D. Hesselink‑Zweers

De vanouds bekende riddermatige havezate Heemse was gelegen op de plaats waar nu het zorgcentrum Clara Feyoena Heem is gevestigd. Het goed was gunstig gelegen tussen de Post- of Hessenweg en de rivier de Vecht. De havezate was door vererving aan Isaac Reinder baron van Raesfelt toegekomen. Hij trouwde met de adellijke dichteres Clara Feyoena van Sytzama. Na haar dood op 1 september 1807 kwam het landgoed in handen van hun kleindochter Maria Clara van Rechteren en haar man Jacob van Foreest.

Clara Feyoena en haar familie
Clara Feyoena was 21 jaar oud toen zij in 1750 trouwde met de zes jaar oudere Isaac Reinder. Zeven jaar later werd hun enig kind, een dochter geboren. Zij werd vernoemd naar Isaacs grootmoeder Armgard van Randwijck en Clara’s moeder Ebella Juliana Aebinga van Humalda. De kleine Armgert (Ermgard) Ebella Juliana werd op 16 oktober 1757 ten doop gehouden in de kerk van Heemse. Op Pasen 1774 werd ze daar als lidmaat aangenomen. De jonge barones trouwde hier een jaar later op 17-jarige leeftijd met de 30-jarige graaf Christiaan Lodewijk van Rechteren tot Gramsbergen. Van Rechteren nam van zijn broer de havezate Collendoorn over en ging daar met zijn jonge vrouw wonen. Als Heer en Vrouw van Collendoorn kregen ze twee kinderen: Maria Clara, vernoemd naar haar grootmoeders Maria Louisa van den Boetzelaer en Clara Feyoena van Sytzama, werd gedoopt op 10 augustus 1777. Hun zoon werd anderhalf jaar later op 1 februari 1779 geboren. Bij zijn doop op 7 februari kreeg hij de namen Reinhart Isaac. Hij werd vernoemd naar zijn grootvaders Rijnhart Burghart Rutger van Rechteren en Isaac Reinder van Raesfelt.

Enkele maanden na de geboorte van hun zoon kreeg Ermgard een uitteerende ziekte. Er was nog steeds hoop op herstel toen zij op 24 januari 1780 onverwacht stierf. De weduwnaar schreef in de rouwbrief dat zijn teder beminde zwanger was geweest van hun derde kind: Een slag, die mij, en mijne geliefde Schoon Ouders, welke dese hare eenige Dogter in haaren schoot gekoestert en steeds als haren Oogappel bemind hebben, dies te gevoeliger treft. De graaf bleef achter met twee kinderen waarvan de jongste nog geen jaar oud was.

Ermgard, enig kind van Isaac Reinder en Clara Feyoena van Raesfelt, vrouw van Christiaan Lodewijk van Rechteren en moeder van Maria Clara en Reinhard Isaac sterft op 22-jarige leeftijd.

Clara Feyoena’s kleindochter Maria Clara gravin van Rechteren trouwde op 18‑jarige leeftijd met de bijna één jaar jongere jonkheer Jacob van Foreest tot Petten, zoon van Nanning van Foreest en Christina le Chastelain. Het huwelijk werd op 7 juli 1796 gesloten in Gramsbergen. Daar op de havezate Gramsbergen woonden de oom en tante van zowel bruid als bruidegom. De broer van Maria Clara’s vader, oom Leopold Casimier van Rechteren was getrouwd met de zus van Jacobs moeder, tante Johanna Geertruij le Chastelain.
Het jonge paar ging bij vader inwonen en vier maanden later werd hun eerste dochter Wilhelmina Francina op Collendoorn geboren. Twee jaar later zag Juliana Louisa het levenslicht en begin 1800 kregen zij een zoon Willem Jan Petrus. In datzelfde jaar werd op de nabij gelegen havezate Heemse op 6 september het vijftig-jarig huwelijk van Clara Feyoena en Isaac Reinder herdacht. Enkele maanden na de gouden bruiloft overleed Isaac Reinder op 77‑jarige leeftijd. Zijn weduwe Clara Feyoena schreef in de rouwbrief gericht aan de gravin Van Rechteren tot Almelo de volgende woorden:
Het heeft den Vrijmachtigen God behaagd, mijnen tedergeliefden Echtgenoot, den Hoogwelgebooren Gestrenge Heer, ISAAC REINDER, Baron van RAESFELT, in leven Heer van Heemse, gister avond om 11 uur aan verval van kragten, vergezeld van waterzucht, uit dit Leven in de Eeuwigheid overtebrengen, in den ouderdom van bijkans 78 Jaaren.

Hartgrievend is voor mij deze gevoelige slag, daar ik met den overledenen ruim 50 Jaaren door den huwelijksband ben verbonden geweest; dan ik wensche den Heere te zwijgen, mij aan Zijn aanbiddelijk bestier te onderwerpen, en hope op Deszelfs ondersteuning.
Hebbe mij verpligt gevonden U Hooggeboren hiervan kennisse te geven, met toebidding, dat ’t Gode behage, U Hooggeb. lange Jaaren voor alle treurige gevallen te bewaren.
Waarmede blijve Hooggeb. Vrouw en Nicht.
U Hooggeb. Ootmoedige en bedroefde Dienaresse C.F. Douairière van RAESFELT, Geboren van SYTZAMA.
Heemse den 5 Januarij 1801.

Clara Feyoena verliest op 4 januari 1801 haar teder geliefde.

Nog in datzelfde jaar stierf Clara Feyoena’s enige kleinzoon Reinhard Isaac graaf van Rechteren. Deze werd in zijn jeugd geestelijk onvolwaardig genoemd. Later stond hij echter ingeschreven als student te Utrecht. Hij stierf in Den Haag in de morgen van 8 september 1801 na een uitterende ziekte van acht maanden. Net als zijn moeder Ermgard werd hij maar 22 jaar oud. De bitterbedroefde vader verstuurde nog dezelfde dag rouwbrieven vanuit ’s Hage. Ondertussen was zijn dochter Maria Clara hoogzwanger van het vierde kindje. Dit dochtertje dat een maand later op havezate Collendoorn het levenslicht zag, werd vernoemd naar haar gestorven broer. Zij kreeg de namen Reinhardina Isabella.

