dagloner verdiende in deze tijd 10 gulden per week met kost en inwoning. De huisgezinnen die, door het gemis van echtgenoten en zonen, zonder bron van inkomsten achterbleven, kwamen in aanmerking voor steun. Het gemeentebestuur beloofde dat de arme nablijvers niet van honger zouden omkomen. Er werd een Fonds van Onderstand opgericht. Men rekende erop dat er minimaal tien gulden per week voor de vijf armste gezinnen zou binnenkomen. Al gauw bleek dat er amper geld in het fonds werd gestort. In Hardenberg en omgeving beleefde men slechte tijden door grote overstromingen waardoor de oogst geheel mislukt was. Drie maanden na ’t vertrek van de schutters was wel duidelijk dat men op vrijwillige basis geen ‘comptanten’ binnen kreeg. Er werd overgegaan op een verplichte bijdrage onder de rijkste ingezetenen.

Evenals de kostwinners konden ook de schoolmeesters en commiezen node worden gemist. Een dagloner of boerenknecht was nog wel te vervangen, maar waar haalde men een plaatsvervangende schutter, schoolmeester of commies vandaan? Bewoners van de buurtschap Bergentheim zagen het helemaal niet zitten dat hun meester Gerrit Jan Evers alias Gerrits in dienst moest. Zij stuurden een verzoekschrift tot vrijstelling naar de gouverneur der provincie Overijssel. Als hij zou besluiten dat de schoolmeester niet in dienst hoefde, beloofden de boeren zestig guldens in ’t fonds van vrijwillige wapening storten. De schoolmeester moest zich echter, evenals andere dienstplichtigen, gewoon op mars begeven naar het front. Hij moest zelfs het goede voorbeeld geven! Uiteindelijk vond de schoolmeester een plaatsvervangend schutter genaamd Geert Leverink uit Rheeze.

De smeekbede tot behoud van hun schoolmeester werd ondertekend door de gezinshoofden van de buurtschap Bergentheim.

In de buurtschap Baalder kampte men met hetzelfde probleem. Hun schoolmeester Frederik Brink was ook opgeroepen om te vertrekken naar het voormalige Staats-Vlaanderen. Gelukkig vond men op de valreep een waarnemend schoolmeester in de persoon van Jannes van Loo uit Hardenberg. Deze was echter niet bekend met de nieuwste lees- en schrijfkunst methode en de schoolopziener huldigde de regel ‘beter geen hulp dan onvoldoende’. Hoewel de bevoegde schoolmeesters Jan Hendrik Hellwich of Hendrik Rolleman de vacature ook zouden kunnen vervullen, pleitte het gemeentebestuur voor Jannes van Loo. Deze had immers al eens in Baalder voor de klas gestaan. Ook was Jannes een vorst- en vaderlandlievend man. Hij genoot een staatspensioen, omdat hij in 1814 als landstorm bij de Blokkade van Coevorden aan de hals gekwetst was. Na veel geharrewar mocht Van Loo de kinderen in Baalder les gaan geven. Meester Frederik Brink kon alsnog op 8 maart naar de verzamelplaats Deventer afreizen om zich bij zijn detachement te voegen.
Op de school te Anevelde werd de dienstplichtige Roelof Huurink tijdelijk vervangen door meester Gerrit Jan Meilink. De commiezen Jan Schotvanger en de tweeling Jan en Wilhelmus Kisjes hadden ook geen vrijstelling gekregen en werden sergeant in het leger van de Koning. Behalve Frederik Brink waren ook Gerrit Holtman en Hendrik Rengeling niet uitgemarcheerd. De eerste wegens ziekte en Rengeling was de dag voor de afmars met heel zijn hebben en houden verdwenen uit zijn kosthuis bij de bouwman Jan Hendrik Kelder te Baalder. Hij was met de noorderzon vertrokken, waarschijnlijk naar het Graafschap Bentheim.

De gemeentebesturen hadden door de mobilisatie veel extra werk gekregen. Het onderwijs en de openbare veiligheid moest gegarandeerd worden en ook moesten de achtergebleven hulpbehoevenden verzorgd worden. Men moest collectes organiseren voor het monument en de nabestaanden van de zeeheld Van Speijk. Voor de gekwetsten in de Tiendaagse Veldtocht werd een baaltje met pluksel, windsels en scheurlinnen verstuurd en voor de verminkten bij het Kasteel van Antwerpen bracht een inzameling te Ambt Hardenberg ruim 39 gulden op. Het meeste werk werd door de burgemeesters gedaan, de immense stroom aan correspondentie met de gouverneur, de legerleiding en de verzoekschriften om verlof of vrijstelling kostte erg veel tijd. De veldwachter had het druk met het opsporen en terugbrengen van deserteurs. Hij moest ook uitkijken naar een Belgische spion genaamd Fait, ltaliaan van geboorte en houder van een Frans paspoort. Deze was vertegenwoordiger voor de fabrikant Lodrigo Hendriks te Sint Nicolaas. De spion zou een chemisch middel kennen, waarmee alle handtekeningen en geschriften na te maken waren.

In Hardenberg ontving de burgemeester vele publicaties van de Koning. Naast allerlei militaire besluiten kwam er ook een bericht dat de dankdag of godsdienstige viering der Overwinning van Waterloo op de derde zondag in juni was bepaald. In Gramsbergen waren twee mannen die zich in 1830, na de eerste oproep van de Koning, vrijwillig voor de dienst hadden aangemeld. Dit waren het jonge klerkje Jacobus Adrianus van Wijngaarden en de lange gezette landbouwersknecht Jan Harmen van Aans.[

Op den Roep Stem van den Koning
ik onder Getende oud 25 Jaar En gesond
van leijf En Leeden Lengten 29 Duijm[?]
willende Vrijwillig in landsdiens treeden,
Zoo lang den Oorlog duert, Met versoek
onder de kuaresiers geplaast te worden.
Gramsbergen den 8 November 1830
Woonende bij Hk Jan Leuwengraven
Jan. Harm.
Van. Aas.
Jan Harmen van Aas meldde zich aan als vrijwilliger. In 1839 kreeg hij als dankbetuiging een certificaat van Koning Willem.

Niet alle soldaten gingen blijmoedig op pad. Zo dacht Gerrit Jan Schrotenboer Hendrikuszoon een plaatsvervanger gevonden te hebben in de persoon van Hendrik Zacher geboren Roeijink uit Uelsen. Op de dag van het vertrek was Hendrik in geen velden of wegen te bekennen en zat er voor Schrotenboer niets anders op dan mee ‘op mars’ te gaan. Zijn stiefvader Gerrit Jan Lamberink overspoelde het gemeentebestuur met smeekbeden: zijn oudste stiefzoon moest thuiskomen want hij was onmisbaar op het bedrijf. Zacher bleek zich ook in Zwolle verkocht te hebben als remplaçant en was niet erg betrouwbaar. Eind juli zat Gerrit Jan nog altijd op Hendrik Zacher te wachten, zolang deze niet kwam opdagen mocht Gerrit Jan niet naar huis. Uiteindelijk kwam Schrotenboer in Hulst terecht.. hij kwam nooit meer thuis.
Ook schutter Hendrik Veltink uit Collendoornerveen had geen geluk met zijn remplaçant. Deze Jan Broekhuizen uit Ommen raakte op 3 april, toen men op mars was naar Hulst, te Werkendam ‘vermist’, met medeneming van wapens en kleding. Het vermoeden rees dat hij naar de vijand was overgelopen, aangezien hij gesignaleerd werd in ’t Belgische plaatsje Stekene. De desertie van Broekhuizen resulteerde in een hernieuwde oproep aan de werkelijk dienstplichtige Hendrik Veltink om zich zo spoedig mogelijk in Zeeland te melden. Veltink had al veel kosten gemaakt om niet ten strijde te hoeven trekken, nu moest hij voor de tweede maal diep in de buidel tasten. Het lukte hem om de 33-jarige Berend Schollink uit Heemse als waarnemer te strikken. Berend meldde zich op 6 december 1831 in ’t Gelderse Doesburg om zijn uitrusting af te halen. Al met al een hele opluchting voor Hendrik Veltink.
Jan Brand uit Heemse vroeg kort voor vertrek vrijstelling, omdat zijn enige broer Jannes lam en zinneloos was. Ook zijn verzoek werd geweigerd en in uiterste wanhoop kapte hij het eerste kootje van zijn rechter wijsvinger af. Hij moest voor de militieraad in Zwolle verschijnen en werd wegens zijn verminking ongeschikt bevonden voor de gewone militaire dienst. Hij werd ter beschikking gesteld van het departement van oorlog en kwam terecht bij de 7e afdeling infanterie en overleed in 1837 te Zwolle. Ook in Zwoller kerspel en Staphorst misten jongens hun wijsvinger. Volgens de militieraad was het bijna onmogelijk om met houthakken juist dat gedeelte van de wijsvinger weg te nemen, zonder vooral de duim en andere vingers te kwetsen. Het was wel heel toevallig dat de wijsvinger juist in het gewricht was afgekapt.
Egbert Vinke uit Heemse was ook met geen mogelijkheid naar het front te krijgen. Uiteindelijk werd hij onder geleide weggebracht… hij overleed te Stad Hulst in juli 1833. Jan Zweers Fzn. ontsliep een maand later, zijn nalatenschap bestond uit twee zilveren oorringetjes en bijna acht guldens.

