De Gorcumer Courant van 10 oktober 1932 meldde:
“Bejaard echtpaar drinkt creoline.
Vrijdag den 7de was de dochter van de familie Gerrits te Collendoorn ondertrouwd ten gemeentehuize te Ambt-Hardenberg. Toen het bruidspaar ’s avonds om zeven uur nog niet in de ouderlijke woning van het meisje te Hardenberg was teruggekeerd, besloten de bejaarde ouders maar niet langer te wachten en reeds een dronk te nemen. De vrouw is zeer slecht van gezicht en heeft een verkeerde flesch genomen. Zonder iets te merken, heeft het echtpaar creoline gedronken i.p.v. brandewijn. Het gevolg was, dat de bejaarde menschen spoedig ziek werden. Zij riepen de hulp van buren in en verzochten een dokter te roepen, doch daar de buren niet veel omgang met de familie hadden, had men weinig lust terstond aan het verzoek te voldoen. Ten slotte fietste iemand naar Hardenberg en riep de hulp van dokter Boom in. Deze zag den toestand zeer ernstig in. In zijn eigen auto vervoerde hij het echtpaar naar de Röpcke Zweers Stichting te Hardenberg. Beider toestand is zeer ernstig.”

bron: www.etymologiebank.nl:
creoline [ontsmettingsmiddel] {1898} van creosoot + latijn oleum [olie].
creosoot znw. m. o. ‘kleurloze olieachtige vloeistof gewonnen uit koolteer’, een jonge geleerde woordvorming uit gr. kréas ‘vlees’ en sṓzein ‘bewaren’ en dus wegens zijn bederfwerende eigenschappen.