Rouwbrief verstuurd met de Haagsche Post door de bitter bedroefde vader C.L. graaf Van Rechteren, die door het zielgrievend verlies van Reinhard Isaac diep getroffen is.

Nadat Maria Clara was bevallen van haar zevende kind, stierf haar grootmoeder Clara Feyoena op 1 september 1807 op 78‑jarige leeftijd. Zij was naast dichteres een drukke landeigenares. Op haar rustte de hele administratie van het zeer uitgebreide landgoed. Zij ontving de pachters met hun betalingen in geld en natura, riep hen op het matje als er iets niet naar haar zin gebeurde en overlegde met buurtbewoners over nieuwe landbouwmethoden enzovoort. Zij deed tevens een groot deel van de correspondentie. Haar man hoefde soms alleen maar zijn handtekening te plaatsen. Hij hield zich bezig met grondaankopen en als Heer van Heemse had hij veel verplichtingen, bijvoorbeeld als lid van de Ridderschap van Overijssel, de marke, de kerkenraad en als goedsheer in het kerspel.

Na het overlijden van haar man kocht Clara Feyoena nog verschillende stukken grond en een aandeel in het Huis de Scheere te Holthone. Soms werd zij bijgestaan door de man van haar kleindochter, Jacob van Foreest. In het door haar aangelegde pachtboek van de havezate schreef zij tot kort voor haar overlijden.

Maria Clara en haar man Jacob van Foreest werden de nieuwe Heer en Vrouw van Heemse. Voordat de familie Van Foreest het Huis Heemse betrok, werd in 1808 een nieuwe tuinschuur in het Starrenbosch Sterrebos gezet en werd het Bosch Plantagie gedeeltelijk opnieuw beplant. Er werd een meiershuis afgebroken en in 1809 bouwde men de tuinmanswoning op de Hulzeboschkamp en werd het Freulenbosje aangelegd.

wapen Van Foreest.

In sommige publicaties over de havezate wordt geschreven dat Huize Heemse door Van Foreest werd afgebroken en opnieuw werd opgebouwd. Waarschijnlijk is men op die gedachte gekomen doordat sprake is van het afgebroken meiershuis, dat voorheen hetzelfde huisnummer had als Huize Heemse. Men zag ook dat het huis na Clara Feyoena’s overlijden uit twee verdiepingen bestond. In de in 1783 verschenen bundel Heemse Hof-, Bosch- en Veldzang stond volgens hen een afbeelding van het landhuis Heemse. Deze tekening van D.S. van der Laan laat echter een huis van maar een verdieping zien. Deze prent geeft echter de werkelijkheid van toen niet goed weer. Uit het testament van de oude mevrouw Jacoba Hendrietta Arnolde van Raesfelt geboren van Uterwijck blijkt dat Huize Heemse in 1752 ook al twee verdiepingen had. Er was toen sprake van de porseleinkast op de gele kamer boven.

Tijdens de onderstaande rondleiding door het huis kunt u met ‘eigen ogen’ zien dat die kast met porselein anno 1820 nog in de gele kamer van Huize Heemse staat.

In maart 1809 zag nog een dochter van Maria Clara en Jacob van Foreest het levenslicht op de havezate Collendoorn. De laatste drie kinderen werden daarentegen op Heemse geboren. Zij kregen samen elf kinderen waarvan enkelen op jonge leeftijd zijn gestorven, terwijl de laatste in 1815 levenloos werd geboren. Maria Clara stierf op 2 november 1817 op Huize Heemse en haar vader de graaf van Rechteren, die was gaan wonen op het nabij gelegen Welgelegen (nu kantoor Vechtstede notarissen) stierf daar in 1820.

Jonkheer Jakob van Foreest en zijn kinderen werden hierdoor erfgenamen van zowel de goederen in Collendoorn en Heemse. Kort voor Jacobs tweede huwelijk met Helena Gesina van Coevorden, bij wie hij nog vier kinderen verwekte die kort na of tijdens de geboorte stierven, werd de boedel op Huize Heemse beschreven.

1192 Dennenbosch, 1156 De verloren arbeid, 1191 De Dwars Allee, 1189 De Wijngooren met de dichtbij gelegen Hoek- en Slingerbosch, 1188 De Vossebosch met het Tortelduivenbosch, 1193 Den Brand met het dichtbij gelegen Nagtegaalsbosch, 1184 De groote Middel Allee, 1186 Luggerskamp, 1183 Het Bergje, 1181 De noordelijke of groote Velsink, 1182 De kleine of zuidelijke Velsink, 1163 De Laan, 1164 De Laankamp aan de Rheezerweg, 1166 lang Schreurskamp, 1168 Tuinmans, 1170 Freulenboschje, 1172 Schreurs, 1127 buitenste Allee langs Jagers (1129),  1180 Bassecour met rechts Huize Heemse, links boven het Koetshuis en onder het Karnhuis, 1177 en 1178 Tuin met gracht, 1179 Starrenbosch, 1187 noordelijke buitenste of schapen Allee. Verder liggen er percelen met onder andere namen als Lijsterbosch, Jagersbosch, Grutterskamp, Konijnenkamp, Haverkamp, Heidekamp en Geere.

Het Huis beschreven
Op verzoek van Jacob van Foreest en zijn kinderen werd de havezate Heemse geïnventariseerd. De jonkheer en zijn beide oudste dochters en W. Swam om wille van zijn andere kinderen zijn tussen dinsdag 12 december 1820 en donderdag 22 maart 1821 hier drieëntwintig dagen mee bezig geweest. Met de hulp van vier mannen werd de inventarisatie gedaan: alles werd opgeschreven door Antoni van Riemsdijk, openbaar notaris te Stad Hardenbergh, de deurwaarder van het vredegerecht aldaar Jan Hendrik Edelijn verrichtte als expert de taxatie en de landbouwers Jan Kromhof van huisnummer 57 en Hendrikus Jagers van huisnummer 60 waren getuigen.

De eerste dagen werden de bij de havezate behorende erven en landerijen globaal beschreven en op de vijfde dag beginnen ze met de boedelbeschrijving van Huize Heemse.