De enkele gezonde schutter die met verlof naar huis kwam, probeerde dit zo lang mogelijk te rekken. Het was erg moeilijk om als boerenzoon in Zeeland groothartig ’t Volk en Vaderland te dienen als er op eigen grond gezaaid en geoogst moest worden. Thijs Stegeman uit Brucht kon zijn land niet bewerken zonder de hulp van zijn enige zoon Derk Jan. Hij stelde dan ook alles in ’t werk om hem thuis te houden. Maandelijks stuurde hij brieven naar de gouverneur en uiteindelijk ging hij zelf voor een persoonlijk onderhoud naar Zwolle. Het onmisbaar zijn op de boerderij bleek geen reden te zijn voor vrijstelling.

De boerenknecht Lugger Reinink had al in 1823 te Coevorden de schutterlijke eed afgelegd samen met Jan Willem Koning, Gerrit Willem Bollemaat, Egbert Hannink, Gerrit Kampman en Gerrit Tassink. Ook hij werd in 1831 opgeroepen voor de werkelijke dienst. Toen hij zich in Hulst bevond kreeg hij buitengewoon verlof. De majoor van de vijfde compagnie had een brief van Jannes Stoeten, wonend op het erf Monnekemeijer te Lutten ontvangen. Lugger moest onmiddellijk thuiskomen om Jannes’ dochter Aaltje te trouwen, deze was namelijk hoogzwanger. Reinink kreeg drie weken verlof en reisde dadelijk naar Lutten. Hij kwam hier echter doodziek aan en voordat het huwelijk ingezegend kon warden stierf hij ten huize van zijn aanstaande schoonouders. Hij overleed op 28 september 1831 ’s morgens om 7 uur, ’s avonds om 10 uur beviel zijn toekomstige bruid van een dochter genaamd Luggertje. Als ongehuwde moeder bleef Aaltje toch niet onverzorgd achter. Toen Lugger ziek in de bedstee bij de keukendeur lag liet hij de notaris komen. In het bijzijn van vier getuigen dicteerde hij zijn laatste wil. Op de keuken van erve Monnekemeijer werd beschreven dat al zijn bezittingen na zijn dood zouden overgaan op zijn verloofde Aaltje. Zij zorgde ervoor dat Luggers nagelaten ‘monterings- en equipementsstukken’ teruggezonden werden aan majoor Boelen, hoofd van de administratie van de 12de afdeling infanterie te Doesburg.

De overlijdensakte van Lugger en de geboorteakte van Luggertje, het onechte (buiten de echt geboren) kind van Aaltje Stoeten.

Op 8 oktober 1833 besloot Koning Willem dat de gewezen schutter Lambert Klement in aanmerking kwam voor een gratificatie van 40 gulden. Lambert was als plaatsvervanger van Herm Jan Welink als schutter vertrokken. Hij was, evenals bijna het hele garnizoen, getroffen door de endemische koortsziekte. Hij belandde in het hospitaal te Utrecht. Doordat zijn zoontje en schoonmoeder overleden, kon zijn vrouw hem pas in april naar huis halen. Hij leed aan ontvelde hielen, wat later overging in gangreen. Hierdoor kon hij zijn beroep als schoenmaker niet meer uitoefenen, hij kon niet meer staan en gaan, nog niet te spreken van zitten! Een enkele zieke schutter werd uit de dienst ontslagen, Jozua de Hond wegens gebrek aan verstandelijk vermogen, Teunis Nijzink had pijnen in de borst, lever, maag en milt en alle kentekenen van heimwee, Jan Nijkamp een slepende borstziekte vergezeld van een opening en ontsteking in het been en Jan Hendrik Slotman leed aan een slepende leverziekte. De wildste geruchten gingen rond, onderstaand artikel verscheen in 1972 in “Het Dagblad van het Oosten”, in de reeks ‘Zwerftochten door de Vechtvallei door G.J. Eshuis’

Na de Tiendaagse Veldtocht, begin augustus 1831, besloot de Koning op 12 september dat alle dienstplichtigen zouden worden onderscheiden met het metalen kruis. Deze medailles werden geslagen uit het staal van de op de Belgen buitgemaakte kanonnen. Men hoefde dus niet daadwerkelijk aan de strijd te hebben deelgenomen om in aanmerking te komen voor deze onderscheiding. Er werd nauwkeurig bijgehouden wie onder de wapenen waren. Van onze schutters, die op 10 april in Staats Vlaanderen aankwamen, waren de foerier Hendrik van Faassen en de schutters Jan Klooster [?}, Lubbert Kleintjes en Jan Willem Bouwhuis al in juni wegens 34-jarige ouderdom uit de dienst ontslagen. Gerrit Stroeve en Reinhart Weerts waren sinds eind mei ziek thuis. Jan Broekhuizen was in juli als deserteur van de lijst afgevoerd, Johannes Jacobus Mommen was op 4 augustus wegens lichaamsgebreken ontslagen enzovoort.
Wie kreeg een medaille? In principe iedereen die sinds de oproep tot mobilisatie in dienst was getreden. Alleen de soldaat die iets op zijn kerfstok had werd aan een nader onderzoek onderworpen en niet direct met een kruis beloond. Zo waren de schutters Jan ten Brinke, Jozua de Hond en Cornelis Jansen wegens dronkenschap en liederlijkheid regelmatig in het cachot op water en brood gezet. Zij kregen nog drie maanden de kans om hun leven te beteren. Maar helaas… voor hen geen kruis.

Metalen Kruis voor de 10 daagse veldtocht
Deze medaille werd ingesteld op 12 september 1831 en is geslagen uit 2 Belgische kanonnen die veroverd zijn bij de slag om Hasselt op 1831. De medaille wordt daarom soms ook het Hasselt kruis genoemd.
Deze medaille werd uitgereikt aan Nederlanders die aan krijgsverrichtingen hebben deelgenomen in de jaren 1830 en 1831. Beschrijving van het metalen kruis
De voorzijde toont een W (dit staat voor Willem) met daarboven een kroon en aan de zijden een tak met eikenbladen en een tak Laurierbladen.
De achterzijde toont de jaartallen 1830-1831 en tevens de takken met eikenbladen en Laurierbladen. Daarnaast is de tekst: “trouw aan koning en vaderland” te lezen op de armen van het kruis.
Het lint van het metalen kruis
Het lint is blauw oranje gestreept. Daarnaast was er ook een uitvoering voor niet militairen, met als verschil dat het lint groengeel gestreept is en het woord vrijwillig op het bovenste kruis staat. (bron: www.militair.net)
Metalen Kruis voor de 10 daagse veldtocht.
Deze medaille werd ingesteld op 12 september 1831 en is geslagen uit 2 Belgische kanonnen die veroverd zijn bij de slag om Hasselt op 1831. De medaille wordt daarom soms ook het Hasselt kruis genoemd. Deze medaille werd uitgereikt aan Nederlanders die aan krijgsverrichtingen hebben deelgenomen in de jaren 1830 en 1831.
Beschrijving van het metalen kruis.
De voorzijde toont een W (dit staat voor Willem) met daarboven een kroon en aan de zijden een tak met eikenbladen en een tak Laurierbladen. De achterzijde toont de jaartallen 1830-1831 en tevens de takken met eikenbladen en Laurierbladen. Daarnaast is de tekst: “trouw aan koning en vaderland” te lezen op de armen van het kruis. Het lint van het metalen kruis Het lint is blauw oranje gestreept. Daarnaast was er ook een uitvoering voor niet militairen, met als verschil dat het lint groengeel gestreept is en het woord vrijwillig op het bovenste kruis staat. (bron: www.militair.net)

