

Meer dan 130 genodigden werden op 14 mei 1924 rondgeleid door de veenderij van de erven Mr. I.A. van Roijen. Zij waren alle lid van de Nederlandse bond voor detailhandelaren in brandstoffen.
De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant schreef een dag later:
“Toen de trein, die de vele bezoekers aanbracht, te Bergentheim arriveerde, wapperden daar de vlaggen van huizen en schepen, en het arbeidersmuziekcorps ‘Kloosterhaar’ blies een opgewekte welkomstmarsch. De muziek voorop, ging men op weg naar het administratiegebouw, waarvoor de heer J.E. baron de Vos van Steenwijk, commissaris, allen een hartelijk welkom toeriep. Spreker stelde het zeer op prijs dat zoo velen gekomen waren om het bedrijf te bezichtigen. Van het administratiegebouw, aldus spreker, waait thans de vlag van den Nederlandsche Bond van detailhandelaren in brandstoffen en wij hopen, dat er steeds een prettige verstandhouding en een aangename samenwerking zal wezen tusschen den bond en onze N.V.
Spreker heette inzonderheid welkom den burgemeester van Ambt Hardenberg, den heer H.H. Weitkamp en den heer J. Warner, voorzitter der Kamer van Koophandel. Hoe gezond het is om tot onze klanten te behooren, dat ziet men, aldus spreker, aan den schipper Toon Smit, die heden de excursie meemaakt, 83 jaar is en reeds sedert 1868 de turf hier weghaalt.
In het Overijsselsch Kanaal lag de stoomboot waarmee het gezelschap weldra door de Van Roijenswijk voer. En hier bevond men zich meteen volop in de veenderij, het echte turfland, het doel van deze excursie. Dat de bodem hier louter veen is, ziet men al aan de diepe, donkere tint van het water. De wanden van het kanaal zijn bij de sluizen versterkt met takkebossen. Slechts bij uitzondering mag er een stoomboot door deze wijken: de slappe grond zou aan de kanten anders al spoedig inzakken. De Van Roijenswijk gaat dwars door het ongeveer 1500 hectare groote gebied der N.V., waarvan de wijk het eigendom is. Zij heeft verschillende zijkanalen, waarlangs de turf afgevoerd wordt. Het sterke verval maakt verschillende sluizen noodig. Bij Kloosterhaar is dit verschil in hoogte van de waterspiegels van twee vlak op elkaar volgende sluizen samen ongeveer 3 meter.

Ziet men aan den eenen kant van de Van Roijenswijk de reeds afgegraven en in cultuur gebrachte gronden, aan den anderen kant strekken zich de verre nu nog dorre en bruine heidevelden uit, waar het veen nog wacht op de exploitatie. De dikte van de laag is ongelijk en varieert naar gelang van het profiel van den oorspronkelijken zandgrond, waarop door mosgroei en moerasvorming het veen ontstaan is. Niet het heele jaar door kan er turf gegraven worden. De campagne begint half april en eindigt in augustus. De turf moet drogen vóór de winter komt. Droge turf wordt van binnen niet meer nat door regen of vochtige atmosfeer, maar turf die nog niet door en door droog is, bevriest ’s winters, springt stuk en wordt waardeloos. De kunst is dus om het juiste oogenblik van ophouden te bepalen. ’s Winters kan de droge turf dan verscheept en vervoerd worden voor het gebruik.

Een eigenaardig onderdeel van de turffabricage was reeds van boord af waar te nemen. Daar waar ’t veen tot de waterlijn afgegraven is en de laag nog dieper gaat, wordt de specie met lange scheppen gebaggerd en op het land gegooid, tusschen dammen. Om die bagger goed gelijk te krijgen, moet ze getrapt worden, door arbeiders die zich op plankjes voortbewegen en in de handen ook stokken met plankjes hebben. Het is een eentonig werk, dat een eigenaardige beweging meebrengt. Wanneer de vereeniging van dansleeraren eens een excursie naar deze afgelegen oorden maakt, zullen wij ongetwijfeld kort daarop een nieuwe moderne dans rijker worden…”

Geef een reactie