Aan de hand van de inventaris kunnen we een kijkje nemen in Huize Heemse. We lopen via de grote oprijlaan – deze begon ongeveer op de Rijksweg ter hoogte van sportpark De Boshoek – richting het Huis. Eerst komen we door het Dennenbosch, aan de rechterkant zien we ook een heideveld met dennen genaamd De verloren arbeid. Dan passeren we de Dwarslaan en lopen langs het hooiland De Wijngaarden en langs het Vossebosch en het Tortelduivenbosch. Hierna passeren we de oude Rheezerweg die van Den Brand richting Rheeze liep (nu nog een vaag spoor te zien op camping De kleine Belties). Vervolgens lopen we tussen de Luggerskamp en het Bergje bij de Laankamp door. De middelste laan stopt abrupt voor de beide weilanden, de grote en kleine Velsink of de Velsingen genaamd. We moeten een stukje teruglopen en kunnen via het Rheezervoetpad langs de kleine of zuidelijke Velsink lopen. Na Schreurskamp en het tuinmanshuis gaan we linksaf. We lopen nu langs de gracht op de buitenste allee (nu oude Rheezerweg geheten) en bereiken de bassecour – het voorplein of voorhof – van Huize Heemse.

Handschrift van Clara Feijoena. Zij beschrijft het akkermaalshout in het Bosch ten noorden van de grote middel Allee.
Kaart van het Huis Heemse anno 1783 door ing. Snouck.

We kijken naar het twee verdiepingen tellende huis met de grote zolder en schoorstenen. Voor het huis staan aan weerszijden van het plein de zogenaamde bouwhuizen. De benedenverdieping van Huize Heemse heeft aan de voorkant vier grote ramen met in het midden een bordes en voordeur. De bovenverdieping telt vijf ramen. Via de enkele treden tellende stoep betreden we het huis. Op de benedenverdieping zijn vijf grote en kleine vertrekken, een zaal, een keuken en een gang. Ook de bovenverdieping heeft een gang en daar zijn acht vertrekken. Halverwege beide verdiepingen zijn er bordeskamertjes. Beneden is de grote kelder met raampjes en boven de ruime zolder.

Zolder en bordeskamertje

We gaan eerst naar de zolder waar 183 voorwerpen werden geregistreerd. We zien hier veel blauwe en bruine meubels zoals ledikanten en kisten met koperbeslag en een stommeknecht (bijzettafeltje). Allerlei huisraad van braadpannen tot suikerscharen en zuurkooltonnen. Ook liggen er een half dozijn koperen strijkijzers, een astrolabium (gradenboog) en een decimale landmetersketting in een kist. We bekijken een blikken toverlantaarn en twee metalen kanonnetjes met het wapen van een dubbele adelaar en de inscriptie S.v.I. 1657.

Er lagen teveel spullen om dat in een dag te kunnen noteren, zodat men op de volgende zitting of vacatie op zolder verder ging. Wij volgen het gezelschap vandaar naar het bovenste bordeskamertje. We moeten hiervoor een eindje de trap af. Het kamertje bevindt zich halverwege de trap tussen de zolder en de tweede verdieping. Tussen de tweede verdieping en de begane grond is eenzelfde kamertje. Beide bordeskamertjes hebben een vensterraam, uitziend op het Starrenbosch. In het bovenste bordeskamertje staan meubels zoals een tafel met stoelen op een grijs, groen geruit tapijt. De ramen zijn, evenals alle andere ramen van het huis, voorzien van Vlaams linnen glasgordijnen met witte franje en van neteldoekse onderglasgordijntjes (neteldoek werd oorspronkelijk gesponnen van netelvezels, later van licht katoen of mousseline vervaardigd los weefsel in effen binding).

wapen Van Rechteren

Voorkamer

Hierna lopen we verder de trap af en komen, op de tweede verdieping, in de gang die het huis in tweeën deelt. Evenals notaris Van Riemsdijk en zijn gezelschap lopen we deze gang door en belanden in de rechter voorkamer. Deze kamer heeft twee vensters die uitzien op de bassecour. In deze kamer zien we onder andere een ledikant met tijk, tafels, stoelen en een turfbak. Ook ligt er een jachtgeweer met de weitas (jagerstas waarin men geschoten klein wild bergt) en de kruithoorn. Er hangen schilderijen met afbeeldingen van bloemstukken, een met de zeeslag op de Doggersbank van 5 augustus 1781 en een portret van een gestorven dominee. Ook hangen er tekeningen van de vier evangelisten aan de muur. Verder vinden we hier heel veel gemerkt linnengoed. Bijvoorbeeld drie dozijn bedlakens, gemerkt zwart F.R. (Foreest Rechteren), twee maal twee dozijn kussenslopen, zwart en rood gemerkt, een dozijn gansogen (ganzenogen is een weefsel met ronde geweven figuurtjes) handdoeken, een dozijn tierentijnse (tieretein is geweven stof met een linnen ketting en een wollen inslag) handdoeken, rood gemerkt R.S. (Raesfelt Sytzama), twee dozijn tafelservetten en een laken, rood gemerkt F.v.H. enzovoort. Dit linnengoed is van grote waarde. Het duurst in dit vertrek zijn de anderhalf dozijn fijne beddenlakens, rood gemerkt F.R.6, die toentertijd op negentig gulden werden begroot.

Middenkamer

De kamer ernaast, de middenkamer aan de noordzijde, heeft één raam met uitzicht op de tuin of Starrenbosch. Hier zijn twaalf grote meubelstukken zoals een mahoniehouten kabinet met vrouwenkleding. In deze kast liggen maar liefst 72 hemden, gemerkt M.C.v.F. (Maria Clara van Foreest geboren Van Rechteren). Verder broeken, molton onderrokken, nachtjakken, veertig paar witte katoenen kousen en veel jurken, zoals een lila japon met strepen. Er ligt een Italiaanse strohoed en er hangen diverse mantels en twee palatines (pelerine of schoudermantel van bont was genoemd naar prinses Palatine, de schoonzus van Lodewijk XIV).