Op 25 juli 1834 besloot de koning dat de schutters met groot verlof naar huis mochten. Hierop deed de gouverneur van Overijssel een oproep aan alle gemeentebesturen om de verlofgangers feestelijk te onthalen. Onze manschappen arriveerden reeds op 19 augustus te Kampen en de Gramsbergers trokken op vrijdag 22 augustus huiswaarts. De burgemeester en een raadslid reden in met eiken kransen en vlaggen versierde rijtuigen tot dichtbij Ommen om de schutters op te halen. Bij de ingang der stad Gramsbergen was een ereboog geplaatst en er werd een dankdienst in de kerk gehouden. Het grote feest werd pas op zondag gevierd, op de verjaardag van Zijne Majesteit de Koning. Het gemeentehuis was die avond fraai verlicht en men werd feestelijk op brood en wijn getrakteerd.
Alleen de grote zaal van het stadhuis te Hardenberg was groot genoeg voor de feestelijkheden. Daarom besloten Ambt en Stad samen een feestprogramma op te stellen en de kosten, naar later bleek 132 gulden, te delen.
Op zaterdag 23 augustus keerden de Hardenberger schutters terug uit ‘den Strijd van Eer, naar Haard en Altaren’. In de vroege morgen trokken hun al met verlof thuis zijnde wapenbroeders en andere ingezetenen naar de Herberg de Koetswagen of de Hongerige Wolf onder het Ambt Ommen. De schutters werden vanaf hier, op met nationale- en oranje vlaggen versierde wagens, naar de ingang van het Heemser Bosch vervoerd. Hier had men twee stukjes kanon geplaatst, afkomstig van het Huis te Heemse. Zodra men de schutters in zicht kreeg werden zij met herhaalde ere-schoten begroet en door de Burgemeesters en Assessoren welkom geheten. Vervolgens ging men onder aanvoering van sergeant Reindert Kampherbeek in optocht richting Hardenberg. Aan het hoofd van de groep droeg men de nationale- en oranje vlaggen. Ook aan de kerktorens van Heemse en Hardenberg, aan alle publieke gebouwen en tal van huizen wapperden de vlaggen.
Onder het luiden der klokken liep men in plechtige optocht door het dorp Heemse. Steeds meer mensen sloten zich aan en door een zich steeds herhalend, met trommelslag afwisselend gezang ‘Hoezee! Leve het Vaderland! Leve de Koning!’ werd men als het ware verdoofd. De eerste verversing werd aangeboden bij het Huis te Heemse en de tweede stop was bij het ambtshuis aldaar. Hierna ging men verder langs de met groen en bloemen bestrooide weg. Door een op de brug over de rivier de Vecht geplaatste ereboog ‘prijkende met een passend opschrift en vlaggen beider couleuren’. Voor de burgemeesterswoning in de Voorstraat werd een kring gevormd en werd men toegesproken: “daar bij den Schutteren, bij de Asch hunner Wapenbroederen, van wien het hen allezints leed deed dezelve niet met hun te hebben kunnen zien te rugkeeren , bezweerende hun zwaard niet in de schede te laten roesten, maar op de eerste Roepstem des Vaderlands en des Konings wederom blijmoedig onder de Leus van Neerland en Oranje naar de Grenzen van hetzelve te snellen ter beider eervolle Behoudenis.” Vervolgens toog men naar het zeer smaakvol met groen en bloemen en vlaggen versierde kerkgebouw waar dominee Bosch de schutters, vanaf dezelfde plaats waar hij hen ruim drie jaar geleden vaarwel had gewenst, nu weer begroette. God werd gedankt en onder orgelspel zong men nationale liederen zoals ‘Wien Neerlandsch bloed’. De jongelingen en jonge dochters uit beide gemeenten brachten nog enkele speciaal voor deze gelegenheid gemaakte liederen ten gehore. Tot besluit werd men in het Raadhuis onthaald op jenever, pijpen en tabak, ’s Avonds werd er verder gefeest ‘bij Pijpen en Tabak, Wijn, Brood en Kaas’ en eindigde deze gedenkwaardige dag in ‘blijde Vergenoegen en te Vredenheid’.

Onderstaande de genummerde lijst van de vijfde compagnie.

Nederlandsche Staats-courant van zaterdag 7 mei 1831:
Aangesteld bij de mobile schutterij der provincie Overijssel:
1ste afdeeling; – staf:
Tot Kolonel-kommandant, Boellaard van Tuyl;
Tot Chirugijn-majoor, E. Vogelvanger.

2de bataillon; – bij den staf:
Tot Majoor, G. Meyer;
Tot 1sten Luitenant-adjudant, E.L. Kindt;
Tot 2de Luitenant-kwartiermeester, A. Stokheimer;
Tot Officier van gezondheid der 2de klasse, H.A. Greve;
Tot Officier van gezondheid 3de klasse, M. Hoos.

5de kompagnie:
Tot Kapitein, H. Blenken;
Tot 1sten Luitenant, P. von Horn;
Tot 2de Luitenants, C. Emondt en H.H. Groskamp.

Lijst van schutters , opgemaakt in september 1831, die in aanmerking komen voor het metalen kruis als dank voor hun deelname aan de Tiendaagse Veldtocht in de eerste dagen van augustus.

