
Onze eigen ‘De Vechtstreek’ van 8 december meldde al:
“Gramsbergen. Historische vondst. Momenteel is men bezig met het in werkverschaffing verbeteren van de oude stadsgrachten die dienst doen als waterleidingen. Op sommige plaatsen wordt de oude loop gedempt en een nieuwe waterleiding gegraven. Daarbij is men gestuit op de fundamenten van het vroegere kasteel van den Heer van Gramsbergen. Deze werden voor een gedeelte blootgelegd en de volgende dagen zal daarmede worden doorgegaan. Ook werden enige beelden gevonden die het vroegere kasteel versierd zullen hebben. Het was een in zandsteen gebeeldhouwde vrouwenfiguur, een leeuwenkop en een ornament van bladeren en trossen druiven. Het gevondene is voorlopig geborgen bij den heer Van der Haar die het huis bewoont dat vroeger het koetshuis van het kasteel vormde, in afwachting van de bestemming die eraan gegeven zal worden. Het is wel een historische bodem waar men thans aan het werk is. Reeds omstreeks 1400 is er sprake van het kasteel van den Heer van Gramsbergen. Het werd in den Tachtigjarige Oorlog verwoest en in 1607 begonnen de nakomelingen van Statius van Aeswijn met den herbouw. Dit nam zes jaren in beslag. In latere jaren ging het kasteel enige keren in andere handen over, tot het na het overlijden van den laatsten kasteelheer omstreeks 1820 werd afgebroken. De grachten en de poorten, die toegang tot de Heerlijkheid gaven, bleven intact, evenals het koetshuis. Op de plaats waar men thans op de fundamenten is gestuit, bevindt zich ook nog een oude waterput. Vroeger lag deze op de binnenplaats van het kasteel. De overlevering wil dat zich daar ook nog een onderaardse gang bevindt, welke moet eindigen op den Oldenhof, ongeveer twee kilometer verderop. Daar heeft men enige jaren geleden reeds fundamenten gevonden, doch daar men vreesde voor instortingen is het gat weer dichtgegooid en zijn de nasporingen gestaakt. De mogelijkheid is niet uitgesloten dat men bij de verdere werkzaamheden op de overblijfselen van deze gang zal stuiten.”

“Bij graafwerk op ‘Den Steen’ te Gramsbergen zijn een aantal oude beeldjes en een geweer gevonden, afkomstig van een kasteel dat hier in vroeger eeuwen gestaan moet hebben.”
“Een historisch plekje gaat verloren. Naar aanleiding van ons bericht wat betreft de historische vondsten bij het vroegere Kasteel alhier, hebben we dezer dagen eens een nader onderzoek hiernaar ingesteld, alsmede naar de verrichte werkzaamheden. Wij gingen, gewapend met potlood en papier, langs de hervormde pastorie, waarbij ons direct opviel het aloude koetshuis van het Kasteel Gramsbergen, alsmede de weide, samen genoemd ‘de Heerlijkheid Gramsbergen’ welke nog omzoomd is met de oude grachten en poorten, alles daterende uit het jaar 1400, zoals we op een der poorten konden lezen. Toen we verder gingen kwamen we bij het werkverschaffingsobject, waar talrijke arbeiders aan het werk waren. Direct toonde men ons de vondsten, nl. een in steen uitgebeelde tak met vruchten, een mensenhoofd, alsmede een uitgehouwen leeuw. Alles is in zandsteen uitgehouwen en verkeert nog in goede conditie. Uit een steen, welke minstens 1000 pond weegt, kan men nog duidelijk opmaken dat dit een steen is geweest welke bij een begraafplaats heeft gestaan. Alles wordt netjes bewaard totdat de heer B.H. Kelder, notaris te Dedemsvaart, rentmeester voor den heer Löhnis van Zwolle en de N.V. Havezathe, de verdere bestemming hiervan zal aanwijzen. We vernemen dat al vele inwoners zich aangemeld hebben voor deze historische vondsten. Bij de verdere bezichtiging dezer werkzaamheden vonden we een tien meter lang fundament, welke afkomstig is van het vroegere Kasteel Gramsbergen. De stenen welke zich hieraan bevinden, zijn van grote afmetingen en uiterst zwaar. Toen we een en ander zo eens bezichtigd hadden, kwamen wij tot een enigszins onaangename ontdekking. Ons bleek namelijk dat de al eeuwen oude grachten, welke de vroegere Heerlijkheid omsingelen, worden dicht gemaakt en door nieuwe vervangen. Wij die het nut van deze werkzaamheden wel inzien – een groot stuk weidegrond de Steen zal hierdoor aanmerkelijk verbeterd worden – betreuren deze verdwijning van de grachten ten zeerste, daar hierdoor een fraai gedeelte – en waarlijk wel het mooiste plekje van ons stedeke – verloren gaat. Het koetshuis met de grachten en de schitterend mooie omgeving van bomen, vormen waarlijk een plekje waar geheel Gramsbergen trots op was. Een en ander zal thans mede een prooi worden van de werkloosheid en zijn gevolgen. Gramsbergen zal dan niet meer kunnen roemen op zijn vroegere ‘Heerlijkheid’, daar thans het mooist en oudste gedeelte ervan vergraven wordt. Verder vernamen we nog dat de populieren welke des zomers een prachtigen aanblik geven aan den Goordijk, alle eveneens opgeruimd zullen worden. Ook hierdoor zal een prachtig weggedeelte van het vroegere kasteel, hetwelk er heeft gestaan van 1400 tot 1820, verdwijnen.”
Geef een reactie