In de ouderwetse kist ligt een grote luieruitzet: mutsjes met kant of met lagetten (gitten), gemaakt van linnen, van neteldoek of van gestikte pike (stof met dubbele ketting waardoor een patroon ontstaat), wit zijden ondermutsjes, flepjes (fontanellapjes onder het ondermutsje), batisten handschoentjes met kant, neteldoekse overhemdjes met kant en gestikte gekeperde borstrokjes, batisten hemdjes met en zonder kant, navelbandjes, dekentjes en lakens van allerhande stoffen. Zo te zien was enige vrouwelijke hulp meer dan welkom met het benoemen van spullen als Silesien kinderdoeken, Marsiljene schoentjes, feijteltjes (spuugdoekjes), voorstekertjes, diemetten (sterke katoenen stof in keperverbinding waarin een patroon is geweven) borstrokjes en witte mousselinnen rokjes.

In deze kamer staat een kleine mahoniehouten chiffonnière met zes laden en met koper verguld beslag. Hierin vinden we Nederlandse en Franse kerkboeken, gebonden in rood fluweel en rood maroquin (leer uit Marokko). Deurwaarder Edelijn schatte de duurste op dertig gulden, het heeft gouden knipjes. Deze Amsterdamse uitgave bevat het Oude en Nieuwe Testament met Psalmen in de nieuwe berijming. Ook zijn er aantekenboekjes van segrijn (vissenleer) met zilverbeslag, ouderwetse vergulde waaiers van ivoor, been en pailletten, bonbondoosjes van schildpad met gekleurde glazen en twee snuifdozen: de ene is gemaakt van wit ivoor en is voorzien van een mannenportret en op de zwart ivoren doos is een vrouwenportret gegraveerd.

Op de achtste vacatie – het is dan donderdag 28 december – ging men verder met de chiffonnière in de middenkamer. Tot de ruim vijftig voorwerpen die ze hierin vonden, behoren nog lucifer‑, spelden‑ en snuifdozen, naaldenkokers, colliers, vinger‑ en oorringen. Het meest kostbaar is een op goud geschilderd portret van de Hoogwelgeboren Gestrengen en Manhaften Heer Pirrhus Wilhelmus Baron van Sytzama, kapitein over een compagnie te voet in het regiment van Zijne Vorstelijke Doorluchtigheid de heer Erfprins van Saxen‑Eijsenach op Friesche Repartitie. Op de rugzijde hiervan zijn familiewapens gegraveerd door Jongsma anno 1721. Het ligt in een zilveren met rood fluweel gevoerde doos, waarop eveneens het wapen van Van Sytzama is gegraveerd. Verder bekijken we een gouden kinderfluitbel met kristallen punt en nog meer zilveren kinderspeelgoed. Er ligt een soort pen met het wapen van twee tortelduifjes en het opschrift ‘Tendre Fidelité’. Ook vinden we een goud geëmailleerd horloge met een porseleinen plaat van ‘Chevalier et Compagnie’. Op het horloge is een voorstelling van twee vrouwenbeelden bij een wieg met een kindje. Er ligt ook een damesportret op zilver in een doos. Na al dit moois nemen we een kijkje in het bruin gewreven eikenhouten kabinet. Hierin liggen mannenkleren zoals hemden met batisten jabots en gemerkt met de initialen: W.v.C., R.R., J.F., F.R. en F., molton onderbroeken, katoenen slaapmutsen, fijn linnen zakdoeken, batisten manchetten, Kloppenburger kousen, wit leren handschoenen, paardrijhalsdoeken, rood geruit en blauw gestreepte vestjes, groene Manchesterse (tinneroy) broeken en andere pantalons.

Aan de muur hangen schilderijtjes met afbeeldingen van de vier jaargetijden en van de offerande aan Ceres en Venus.

Achterkamer

In de achterkamer hebben we door twee vensters uitzicht op de tuin. Er staat onder andere een eiken kabinet met koperbeslag en een ledikant met een groen saaien behangsel (beddengordijnen van saai of sajet). Het bed en de peuluwe (onderkussen of matras) met vier kussens zijn van blauw gestreepte beddentijk, de strozak is van ruig linnen en de witte wollen dekens hebben rode strepen. We zien zes essenhouten stoelen rondom een groene tafel, een turfbak met tang, een spiegel en een lampetkan met ‑kom.

Blauwe Kamer

Op woensdag 3 januari 1821 is men op de blauwe voorkamer van de tweede verdieping beland. Deze heeft net als de andere voorkamer twee vensters met uitzicht op de bassecour. Hier staat een eikenhouten kabinet met koper verguld beslag met veel ‘serviëtgoed’ als lampet‑, hand‑ en theedoeken, tafellakens, tafelservetten en servetten. Alles is gemerkt en we zien onder andere de volgende initialen in verschillende kleuren: R.F., R.S., F.R., Eb.D.S., G.R. en R.R.. Uit de inventaris weten we dat deze, voor ons als toeschouwer ontelbare, uitzet ondermeer bijna zestig tafellakens en vijfhonderd servetten bevat. De meeste waarde, tweehonderd gulden, werd toegeschreven aan een set van een dozijn tafellakens met tachtig servetten, gemerkt R.S.80. Op deze kamer zien we ook een bruin gewreven iepen ledikant met een wit diemetten behangsel, een paardenharen matras, een bed met een donkerblauw geruit overtrek en verder nog witte dekens met rode strepen. Aan de muur hangt een vergulde spiegel. We bekijken de platen van de voorgevel en de danszaal van het gebouw Felix Meritis te Amsterdam en de gekleurde bloemstukken in zwarte lijsten.

De mahoniehouten tafel is omringd met zes stoelen met een vaste zitting van zwart gestreept trijp (fluweelachtige stof) en twee dito fauteuils. Naast spiegel‑ en bedtafeltjes met tinnen waterpotten (po’s) staat er allerlei serviesgoed zoals soepterrines, vis‑ en vleesschotels, saladebakjes, platte‑ en soepborden, sauskommen, boter‑, suiker‑ en mosterdpotjes enzovoort. Het is wel verrassend dat in de blauwe kamer, evenals elders in het huis, een grijs tapijt met groene ruiten ligt.