  • no. 541. Hendrik Blenken, kapitein.
  • no. 542. Philippus von Horn, 1e luitenant.
  • no. 543. H.H. Groskamp, 2e luitenant.
  • no. 544. Jan Kisjes, sergeant-majoor, 30-08-1801 Zwolle, wonend Bergentheim – 16-02-1864 Enschede.
  • no. 545. Herm Mart Willenaar, sergeant.
  • no. 546. Johan Petrie Huizers, sergeant.
  • no. 547. Hendrik Bruggink, sergeant.
  • no. 548. Reinderd Kampherbeek, sergeant, 24-07-1804 Hardenberg – 04-09-1869 Stad Hardenberg.
    • van 1823-1828 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 549. Hendrik van Faassen, fourrier, 11-03-1797 Collendoorn – 08-11-1860 Rheeze.
    • wegens 34 jarige ouderdom 10 junij uit den dienst ontslagen
  • no. 550. Frederik Brink, fourrier, 06-01-1799 Bergentheim – 27-04-1880 Baalder.
    • had voor de nationale dienstplicht een plaatsvervanger genaamd Gerhard Temme
  • no. 551. Frans Eigaard, korporaal.
  • no. 552. Gerrit Willems, korporaal.
  • no. 553. Seine Schutmaat, korporaal.
  • no. 554. Hendrik Wolters, korporaal 11-07-1803 Linde, Den Ham – 16-10-1831 ‘s-Gravenhage. (slachtoffer Den Ham).
  • no. 555. Jacob van Dam, korporaal, 1801 Deventer, wonend te Stad Hardenberg [?] – 06-06-1832 Sint Jansteen.
  • no. 556. Gerrit Rundervoort, korporaal, 19-05-1794 Baalder – 02-02-1832 Utrecht.
  • no. 557. Jannes Grendelman, korporaal, 03-05-1799 Bergentheim – 15-12-1860 Brucht.
    • van 1818-1823 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 558. Carel de Lange, korporaal, 1801 Deventer, wonend Stad Hardenberg – 21-09-1833 Stad Hulst.
  • no. 559. Jan Duinhof, tamboer.
    • zou Jan Dünhofft kunnen zijn ca. 1797 Oldeveern, Asschendorf – 22-03-1858 Slagharen
  • no. 560. Jozua de Hond, aug. 1792 geb. te ?, wonend te Ommen – 08-01-1845 Gouda.
    • plaatsvervanger voor Jan Odink 1803 – 1882 Collendoorn
    • Jozua kreeg geen metalen kruis wegens slecht gedrag
  • no. 561. Johan Petrus Weber, tamboer, 1797 Amsterdam, wonend te Rheezerveen – 01-06-1833 Axel.
  • no. 562. Berend Westenberg, tamboer, 03-05-1804 Hardenberg – 28-12-1831 Stad Middelburg.
  • no. 563. Hermannus de Rooij 26-02-1796 Kampen, wonend te Zwolle – 19-07-1833 Hulst.
    • waarschijnlijk plaatsvervanger
  • no. 564. Gerrit Tassink 20-11-1801 Collendoorn – 14-04-1832 Hulst.
  • no. 565. Jan ten Brinke 06-07-1801 Baalder – 05-061871 Heemse.
    • Jan kreeg geen metalen kruis wegens slecht gedrag
  • no. 566. Engbert Zweers 12-03-1802 Hardenberg – 20-01-1880 Stad Hardenberg.
  • no. 567. Hendrik Edelijn 23-02-1805 Hardenberg – 11-11-1876 Stad Hardenberg.
    • 1824-1829 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 568. Jan Hendrik van Bruggen 24-04-1804 Heemse – 20-01-1838 Stad Hardenberg.
    • 1823-1828 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 569. Jan van Loo 02-01-1805 Hardenberg – 15-01-1833 Veere.
  • no. 570. Joël Philipson 1805 Coevorden, wonend te Heemse – 24-11-1878 Hellendoorn.
  • no. 571. Evert Kremer 19-03-1803 Hardenberg – 04-08-1859 Stad Hardenberg.
  • no. 572. Jan Harm Koiter [Koster?]
    • 28 junij gedetacheerd als stukrijder in het 5 district Zeeland
  • no. 573. Berend Hendrik Harsevoort 20-07-1799 Hardenberg – 03-10-1874 Collendoorn.
  • no. 574. Klaas van ’t Holt 11-11-1803 Hardenberg – 18-01-1881 Stad Hardenberg.
  • no. 575. Willem Rigters 14-02-1798 Hardenberg – 26-12-1831 Stad Middelburg.
  • no. 576. Gerrit Jan Rigters 05-05-1802 Stad Hardenberg – 07-03-1874 Stad Hardenberg.
  • no. 577. Christaan Heidensteen.
  • no. 578. Hermanus Plas 1788 Dalen, wonend te Holthone – 16-12-1831 Hulst.
    • plaatsvervanger voor Stad [?], wonend Ambt Hardenberg
  • no. 579. Frederik Tijman Jzn. 24-05-1799 Hardenberg – 16-12-1831 Haarlem.
  • no. 580. Hendricus van Loo 12-11-1797 Hardenberg – 15-01-1833 Hardenberg (slachtoffer [?]).
  • no. 581. Wielen Bartels 16-12-1804 Den Ham, wonend te Venebrugge – 29-03-1833 Stad Ommen, wonend te Den Ham.
    • 25 junij gedetacheerd bij het 1 battaillon dezer afdeling
  • no. 582. Jan Scheltes de Jongh 17-08-1804 Gaast, wonend te Lutten – 17-12-1842 Avereest].
    • 26-06-1833 ontslagen wegens onnozelheid
  • no. 583. Jan Hendrik Slotman 19-08-1803 Heemse – 16-12-1852 Collendoorn.
  • no. 584. Gerrit Warmink 23-12-1803 Diffelen – 16-01-1832 Diffelen.
    • van 1822-1827 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 585. Hendrik Gogh 23-07-1803 Heemse – 03-03-1839 Collendoorn.
  • no. 586. Gerrit Jan Spoelman 10-06-1803 Den Ham, wonend Bergentheim – 30-11-1831 Haarlem.
  • no. 587. Albert Woelders 20-12-1793 Hardenberg – 01-11-1842 Stad Hardenberg.
    • plaatsvervanger voor Lambert Waterink 1803-1855 Bergentheim
  • no. 588. Gerrit van Bruggen 23-04-1802 Heemse – 04-02-1871 Heemse.
  • no. 589. Albert Marsman 12-10-1802 Arriën, wonend te Bergentheim – 16-07-1888 Ane.
  • no. 590. Albert ter Wijlen 07-06-1802 Brucht – 20-06-1876 Brucht.
  • no. 591. Jan Nijkamp 19-01-1802 Hellendoorn, wonend te Sibculo – 11-10-1876 Sibculo.
    • 07-01-1833 ontslagen, ligt in de garnizoensziekenzaal te Coevorden
  • no. 592. Jannes Zwiers Koes 08-10-1802 Den Ham, wonend te Bergentheim – 15-04-1884, Zandveld, Zuidwolde.
  • no. 593. Hendrik van der Veen 15-08-1802 Gramsbergen, wonend te Diffelen – 14-09-1874 Stad Hardenberg.
  • no. 594. Mannes Slooijers 06-04-1802 Meer, Den Ham, wonend te Heemserveen – 13-02-1861 Magele, Den Ham.
  • no. 595. Frederikus Moddejonge 26-02-1802 Magele, wonend te Rheeze – 06-02-1871 Magele.
  • no. 596. Jan Broekhuizen 1787/1797 Purmerend [?], wonend te Ommen – na 1831 Ommen [?].
    • plaatsvervanger van Hendrik Veltink 1801 Collendoornerveen – 1874 Lutten
    • 12 julij als deserteur afgevoerd, geroijeerd (dus geen medaille)
  • no. 597. Cornelis Jansen, 13-04-1797 [?] Deventer, wonend te Ommen – 19-01-1804 Deventer.
    • plaatsvervanger van Hermen Odink 1801-1851 Collendoorn
    • Cornelis krijgt geen medaille wegens slecht gedrag
  • no. 598. Gerrit Jan Bouwhuis 24-05-1801 Heemse – 05-02-1832 Middelburg.
    • kon helaas heen plaatsvervanger vinden
  • no. 599. Johannes Jacobus Mommen 1800 Amsterdam, wonend te Baalder – 18-01-1832 Stad Hardenberg.
    • wegens lichaamsgebreken 4 augustus uit den dienst ontslagen
  • no. 600. Hermen Bekman 26-09-1793 Hardenberg – 28-03-1852 Stad Hardenberg.