Groene Kamer

In de daarachter gelegen groene kamer, met een raam dat uitzicht biedt over de tuin op het Freulenboschje, staat een ledikant met groen saaijen behangsel en met groen en wit passement (boordsel) en koord en het gebruikelijke beddengoed. Ook in deze kamer staat weer een kabinet, toilettafel, spiegel, tafel met zes stoelen en fauteuil, bedtafeltje en de gebruikelijke waterpotten en lampetkannen en ‑bakken. Bovendien zien we een mooi bierglas met een karaf, assiëten (schotels), zuurvaatjes, dessertbordjes, theebusjes, koffieservies en convoir (komfoor, toestelletje om iets warm te houden), tabaksdoos en een stofblik. Aan de muur hangen vier prenten met voorstellingen uit de gewijde geschiedenis en op de vloer ligt een zwart en groen gestreept karpet en een grijs groen geruit tapijt.

In 1752 stond de porseleinkast ook al op de gele kamer boven.

Gele Kamer

Op woensdag 7 februari hield men de tiende vacatie en werd begonnen op de gele kamer. In deze kamer is een venster waardoor je over de tuin het erve Schreurs kunt zien liggen. In de kamer treffen we weer de gangbare dingen aan zoals een ledikant, kabinet, spiegel, tafels en stoelen. Hier is echter ook een hoekbuffet met veel glaswerk: bokalen met guirlandes en deksels, vierendertig grote wijnkelken, twee dozijn kleine en vierenveertig wijnroemers, groene Rijnse glazen, likeur‑ en bierglazen enzovoort. Ook is er een groot Duits glas beschilderd met wapens anno 1630. In het buffet staan behalve drinkglazen ook het kristal bestemd voor suiker, confituur, compote en zuur.

In een ander hoekbuffet vinden we porselein en aardewerk: koffie‑ en theeserviezen en chocoladekopjes van blauw Saksisch, Oost‑Indisch‑, Frans‑, Japans‑ en Chinees porselein. Ook staan er bouillon‑ en viskommen en veel grote blauwe borden in dit buffet. Het Franse porseleinen theeservies met geschilderd zwart beeldwerk op een rode ondergrond werd geschat op zestig gulden en een witte peperbus op twintig cent. Naast veel theeblaadjes en Chinese beeldjes staat er een zwarte Oost‑Indische inktkoker. Verder is er nog heel veel beddengoed: zestien dozijn beddenlakens werden op maar liefst 1280 gulden geraamd en de zestien dozijn kussenslopen op 336 gulden. Er hangen acht schilderijen, bloemstukken, in zwarte lijsten en voorzien van vergulde randen en glas. We zien weer een tapijt en karpet in de kleuren grijs en groen.

Grijze kamer

De achterkamer op de tweede verdieping met twee vensters oostwaarts uitziend op de tuin heet de grijze kamer. Hier kun je slapen in een bed met een rode, met wit gevoerde, beddensprei. Er staan tafels en stoelen en in het kabinet liggen weer veel tafellakens en honderden gemerkte servetten. Er staat ook een kastje met zilverwerk. Hierin liggen onder andere drie dozijn lepels met het keur van een gekroonde 0 met de letters K.W., wegende twee Nederlandse ponden, een ons, vijf loden en een wigje. We kijken naar nog meer keur gekroonde vorken, lepels enzovoort. De zilveren borden en dessertmesjes dragen het wapen van de familie Van Sijtzama. In deze kamer staat een ijzeren Engelse haard met geel koper gemonteerd en eveneens uit Engeland afkomstige bloempotten. Verder is er allerlei serviesgoed, van achtkantige borden tot blauwe boterschaaltjes. Aan de muur hangen platen waaronder één voorstellende het monument van de herstelling van het stadhouderschap in de Nederlanden in 1787.

Kleine kamertje

Op donderdag 15 februari was de twaalfde zitting. Op de bovenverdieping is nog een klein kamertje aan het eind van de gang met een raam oostwaarts op de tuin. Daar staat ook een eikenhouten pavilloen (tentachtig bovenstuk van een hemelbed) met een groen geruit Vlaams linnen behangsel en verder toebehoren. Dit zogenaamde kleine kamertje bevat behalve het bed ook tafels en zes stoelen. Het grijze vloertapijt heeft zowel groene als rode ruiten. Hier hangen twee schilderijen verbeeldende de Leidse ramp bij het springen van een schip met buskruit, met de beide daartoe behorende verklaringen. Verder zien we aan de wand plaatjes met afbeeldingen van vogels en kinderen. In dit kleine kamertje hangen ook de vier tekeningjes achter lijstjes en glas uit Clara’s Feyoena’s van Raesfelts geborene Baronesse van Sytzama’s Heemse, Bosch- en Veldzang, tezamen begroot op vier guldens.

Gang

Op de gang van de tweede verdieping is een raam dat aan de westzijde uitziet op de bassecour. Er ligt een grijze loper met groene randen en er staat een wit geschilderd stilletje (toilet) met vergulde randen, met roodzijden damast overtrokken en voorzien van een tinnen pot. Hier staat ook de mahoniehouten boekenkast met koperen traliewerk. Deze kast is van achteren met wit batist katoen bekleed. In de kast staan ruim tweehonderd boeken. De mannen zijn met de beschrijving van alle titels enkele dagen bezig geweest. Er staan bijvoorbeeld Bijbels met platen en kaarten, zowel Dordsche en Amsterdamsche uitgaven, geschiedkundig werk van Suikers, over Engeland van De Larrey, Gotfridi’s Historische Chronyck vertaalt door Jacob van Meurs en een boek over Michiel de Ruyter door Geerard Brandt. Boeken over Friesland door Halma, het militair woordenboek van Dibbetz, literaire werken van Huydecoper over Vondels Ovidius, Mengelwerken en Tacituswerken van Hooft, gedichten van Van der Pot, Cats, Vondel, Poot, Robinson Crusoë enzovoort. Ook Clara’s bundel, de geschiedenis van Griekenland en werken van het dichtgenootschap ‘Kunst wordt door arbeid verkregen’ staan in deze boekenkast.