    • plaatsvervanger voor Hendrik Westerman 1799 Lutten – 1843 Baalder
  • no. 601. Jan Willem Konink 11-06-1804 Bergentheim – 08-07-1882 Bergentheim.
  • no. 602. Hendrik Bolks 10-11-1804 Heemse – 25-06-1862 Lutten.
  • no. 603. Derk Jan Stegeman 19-12-1804 Brucht – 13-08-1888 Brucht.
  • no. 604. Jan Herm Klinge 16-03-1804 Radeijk, wonend te Baalder – 28-01-1832 ‘s-Gravenhage.
    • van 1823-1828 fuselier in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 605. Albert van der Kamp 24-02-1804 Rheeze – 31-05-1836 Rheezerveen.
    • 05-01-1833 ontslag wegens langdurige asthonatische aandoening op de borst
    • 14-01-1833 via het hospitaal in Coevorden naar Kampen
  • no. 606. [overgeslagen]
  • no. 607. Marten Hannezen 16-01-1791 Weesp [?], wonend te Zwolle – 21-10-1859 Zwolle.
    • plaatsvervanger van Gerrit Jan Scholten 1804 Gramsbergen[?] – 1873 Bergentheim
  • no. 608. Lambert Klement 01-09-1804 Veldhuizen (Dtsl.), wonend te Heemse – 17-10-1870 Heemse.
    • plaatsvervanger van Herm Jan Welink 1804-1846 Rheeze
  • no. 609. Gerrit Willem Bollemaat 09-11-1804 Diffelen – 11-11-1831 Stad Middelburg.
  • no. 610. Jan Bekman 25-05-1804, wonend te Bergentheim – 26-03-1885 Venebrugge.
  • no. 611. Geert Lederink [Leverink] 22-08-1801 Veldgar, Veldhausen, wonend te Rheeze – ?
    • plaatsvervanger van Gerrit Jan Gerrits alias Evers, onderwijzer 1805 Heemse – 1845 Bergentheim
    • 28 junij gedetacheerd als stukrijder in het 5 district Zeeland
  • no. 612. Jan Wilps 11-12-1805 Lutten, wonend te Heemserveen – 26-04-1859 Lutten.
  • no. 613. Gerrit Gerrits 11-09-1804 Holthone, wonend te Lutten 18-12-1831 Haarlem.
  • no. 614. Evert Nijeboer 22-01-1805 Diffelen – 24-07-1834 Lutten.
    • 30-05-1833 Hij is met verlof, is ziek naar Coevorden
  • no. 615. Gerrit Schepers 04-10-1805 Brucht, wonend te Bergentheim – 05-01-1888 Brucht.
    • 30-05-1833 is met verlof, heeft een waterzuchtige ongestelheid t.g.v. obstructien door zeeuwsche-endemische koorts, is al 16 maand sukkelend in diverse Rijkshospitalen geweest. Moet thuis blijven, kan niet vervoerd worden naar Coevorden. Is tot 13-07-1833 doodziek geweest, wordt nu zonder gevaar naar het hospitaal in Coevorden vervoerd
  • no. 616. Hendrikjan [Hendrik Jan] Regtuit 19-09-1805 Baalder, wonend te Lutten – 15-03-1835 Lutten (slachtoffer[?].
  • no. 617. Gerrit Swart 23-06-1805 Amsterdam, wonend te Baalder – na 1853 Amsterdam.
  • no. 618. Herbert Anton Meijer 03-04-1793 Amsterdam, wonend te Stad Hardenberg – 28-11-1831 Stad Dordrecht.
    • plaatsvervanger van Jan Oldewaterink 1805-1878 Brucht
  • no. 619. Hendrik Sluijer 01-11-1804 Egede, Hellendoorn – 24-12-1835 Den Ham.
    • plaatsvervanger van Albert Waterink 1805-1889 Heemse
  • no. 620. Herm Jan Schutte 28-11-1805 Rheeze, wonend te Brucht – 21-03-1870 Meer, Den Ham.
  • no. 621. Gerrit Jan Schrotenboer Hzn. 01-01-1805 Heemserveen – 07-05-1832 Stad Hulst.
  • no. 622. Willem Nademeule [Nademolen] 00-07-1798 Tubbergen – 05-11-1875 Coevorden.
    • wegens 34 jarige ouderdom 13 september uit den dienst ontslagen
  • no. 623. Albertus Butink 30-11-1804 Ommen, wonend te Gramsbergen – 1850 Zaadveenen, Coevorden.
  • no. 624. Jan Hendrik Wiegmink 19-08-1805 Junne, Ommen, wonend te Gramsbergen – 08-01-1832 Middelburg.
  • no. 625. Gerrit Beenen 24-10-1797 Gramsbergen – 12-12-1831 Haarlem, in de kazerne Koudenhorn, wonend te Gramsbergen.
    • 16-11-1831 brief naar Gramsbergen inzake ontslag wegens 34-jarige leeftijd
  • no. 626. Albert Schutte 14-09-1803 Avereest – 08-07-1852 Anerveen.
  • no. 627 Jannes Koenderink 11-08-1798 Gramsbergen – 19-08-1831 Middelburg.
    • plaatsvervanger voor ?
      08-02-1832 mededeling van de ambtenaar B.S. te Middelburg aan Gramsbergen: informatie dat Jannes Koenderink werkelijk in hospitaal te Middelburg is overleden op 19-08-1831, toen ter tijd is daarvoor een ander persoon opgegeven en wijziging van het register moet door rechtbank worden goedgekeurd (akte niet gevonden)
    • 01-10-1831 verbleef in de ziekenzaal te Vlissingen
  • no. 628. Jan Hendrik Huisjes 21-12-1805 Baalder – 08-01-1836 Baalder (slachtoffer [?]).
    • met onbepaald verlof thuis
  • no. 629 Hendrik Gerrits 1800 Holtheme – 12-01-1832 Stad Neuzen.
    • plaatsvervanger voor Derk Jan Ekenhorst 1805 -1861 Holtheme.
    • overleden in de infirmerie, wijk A, geboren te Holtheme en wonende in het Graafschap bij Emmelenkamp
  • no. 630. Egbert Reinders 19-02-1805 Gramsbergen – 18-02-1832 Stad Middelburg.
    • oud 27 jaren [de volgende dag zou hij 27 worden] in het huis wijk Q nummer 39, mobiel schutter wonende te Gramsbergen [schutterslijst zegt overleden 19-02-1832)
  • no. 631. Gerrit Takman 23-01-1804 Anerveen – 19-05-1867 Anerveen (tweeling met Jan)
    • 1823-1828 in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 632. Berend Jan Schuldink 06-05-1804 Ane – 18-03-1875 Stegeren, Ambt Ommen.
  • no. 633. Geert [waarschijnlijk Johannes Gerhardus] Stroeve 05-05-1804 Holthone – 07-02-1884 Holthone.
    • sedert 31 mei met verlof ziek achter gebleven
    • 10-04-1831 aangekomen in Staats Vlaanderen
    • 31-05-1831 met verlof voor 14 dagen.
    • 13-06-1831 ziek achtergebleven en bij Besluit van den 09-06-1831 no. 8 tot nader oproeping naar zijne haardstede gezonden, heeft alzoo 51 dagen in Staats Vlaanderen gediend
    • 16-07-1831 toezending door de gouverneur van Overijssel naar de Gemeente Gramsbergen van een bewijs van onbepaald verlof voor de zieke schutter Geert Stroeve dienende in de 1e afdeling, 2e bataljon der 5e compagnie der mobiele schutterij van Overijssel en gelegerd te Hulst
    • 08-11-1831 verzoek van de luitenant kolonel der troepen in het 5e district van Zeeland te Axel tot opsporen en opzenden van schutter G. Stroeve welke op 31 mei met 14 dagen verlof naar Gramsbergen is vertrokken en niet bij zijn bataljon is teruggekeerd
    • 27-03-1833 toezending door Raad van Administratie bij het 2e bataljon, 1e afd. mobiele schutterij van Overijssel twee staten van kleding, uitrusting en wapening van de schutters Weerts en Stroeve (inliggend de originele staten met vermelding van de aan hen verstrekte uitrustingstukken)
    • 07-07-1833 toezending door Raad van Administratie bij het 2e bataljon, 1e afd. mobiele schutterij van Overijssel over staat der meegenomen goederen van de schutters Stroeve en Meppelink met verzoek om hen mee te delen dat zij hun kleding, wapens etc. onverwijld te Doesburg komen inleveren
    • 10-12-1833 missive van de Gouverneur van de Provincie Overijssel inzake het onbewapend ter algemene inspectie verschijnen van de schutters R. Weerts en G. Stroeve
    • 10-04-1834 verzoek van de Majoor, commanderende het 2e bataljon, 1e afdeling mobiele schutterij van Overijssel tot toezending van kopieën van de in 1831 aan de schutters Reinhart Weerts en Geert Stroeve uitgereikte toestemming om met verlof te mogen gaan
    • hebbende gediend in het tijdvak bedoeld bij opgemelde aanschrijving zoo wel in de vesting Bergen op Zoom als gekantonneerd in Staats Vlaanderen.
    • 00-05-1834 Hulst: bij Z.M. besluit dd. 09-06-1831 no. 8 voorlopig ontslagen.
  • no. 634. Egbertus Assen 23-04-1804 Ane – 30-12-1831 Stad Hulst.
  • no. 635. Hendrik Bouwmeester 28-10-1804 Ane – 11-10-1857 Ane.
  • no. 636. Jan Takman 23-01-1804 Anerveen – 10-11-1874 Anerveen (tweeling met Gerrit).
  • no. 637. Jan Geugies 05-07-1803 Gramsbergen – 15-02-1832 Dordrecht.
  • no. 638. Egbert Engberts 23-09-1803 Anevelde – 13-05-1832 Anevelde.
  • no. 639. Willem Plasman 21-07-1803 Ane – 19-01-1833 Veere.
    • 1822-1827 milicien in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 640. Roelof Altena 13-10-1802 Anerveen – 22-04-1853 Coevorden.
    • 1821-1826 milicien in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 641. Jan Altena 09-05-1802 Anerveen – 25-10-1831 Vlissingen.
  • no. 642. Jan Hendrik Jansen [waarschijnlijk/nazien] 26-12-1801 Den Velde – 01-01-1833 Middelburg.
  • no. 643. Hermen Klooster 1801 Ane – 21-02-1832 Stad Neuzen.
  • no. 644. Asse Reinink 22-07-1799 Lutten – 20-12-1857 Anevelde.
  • no. 645. Lubbert Kleintjes 22-12-1796 Loozen – 04-12-1854 Radewijk.
    • wegens 34 jarige ouderdom 1 junij [of 17-06-1831] uit den dienst ontslagen
  • no. 646. Reinhard Weerts 03-12-1802 Gramsbergen – 22-12-1879 De Wijk.
    • 23 mei met verlof tot nader oproeping
    • 1821-1826 milicien in 7e Regiment Infanterie
  • no. 647. Hendrik Poes 25-08-1802 Lutten – 31-12-1873 Ane.
  • no. 648. Jan Woelderink 23-09-1801 Anerveen – 22-02-1872 Bruchterveld.
    • plaatsvervangend milicien voor Derk van Aans 1795 – 1866 Ane
    • 22-04-1835: majoor, commanderende het 2e bataljon, 1e afdeling mobiele schutterij van Overijssel aan Gemeente Gramsbergen: Lastgeving aan met onbepaald verlof zijnde schutters om op woensdag 6 mei aanwezig ter inspectie in de Stad Hardenberg (op de markt tegenover de kerk); het tenue zal zijn in chakots, vesten met mouwen, lakensche pantalons en zwarte slopkousen; binnenin de naamlijst met verlofgangers: H. Keuken, A. Batink, G. Takman, B.J. Schuldink, H. Bouwmeester, J. Takman, J. Woelderink, H. van den Hof, T. Zantman, F.G. Hultink, L. Veurink, H. Klinge en G. Gerritsen
    • 17-12-1835: Gedeputeerde Staten van Overijssel aan Gemeente Gramsbergen: Toezending besluit tot het ontslaan van Jan Woelderink als schutter bij het tweede bataljon der eerste afdeling mobiele Overijsselse Schutterij, wegens het bereiken van 34-jarige ouderdom
    • 24-01-1836: kapitein, commanderende het 2e bataljon der 1e afdeling mobiele schutterij van Overijssel te Kampen aan Gemeente Gramsbergen: Lastgeving aan schutter Jan Woelderink om zich op 2 februari naar Kampen te begeven en na aflevering van zijn kleding het ontslag uit dienst te ontvangen
    • 12-04-1836: kapitein, commanderende het 2e bataljon der 1e afdeling mobiele schutterij van Overijssel te Kampen aan Gemeente Gramsbergen: Vervolglastgeving aan schutter Jan Woelderink om zich uiterlijk voor het eind dezer maand te Kampen te vervoegen om het ontslag uit dienst te ontvangen
  • no. 649. Jan Willem Bouwhuis 28-10-1796 Oldenhof – 16-10-1871 Gramsbergen.
    • wegens 34 jarige ouderdom 1 junij uit den dienst ontslagen
  • no. 650. Hendrik Keuken 21-04-1802 Anerveen – 27-01-1889 Lutten.
  • no. 651. Hendrik van den Hoff 21-10-1802 Gramsbergen – 15-04-1888 Gramsbergen.
  • no. 652. Egbert Jan Meppelink 02-01-1801 Heemse – 12-07-1856 Heemse.
  • Onderstaande schutters komen merendeels uit Den Ham
  • no. 653. Hermannus van Eerde 01-02-1800 Den Ham – 19-11-1831 Axel.
    • 1819-1824 in het 7e Regiment Infanterie
  • no. 654. Lambertus Kasper.
  • no. 655. Gerrit Jan Tols.
  • no. 656. Hendrik Jan Weterink.
  • no. 657. Gerrit Pas.
  • no. 658. Gerrit Voort.
  • no. 659. Gerrit Jan Sokken.
  • no. 660. Jan Schuurman.
  • no. 661. Derk Sluur.
  • no. 662. Hendrik Veldman.
  • no. 663. Jan Sluijer.
  • no. 664. Hendrikus Moddejonge.
  • no. 665. Hendrik Jan Oldenzeel.
  • no. 666. Jan Schutte.
  • no. 667. Pieter Lamps.
  • no. 668. Nikolaas Kortland.
    • 17 maart 1831 gedetacheerd bij het regiment ligte dragonders no. 5, alhier geroijeerd
  • no. 669. Derk Kruger.
  • no. 670. Gerrit van Huizen.
  • no. 671. Albert van Franke.
    • 16 september gedetacheerd als stukrijder in het 5 district Zeeland
  • no. 672. Hendrik Aalders.
  • no. 673. Willem Baron.
  • no. 674. Herm Bosch.
  • no. 675. Gosen Hulleman.
  • no. 676. Jozeph Wezenaar.
  • no. 677. Hendrik Krommendijk.
  • no. 678. Gerhardus Hospers.
  • no. 679. Bernardus Abbink.
  • no. 680. Albertus Weiteman.
  • no. 681. Wicher Wichers.
  • no. 682. Hendrik Kobes.
    • 25 april als deserteur afgevoerd, geroijeerd
  • no. 683. Willem Kleinhalle.
  • no. 684. Gerhardus Tijhof.
    • 5 juli gedetacheerd als voerder van een pakpaard bij dit bataillon
  • no. 685. Frederikjan Jansen.
    • no. 686. Hendrikjan Temme.
      • 24 april als deserteur afgevoerd, geroijeerd [ dus geen metalen kruis]
      • J.H. Temme was plaatsvervanger van Jan Harmen Schonekamp 1796-1880 Gramsbergen
    • no. 687. Jan Hendrik Middag 20-10-1799 Heemse – 06-01-1858 Brucht.
      • plaatsvervanger voor Egbert Hannink 1803 – 1872 Brucht
    • no. 688. Jan Laure.
    • no. 689. Hubertus Smits.
    • no. 690. Albert Kuiper.
    • no. 691. Jan Hendrik Tijman [Tieman] 1794 Neuenhaus, Duitsland – 31-03-1832 Radewijk.
      • plaatsvervanger voor Gerrit Jan Velsink 1805 Rheeze – 1857 Radewijk
    • no. 692. Gerrit Holtmans 17-11-1805 Brucht – 01-08-1870 Brucht.
    • no. 693. Jan Middeljan.
    • no. 694. Wijtse Paulus Dekhuizen (plaatsvervanger voor Egbert Nijkamp te Sibculo).