De meeste waarde werd toegekend aan het boekwerk door Buffon en Daubenton: Algemeene en bijzondere Natuurlijke Historie, Amsterdamsche Uitgave, Zeventien deelen in Kwarto, Kartonnen Banden. Dit werd begroot op achtenzestig gulden. Tot een der goedkoopste behoorde Walcheren door Elizabeth Wolff, Hoornsche Uitgave in groot Octavo, papieren Band met bruine lederen rug, begroot op een gulden en vijftig cent (dit werk van Betje Wolf staat bekend als Walcheren, in vier gezangen, proeve van mengeldichten).

Trap en onderste bordeskamer

Op de trap naar beneden ligt ook een grijze loper met groene randen en er hangt een Friese klok. Halverwege komen we in het onderste bordeskamertje dat met één raam uitzicht biedt op het Starrenbosch. Hier staat ook weer een bed, tafel en stoelen en een tinnen waterpot (po).

Linker voorkamer

Na het bordeskamertje lopen we via de trap en de gang naar de linker voorkamer op de benedenverdieping. Deze kamer heeft twee vensters met uitzicht op de bassecour. Er ligt een groen grijs tapijt met gele ruiten en een karpet met gele strepen. Er staat een iepenhouten bruin gewreven canapé met grijze trijpen kussens en een dozijn bijpassende stoelen en twee fauteuils. In de lage vensterbanken liggen ook grijze kussens. We zien een Dordsche vuurhaard met marmeren blad en er staat een vergulde pendule van Guirt à Paris. Er hangen vijf schilderijen met voorstellingen over de geschiedenis van Tippo Saïb en een schilderij van Cromwell. In deze kamer bekijken we onder andere een mahoniehouten commode, een theetafel met servies en een theestoof met koperen bak. Ook nog een likeurkeldertje (kistje) met vergulde flessen en glazen en twee groene thee‑ en tabakskistjes met koperverguld beslag.

Tippo Saïb (Tippu Sultan) de held van India 1750‑1799.

Nis

Achter deze kamer ligt de zogenaamde Nis, uitziende met twee vengster-raamen over de vijver op den tuin. In het hoekbuffet vinden we serviesgoed zoals boterpotjes, een olie- en azijnserviesje en kandelaars. Bij de Quint kachel met zijn pijpen ligt de tang, aschschop en poker. We zien een dozijn bruin geverfde iepenhouten stoelen en twee fauteuils. Ook de turfkist is gemaakt van bruin iepenhout. Evenals in de andere kamers hangt ook hier een spiegel met een vergulde lijst. In de mahoniehouten commode ligt zilver bestek: een dozijn zilveren vorken en lepels met de wapens Van Rechteren en Van Raesfelt, Amsterdamse keur en een dozijn vorken en lepels, Zwolse keur, met de wapens Van Raesfelt en Van Sytzama.

wapen Van Raesfelt.

Zaal

Op de vijftiende dag, op donderdag 22 februari 1821, werd begonnen met de inventarisatie van de grote zaal. Deze zaal heeft vier vensterramen oost‑ en zuidwaarts op de tuin. Er staat een eikenhouten pavilloen met een geel bont katoenen behangsel, een bed van blauw gestreepte tijk met een blauw geruit overtreksel, een dito peuluwe en twee kussens. We zien ook een vurenhouten pavilloen met een geel gebloemd zijden behangsel met bed en toebehoren. Nog een vurenhouten ledikant met een groen wollen behangsel, een boven- en onderbed van blauw gestreepte beddentijk met een blauw overtreksel enzovoort. Ook liggen er beddendekens: witte wollen met rode strepen en rood bonte katoenen. Een bruine eikenhouten kast met vier laden, een spiegel met een bruine lijst, een vurenhouten blauw geverfd vierkant tafeltje en een groen geverfd rond tafeltje met een bruin geschilderde rand. Er staan zes gedraaide essenhouten stoelen en ook hier staat een Quint kachel met een turfton, tang, poker en asschop. Naast de gebruikelijke gordijnen vinden we hier een vogelkooi.

Kleine Kamertje

Ook op de benedenverdieping is aan het einde van de gang een klein kamertje, oostwaarts uitziend met een venster op de tuin. Het kleine kamertje is niet zo klein als we dachten, er staan genoeg fleurige stukken. We zien een bruin gewreven iepen- en eikenhouten pavilloen met een roodbont behangsel en rode franjes, een bruin gewreven eikenhouten bedtafeltje met een tinnen waterpot. Een groen geverfd wit gespikkeld vurenhouten wastafeltje met een bruin gespikkelde rand en poten, een witte Engelsch aardene lampetkan en -kom, een blauw geverfd toilettafeltje, vier bruine gedraaide essenhouten stoelen enzovoort.

Keuken

In de keuken met twee ramen op het oosten moest men honderd voorwerpen inventariseren. Behalve een tafel met roodgeverfde krukken en houten stoven, nachtblakers, een lamp en een hangklok vinden we hier natuurlijk veel kannen en kommen, pepermolens en pollepels, tulbanden en theegoed en potten en pannen zoals braadpannen, pannenkoekpannen, taartenpannen en keugjespannen (kaantjes). De haard werd niet genoemd en moet dus ingebouwd zijn geweest. Wel werden twee vuurtangen en haardkettingen, de asschop, de doofpot en een braadspit genoteerd. Ook in de keuken hangen de Vlaamse glasgordijnen, maar evenals in de nis en de zaal liggen ook hier geen vloerkleden.

Mijnheer kamer

De Mijnheer kamer heeft een raam op het noorden, uitziend op het Starrenbosch en de tuin. Aan de wand hangen schilderijtjes van onder andere de havens van de Franse plaatsen Rouen en Rochefort. Ook zien we een eeuwig durende almanak in vergulde lijst. Er staat een secretaire en een met groen linnen beklede uittrektafel met stoelen. Verder nog een wastafel, pijramide kacheltje, diverse kisten, een lamp enzovoort. Het heeft enkele dagen geduurd voordat alle, ruim driehonderd artikelen, waren beschreven en getaxeerd. Het betrof vooral boeken zowel Nederlands- als Franstalige. Bijbels en werken over de geschiedenis van Friesland door Schotanus. Boeken over allerhande onderwerpen zoals geslachtkunde, slavernij, geneeskunde, natuur, opvoeding, maatschappij, infanterie, boekhouden, dichtkunst en bovenal veel boeken over het geloof. Een kleine greep uit de collectie: de Zakatlas van de zeventien Nederlandsche Provinciën, Wetboek Napoleon, werken van Molière, werken van Feith zoals Julia, Lady Johanna Gray, Ines de Castro, Mucius Cordus, Betoog van de kragt van het bewijs van de waarheid en goddelijkheid der evangelie-leer, Bijdragen ter bevordering van schoone kunsten en wetenschappen, Proeve van eenige gezangen voor den openbaren godsdienst, Oden en gedichten. Verder Blighs Muiterij op de Bounty, de Deductie van jonker Willem van Dedem tot den Berg, Stoltes Vreest God en eert den Koning, Het lijden van de jonge Werther, Van Winters Germanicus, Smijtegelts Des Christens heil en cieraat, Mobachs De lang gewenschte en vast aanstaande bekering der Jooden en nog veel boeken van zijn hand. Voets Geestelijke smaak, Kuijpers’ Apologie der zaken te Nijkerk,Huijgens’ Korenbloemen, Ghyben en Badons Mengeldichten, Vondels Palamedes, Hoeuffts Over het schadelijke en schandelijke der inenting van de kinderpokjes. Een werkje geheten Bespiegeling op de brand in de Amsterdamsche schouwburg, Van der Malens Zede‑, Mengel‑ en Lijkgedichten, Van Merkens Het nut der tegenspoeden, Fennema’s De verborgentheid des kruices, Newtons Leerrede op de algemene dank‑, vast en bededag, Van Alphens Gedichten en overdenkingen, Picardts Oudheden van Drenthe en Van Foreests Kort verhaal van de belegering van Alkmaar.

Vondels treurspel Palamedes.

De dichtbundel van Clara Feyoena Bellingweerder uitspanningen werd begroot op anderhalve gulden en de gedichten in papieren band op een gulden. Ook Clara’s Geschiedenis van Griekenland in papieren band staat hier. Verder nog een boekwerkje over het 25e verjaardagsfeest van het dichtgenootschap Kunst wordt door Arbeid verkregen en werken van het Haagsch genootschap Kunstliefde spaart geen vlijt.

Verder bevat de mijnheer kamer naast het gebruikelijke aan huisraad ook nog mathematische instrumenten, een duimstok, een geel koperen koorn-schaal met hare balance en gewigt en twee paar pistolen. Aan kleding zijn er onder meer slaapmutsen, onderhemden, een douzijn bovenhembden met chabo’s, ronde vilten hoeden, zwarte, blauwe en groene lakense rokken, lichtgrijze en zwarte jassen, bruin lakense en blauw duffelse buizen, boerse broeken en pantalons van stoffen als zwart laken en lichtblauw cashmier.

Daagse Voorkamer

We kijken weer door twee ramen op de bassecour als we in de rechts van de gang gelegen daagse voorkamer zijn aangekomen. Op de grond ligt een grijs tapijt met groene ruiten en een karpet met groene‑ en rode strepen. Aan de muur hangen een spiegel en diverse schilderijtjes met afbeeldingen van een paarden‑ en hondenkop, van de rustende koopman, de ketellapper, de reizende handwerksman en de Hongaar. Er staat een met groen linnen overtrokken mahoniehouten uittrektafel en speeltafeltje. Een dozijn bruine gewreven iepenhouten stoelen en twee zelfde fauteuils. Een turfkist, een thee‑ en tabakskistje, een pijpelaatje en likeurkeldertje, een schenkblad met wit Engels servies, een tabaksdoos en convoir ­(komfoortje met een kooltje vuur waaraan men pijpen kon aansteken) en tenslotte de ijzeren vuurhaard met tang, poker en asschop.

Kelder

Vanuit de gang komen we in de kelder met de vier kleine raampjes waardoor we zuidwaarts op de tuin en noordwaarts op het Starrenbosch uitzien. We bekijken de vliegenkast, de ijzeren vleeskroon, vleestonnen, wasbaleien, blauwe Keulse potten en tweehonderd aarden bierkruikjes.

Gang

Weer terug in de gang op de benedenverdieping zien we de zitbank, een glazen kloklantaarn en eikenhouten pers, een stoffer, handstoffer, tapijtborstel en stofblik en ook nog de mooie barometer met thermometer en controleur, gemaakt door Stoppani te Amsterdam.

Bouwhuizen

Na de inventarisatie van Huize Heemse gaan we via de voordeur de stoep af en staan op de ruime bassecour. Hier zien we links en rechts de beide bouwhuizen staan.

In het rechter‑ of noordelijke bouwhuis is de mangelkamer. Deze kamer heeft twee vensters waardoor je oostwaarts het Huis ziet. Voor de ramen hangen, evenals in het grote huis, Vlaams linnen glasgordijnen met witte franje.

We bekijken natuurlijk als eerste de mangel (soort wringer of pers voor het verwijderen van vocht uit wasgoed en het gladmaken van de stof). De tafels en linnenbakken zijn blauw geverfd. Verder staan er nog zes stoelen en drie hoge en twee platte linnenmanden en aan de muur hangt een spiegel.

Nu brengen we een bezoek aan de bakkamer, met een venster uitziend op de bassecour. Hier werd de was opgekookt want er staan vijf wasch-baliën (tobbe’s), twee roodkoperen wasketels en een ijzeren drievoet. Vanzelfsprekend zien we hier een broodkast en broodtrog, de meelzeef en het trogschepje. En ook nog zes blauwe kisten en twee groen geverfde tuinbanken.

In dit bouwhuis bevindt zich ook het koetshuis met zowel de grote deur en het raam op de bassecour. Hier staat de groen geschilderde kapwagen met geel onderstel en met grijs laken en dito kussens bekleed. Het kleine donkergroene karretje met de linnen huif en twee rood geverfde zandkarren. Verder vinden we onder andere een rode kist, schoffelploeg, meetschepel, spindvat (spint is een maat voor graan), haarspit (aambeeld), vlasbraak, slachtton en korenzakken. Deze zakken hebben een merkteken F.R.H. (Foreest Rechteren Heemse).