    Een enkeling werd geplaatst in andere compagnie:

    • no. 151. sergeant 2e compagnie. Jan Schotvanger 29-04-1802 Beverwijk, wonend te Bergentheim – 06-06-1834 Bergentheim.
    • no. 283. fourrier 3e compagnie. Wilhelmus Kisjes 30-08-1801 Zwolle, wonend te Sibculo – 07-10-1857 Stad Almelo.
    • no. 698. sergeant 6e compagnie. Gerrit Frijlink 11-04-1801 Diffelen – 07-06-1864 Diffelen. Had plaatsvervanger Christjan van Limburg voor militaire dienst.

    Niet alle schutters staan op deze lijst. Sommigen waren voor de veldtocht al gestorven, lagen in de ziekenboeg of waren met ziekenverlof naar huis. Dit waren onder meer:

    • Hendrik Amsink 10-02-1804 Brucht – 24-08-1831 Collendoornerveen
    • Hermannus Bollemaat 22-07-1800 Diffelen – 02-08-1831 Stad Hulst
    • Klaas Brink 28-05-1803 Lutten – 16-09-1831 Stad Hulst
    • Lugger Reinink 27-04-1803 Lutten – 28-09-1831 Lutten
    • Herm Jan Hermsen 13-11-1802 Zwolle, wonend Collendoorn – 03-09-1831 Stad Neuzen
    • Ane Pieters Stellinga 1793 Nijehaske, wonend Rheezerveen – 10-10-1831 Stad Hulst
    • Jan Thielen 28-10-1802 Ane – 10-10-1831 Stad Hulst

    Verder werd naar huis gestuurd in verband met lichaamsgebreken:

    • Lucas Hultink 30-03-1801 Holtheme – 20-06-1862 Radewijk.
      • 26-03-1831 ontslagen

    Niet vertrokken:

    • Frederik Brink als schoolmeester achter gebleven, zie bovenstaande lijst no. 550.
    • Hendrik Rengelink 18-10-1801 Hesingen – 07-10-1849 Baalder.
      • gedeserteerd, uitgeweken naar de Graafschap Bentheim
    • Gerrit Holleboom 26-12-1804 Heemse – 25-10-1868 Collendoornerveen.
      • hij kon niet mee naar Deventer, hij zat daar namelijk al. Wegens correctionele detentie was hij te gast in de gevangenis. Om aan zijn straf te ontkomen had hij nog aangeboden om vijf jaar als vrijwilliger in dienst te treden. Na zijn vrijlating was hij dermate verzwakt, dat hij pas in november 1831 af kon reizen naar Doesburg om zijn uitrusting te halen
    • Gerrit Jan Wilps 19-03-1802 Lutten, wonend te Loozen – 24-03-1856 Heemse.
      • vrijgesteld van de uitmars vanwege zijn zwangere vrouw. Wilps had ook al zijn militaire dienstplicht vervuld in het 7e Regiment Infanterie 1821-1826.
    Marsorder en signalement Gerrit Holleboom.
    Marsorder en signalement Gerrit Holleboom.

    Onbekend:

    • Gerrit Seinen 20-09-1805 Collendoorn – 02-06-1879 Collendoorn.
    • Hein Kolthof 17-11-1806 Vriezenveen, wonend te Loozen – 22-02-1834 Stad Hulst (slachtoffer).
      • 07-01-1834 Lijst van manschappen van de 5e komp. daar dienende of daar overleden, deze in verband met eventuele vrijstelling bij de Nationale Militie broeders: Hein Kolthof contingent 1830 uitgetrokken voor Gramsbergen; Gerardus Kolthof ligting 1831.
      • 23-02-1834 Majoor, commanderende het 2e bataljon, 1e afdeling mobiele schutterij van Overijssel aan Gemeente Gramsbergen: Kennisgeving van het overlijden van de schutter Hein Kolthof op 22 februari 1834.
      • 05-06-1834 Gouverneur van de provincie Overijssel aan Gemeente Gramsbergen: Missive inzake goederen en gelden, nagelaten door schutters die in het ziekenetablissement te Hulst overleden zijn; hieronder bevindt zich de nalatenschap van de Gramsbergse schutter Jan Kolthof; verzocht wordt de erfgenamen te verzoeken zich op het gouvernement te melden, voorzien van de benodigde verklaring, om 4 gulden 47 en een zilveren zakhorloge, voorzien van een stalen ketting, in ontvangst te nemen.
      • 24-02-1834 Wethouder en ambtenaar tot de zaken van de burgerlijke stand van de stad Hulst aan Gemeente Gramsbergen: Apostille bij het toezenden van het doodextract van de schutter Hein Kolthof.

    Ter aanvulling van de 5e compagnie na de Tiendaagse Veldtocht:

    • 06-09-1831: Jan Hendrik Kleijan 24-02-1805 Holthone – 23-01-1832 ‘s-Gravenhage.
      • Dienstplichtig Gramsbergen Ligting 1825 no. 10 (reserve). Heeft plaatsvervanger Joannes Huijsman, geb. 03-10-1796 te Coevorden en wonende te Gramsbergen z.v. Joannes Nicolaas en Anna Lankhorst in het 7e Regiment Infanterie stamboekno. 12762 (Huijsman had ook al gediend in dit regiment van 01-05-1819 tot 15-03-1824).
      • 06-09-1831: ingelijfd als schutter in de Overijsselsche Schutterij.
      • 13-0-1832 kolonel te ’s Gravenhage aan Gemeente Gramsbergen:
      • Missive inzake nagelaten goederen der schutter Jan Hendrik Kleijan welke overleden is in het tijdelijk hospitaal te ’s Gravenhage en wiens goederen op 28 januari zijn verzonden naar het depot te Doesburg; behalve uitmonstering en wapenen heeft hij zes guldens en tweeentachtig en een halve cent nagelaten.
      • 21-10-1832 hoofdadministratie van 12e afdeling infanterie te Doesburg aan Gemeente Gramsbergen: Missive inzake nalatenschap schutter Jan Hendrik Kleijan waarvoor de vader Berend Kleijan een kwitantie moet tekenen.
      • 16-11-1832 hoofdadministratie van 12e afdeling infanterie te Doesburg aan Gemeente Gramsbergen: Toezending nagelaten som geld van schutter Jan Hendrik Kleijan.
    • ca. 1832 : Albert van Laar.
    • ca. 1832: Egbert Schuldink 10-09-1807 Ane – 09-01-1879 Baalder.
    • ca. 1833: Roelof Brouwer.
    • ca 1833: Hermannus Klinge 24-02-1806 Radewijk – 15-05-1835 Ane (slachtoffer).
    • ca. 1835: Evert Assen 11-03-1809 Anerveen – 19-06-1836 Anerveen (slachtoffer).
    • ca. 1835 of eerder: Jannes of Albert Drenten, Gerrit Gerritsen, Huisjes, Frederik Gerrit Hultink, Lubertus Veurink, Teunis Zandman.
    • ca. 1836 : Roelof Beenen, Gerrits, Roelof Hurink, Derk Jan Joosten, Lucas Meijerink, Hendrik Jan Nijmeijer, Lambert Oldehinkel, Hendrik of Jan Hendrik Plasman, Reinders, Albert Reurink, Roelof Roos.
    • Gramsbergen nazien: Albert Broekhuis, Albertus Centen, Jan Hendrik Geugjes, Herman Hekman (vervanger van Meilink), Gerrit Jan Hinnegies, Lubbert Jonkeren, Hendrik Kampherbeek, Berend Jan Kamphuis, Gerrit Jan Klinge, H. de Lange, Roelof Mulder, Gerrit Nijland?, Wolter van der Schuur, S.H. Snippel, Jan Strojans?, Hendrik Westerman, Jacobus van Zoolingen.
    • Stad Hardenberg. Jan Zweers 1807 Stad Hardenberg – 26-08-1833 Stad Hulst (slachtoffer).