Aan de westkant van het bouwhuis is de paardenstalling met de deur op de bassecour en een raam op de Velsingen. Hierin staan de vijf paarden: twee zwarte merries, twee zwarte ruinen en een vos merrie. Ook bekijken we de zwartleren paardentuigen, tomen, lij-zelen, halsters, dekens en halskoppels. Voor de verzorging van de paarden zijn er een roskam, borstels, emmers, mestgrepen en kruiwagen aanwezig.

In hetzelfde gebouw gaan we naar de domestiquen- (bediende van het domus, het huis) en knechtskamer. Deze kamer heeft een venster noordwaarts op de Velsingen. Hier zien we de bedstee met het boven- en onderbed, een peuluwe en twee blauwgestreepte kussens. Een blikken lantaarn van vijftig cent, de distelen tang, twee axten (aks is een bijl) en een spanzaag.

We steken nu de voorhof over en nemen een kijkje in het linker‑ of zuidelijke bouwhuis. We beginnen weer aan de oostkant en komen in de melkkamer met twee vensters uitziend op het Huis. Hier staan behalve een tafel met stoelen ook een koperen lamp en blikken lamptaarns. We zien een roodkoperen water- en wasketel, unster, melkteems (zeef), blauwe melkkarn met ijzerbeslag en melkemmers met koperbeslag en nog een spinnewiel, haspel en vlasgaffel.

Onder de melkkamer is de melkkelder met de melkbekkens en botervaatjes.

Hierna gaan we naar de waschkamer met een venster zuidwaarts uitziend op de Velsingen. Hier werd beddengoed met kussens van gestreepte beddebuur (waarschijnlijk een soort tijk), twee stoelen en twee wateremmers aangetroffen.

Vervolgens gaan we naar de Deele, het heeft een raam en twee uitgangen op het westen en zuiden. Hier zien we onder andere de sleede, voertonnen, een ijzeren pot, ladders en een voederbak. Drie beslagen wagens, een ploeg, eggen, hooivorken enzovoort. Bovendien hield men hier een haan met tien hennen, elf kalkoenen, negen melkkoeien en vier kalveren.

De gehele inboedel, dus het onroerend goed, werd geschat op achttienduizend zevenhonderd en negenentwintig gulden en achttien drievierde cent. Er was nog wat baar geld en de pachters moesten nog betalen zowel met geld als met koren. Verder waren er zestien schuldeisers voor een bedrag van bijna vierendertigduizend gulden. En natuurlijk moest nog betaald worden voor de drieëntwintig dagen durende inventarisatie…

De notaris schreef ook alle papieren over zoals de huwelijkse voorwaarden van Maria Clara van Rechteren met Jacob van Foreest uit 1796 en de vernietiging van die akte uit 1808. Het testament van Maria Clara uit 1813 en de registratie hiervan in 1817. De akten uit Alkmaar van de ouders van Jacob van Foreest en de testamenten van Maria Clara’s ouders Christiaan Lodewijk en Ermgard en van haar grootouders Isaac Reinder en Clara Feyoena. Verder papieren afkomstig van de familie Van Sytzama, bewijzen van verkoop, van inschrijvingen in het grootboek, schuldbekentenissen enzovoort.

Als afsluiting van ons bezoek aan Huize Heemse maken we nog een kleine wandeling. Als we uit het zuidelijke bouwhuis komen steken we de bassecour over en lopen noordwaarts over de buitenste allee. We zien het Starrenbosch rechts en het weiland de grote Velsink links. Als we de weg van Rheeze naar Hardenberg (nu ongeveer Boslaan) gepasseerd zijn zien we de schapenstal in Den Brand. In deze stal, gelegen ten noordoosten van en aan de Plantagie of het Bosch van Heemse, bekijken we de schaapskudde bestaande uit 53 schapen. We gaan nu weer via de buitenste of schapen allee terug. We steken opnieuw de Rheezerweg over en als we bij het Rheezervoetpad komen slaan we linksaf. We lopen om het erve Geerts heen en vervolgens tussen de erven Velsink (nu Kandelaarkerk) en Luggers door. We zijn nu weer bij het Starrenbosch en inspecteren nog even het gereedschap dat in het tuinschuurtje is opgeslagen. Daarna lopen we verder door het bos en komen in de tuin achter het Huis. Deze tuin is omringd door een gracht die naast het Huis eindigt als vijver. Bij de vijver blijven we nog even staan en kijken zuidwaarts. Achter de tuin en gracht ligt het erve Schreurs en daarnaast het Freulenbosje. En nog iets verder zien we een visschuit liggen op de vaart. Deze vaart loopt van de spon- of baggerturf veenderijen in de Rheezermaten naar de zogenaamde Oude Vecht.

1807 – 2007

Tweehonderd jaar geleden stierf Clara Feyoena baronesse Van Raesfelt geboren Van Sytzama als Vrouwe van de Havezate Heemse. Het huis waarin zij woonde is lang geleden afgebroken. Eens stond Huize Heemse ten oosten van het naar haar genoemde zorgcentrum Clara Feyoena Heem, dat gebouwd werd op de Velsingen. Op het Starrenbosch staat nu de Ds. G. Doekesschool aan de Frits de Zwerverlaan. Het Bosch of Plantagie werd gerooid om plaats te maken voor een woonwijk en sportpark. De Rheezerweg van toen is verdwenen en heeft gedeeltelijk plaatsgemaakt voor de Boslaan. De zuidelijke buitenste allee werd omgedoopt tot Rheezerweg en nog weer later tot oude Rheezerweg…

In de loop der eeuwen is er veel onherkenbaar veranderd of verdwenen. Door dit denkbeeldige bezoek aan het Huis van Clara Feyoena heb ik geprobeerd om de tijd waarin zij leefde voor u aanschouwelijk te maken.

wapen_Van Sytzama.

Bronnen:

Geraadpleegde archieven zijn onder meer: Notarieel Archief Hardenberg,Toegang 122; Hervormde Gemeente Heemse, Toegang 583; Huisarchief Almelo, Toegang 214; Rechterlijke Archief Schoutambt Hardenberg, Toegang 55.2.1

Zie ook de kadastrale beschrijving van Huize Heemse.