    Behalve de schutters moesten ook dienstplichtigen uit het nationale leger naar het front.
    Onderstaanden militairen werden ook met het metalen kruis beloond:

    1. Jan Harm van Aas 06-11-1801 Ane – 19-01-1862 Dalen.
    2. Mannus van Aas 22-11-1810 Ane – na 1838 Duitsland?
      • 1829-1838 fuselier 7e Regiment Infanterie
      • 30-12-1832 als krijgsgevangene naar Frankrijk gevoerd
    3. Teunis Almelo 13-02-1792 – 17-12-1866 Collendoorn.
    4. Jan Beldman (Hekgeerts) 20-11-1811 Sibculo – 21-04-1860 Notter, Wierden.
    5. Jan Bollemaat 05-04-1809 Diffelen – 18-07-1846 Diffelen.
    6. Wolter Brink 08-02-1811 Gramsbergen – 07-01-1893 Gramsbergen.
    7. Jan Jacobs van den Brink 24-02-1811 Laekswoude, Opsterland – 01-12-1867 Ane, in een strohut op de heide.
    8. Levi de Bruin 08-09-1811 Hardenberg – 22-01-1897 Stad Hardenberg
      • vanaf 1832 in Hellevoetsluis en Briel, geen metalen kruis
    9. Henricus Bruins 16-10-1811 Laar, wonend Hardenberg – 03-11-1881 Dedemsvaart, Avereest.
    10. Jan Cremer 27-06-1809 De Wijk, wonend Ambt Hardenberg – 12-06-1880 Lutten aan de Dedemsvaart.
    11. Bartholomeus Cromjongh 12-10-1789 Gorinchem, wonend Hardenberg – 08-09-1861 Dordrecht.
    12. Jan Bosch Eppink 01-11-1811 Gramsbergen – 21-01-1891 Lutten aan de Dedemsvaart.
    13. Evert Everts 04-10-1798 Oldenhof – 09-06-1848 Zwolle, wonend Gramsbergen.
      • 1817-1822 7e Regiment Infanterie
      • 1827-1836 8e Regiment Infanterie als plaatsvervanger voor Roelof Beenen
    14. Derk Flierman 11-05-1800 Hardenberg – 06-04-1873 Gramsbergen.
    15. Hendrik Fokkers 09-03-1811 Den Ham, wonend Hardenberg – 03-08-1874 Hulsen, Hellendoorn.
    16. Jan Fokkert 23-02-1808 Hardenberg – 29-02-1844 Menado [Manado], Oost Indië.
      • als korporaal gestorven (oorlogsslachtoffer?)
      • behalve metalen kruis ook de bronzen medaille ontvangen
    17. Frederik Geerlings 10-02-1811 Hardenberg – 28-04-1877 Arnhem
      • behalve metalen kruis ook de bronzen medaille ontvangen
    18. Lukas Geertman 11-08-1810 Lutten – 06-06-1885 Gramsbergen
      • behalve metalen kruis ook de bronzen medaille ontvangen
    19. Albert Goorhuis 13-11-1812 Baalder – 21-05-1832 Grave.
    20. Herman Goris 10-02-1811 Hardenberg – 28-04-1877 Arnhem
    21. Petrus Alexander Isaäc Gosenson 29-08-1807 Hardenberg – 20-02-1884 Doesburg
    22. Jan van Groningen 28-08-1798 Zwolle, wonend Sibculo – na 1864
    23. Hendrik Hakkers 20-11-1808 Heemse – 20-10-1893 Heemserveen
    24. Hendrik Hakkers 11-10-1816 Loozen – 14-12-1835 Veere.
      • fuselier in de 18e afdeling vanaf 1 mei, geen metalen kruis
    25. Johannis Hekman 30-12-1811 Ane – 24-12-1867 Ane
    26. Jan Hendriks (ter Wielen) 21-01-1806 Heemse – na 1838
    27. Willem Holtink 26-06-1802 Holtheme – 24-08-1864 Lutten
    28. Johannes Huisman 03-10-1796 Coevorden, wonend Gramsbergen – 23-05-1853 Ommerschans
      • plaatsvervanger voor Hendrik Egberink 1811-1874 Anevelde
    29. Jan Herm Hutten 03-09-1811 – 11-01-1858 Bergentheim
    30. Roelof de Jager 17-10-1810 Haren, wonend Gramsbergen – 12-12-1890 Kampen
      • nummerverwisselaar met Albert Odink 1810 Collendoorn – 1873 Dedemsvaart
    31. Harm Janssen 23-11-1808 Den Velde – 22-01-1842 Gramsbergen
    32. Gerrit van den Kamp 03-11-1809 Rheeze – 07-06-1867 Heemse
    33. Hermannus Kampman 05-05-1809 Heemse – na 1832
    34. Hendrik Kip 19-05-1810 Ootmarsum, wonend Hardenberg – 26-05-1858 Ootmarsum
    35. Steffen Klaassen 11-07-1798 Harlingen, wonend Gramsbergen – 21-01-1877 Coevorden
    36. Marten Klinge 02-03-1810 Gramsbergen – 30-05-1887 Gramsbergen
    37. Jan Tijs van Kooi 07-07-1801 Groningen, wonend Hardenberg – 03-08-1896 Hellendoorn
    38. Gerard van Laar 13-12-1812 Hardenberg (stad) – 15-05-1885 Stad Hardenberg
    39. Hendrikus Lamberts 23-02-1811 Sibculo – 09-09-1874 Wierden, wonend Vriezenveen
    40. Seine Lennips 07-12-1812 Den Velde – 22-02-1836 ‘s-Hertogenbosch
    41. Christiaan van Limburg 25-12-1793 Kampen – na 1858 Veenhuizen
      • plaatsvervanger voor Gerrit Vrielink 1801 – 1864 Diffelen
    42. Gerard Jan Meulenkamp 26-10-1812 Bergentheim – 17-05-1832 Haarlem
    43. Jasper van Munster 20-01-1811 Hardenberg (stad) – 11-11-1871 Fillmore, USA
    44. Derk Nijman 08-12-1809 Hardenberg (stad) – na 1861 Amsterdam
    45. Derk Nolthuis 26-08-1809 Emmelenkamp – 27-11-1885 Sibculo
    46. Hendrik Willem Odink 22-09-1811 Heemse – 13-09-1859 Deventer
    47. Jannes Otten 15-07-1808 Heemse – 02-12-1846 Heemse
    48. Mozes Philipson 04-10-1810 Stad Zutphen – 09-11-1877 Stad Hardenberg
    49. Hendrik Prins 01-07-1801 Avereest, wonend Rheezerveen – 27-03-1882 Nieuweroord
    50. Teunis Ramaker 21-03-1810 Holthemerbroek – 11-11-1833 Kampen, wonend Gramsbergen
    51. Albertus Reinders 22-01-1808 Gramsbergen – 10-10-1870 Gramsbergen
    52. Albert Reints 25-12-1810 Baalder – 28-11-1833 Baalder
    53. Egbert Reints 14-02-1811 Baalder – 15-06-1866 Vught
    54. Hendrik Jan Rolman 25-10-1811 Kampen, wonend Hardenberg – 23-08-1867 Grave
      • in dienst sinds 1832 in Hellevoetsluis en Briel, geen metalen kruis
    55. Hendrik Rotman 11-08-1804 Ambt Ommen – 16-04-1864 Wierden
      • plaatsvervanger voor Egbert Broekroelofs 1809 – 1879 Radewijk
    56. Frederik Salomons 18-04-1812 Hoogeveen, wonend Rheezerveen – na 1839
    57. Gerrit Schuldink 12-04-1807 Ane – 10-03-1879 Stad Hardenberg
    58. Hendrik Santman 22-04-1811 Hardenberg (stad) – 24-10-1861 Stad Hardenberg
    59. Hendrikus Top 1804 Den Ham, wonend Hardenberg – 12-08-1833 Bruinehaar
    60. Jan Tuls 01-11-1796 Magele – 09-03-1860 Den Ham
      • plaatsvervanger voor Harmannus Raben 1803 Brucht – 1881 Stad Hardenberg
    61. Jannes van der Velde 25-02-1807 Hardenberg (stad) – 04-02-1837 Stad Hardenberg
    62. Gerrit Venebrugge 01-12-1807 Hardenberg (stad) – 25-10-1878 Den Ham
    63. Jan Visscher 11-02-1808 Heemse – 28-05-1835 Maastricht
    64. Berend Wilpshaar 19-10-1810 Ane – 09-10-1893 Vlieghuis, Coevorden
    65. Gerrit Zweers 19-09-1804 Hardenberg (stad) – 25-11-1875 Delft