
Op 15 oktober 1830 werd in de Overijsselsche Courant ‘kond gedaan’ (aangekondigd) dat binnen enkele dagen de openbare veiling zou plaats vinden van een herenhuis in de Voorstraat en enkele boerderijen in Brucht. De advertentie luidde:
“Op maandag den 18den october 1830, des voordemiddags ten 10 uren precies, zullen ten huize van den kastelein J. van Munster Fz., ter stede Hardenbergh, publiek, erflijk en aan de meestbiedenden worden verkogt:
1. Eene heeren-huizinge ter Steede Hardenbergh in de Voorstraat staande onder no. 30, hebbende behalven vijf beneden vertrekken, eene keuken en stalling, – twee bovenkamers, en zijnde voorzien van eenen schonen kelder, pomp en verdere gerieflijkheden; met derzelver grond en wheere, eene ter zijden afgeslotene plaats, waarin eene berging voor rijtuig enz., de daaragter en ter zijden gelegene grootere en kleindere tuinen en eene begraafplaats op het kerkhof.
2. Het erve het Geertmans en de katersteeden het Stegemans en Veldzicht te Brucht in het Ambt Hardenbergh, met derzelver behuizingen enz., mitsgaders 12 bunders daartoe gehorend zaaij, hooij- en weideland.”
De veiling werd gehouden in Hotel van Munster, daar waar we anno 2015 in de Voorstraat het restaurant ‘De Vier Seizoenen’ vinden. De veiling werd verricht door notaris Antoni van Riemsdijk. Uit de bewaard gebleven protocollen weten we dat het hier ging om de veiling van onroerende goederen die het gezamenlijk bezit waren van gemeenteontvanger Jacobus van Riemsdijk en zijn halfzusje Johanna Wilhelmina Christina Führmann. Zij was gehuwd met Ernst Friedrich Meijeringh in de graafschap Bentheim. Jacobus van Riemsdijk woonde in Stad Hardenberg en was gehuwd met Margaretha Elisabeth Schuurman.
Jacobus’ moeder Johanna Elisabeth van Riemsdijk was twee keer getrouwd geweest (met Johannes Wilhelmus van Riemsdijk en met Johann Wilhelm Führmann). Uit beide huwelijken was een kind geboren die de volwassen leeftijd bereikte en zodoende moest haar nalatenschap worden verdeeld tussen de twee. Om de boedelscheiding tot een goed eind te brengen, werd het onroerend goed bij opbod verkocht.
Op de bijgevoegde uitsnede van de oorspronkelijke kadastrale kaart uit 1832, dus van twee jaar na de veiling, staan het erve Geertmans en de katerstede Stegemans vermeld. Het Geertmans (sectie F 144) ligt in het noorden, aan de Vecht, nabij het erve Rigterink. Het Stegemans (sectie F 116) ligt een stukje zuidelijker, bij de driesprong in de Hardenbergerweg, nabij de school en het meestershuis.
Het huis in de Voorstraat, toentertijd bekend als ‘nummer 30’, kunnen we tegenwoordig terug vinden op de hoek van de Voorstaat en de Smederijstraat. Vele decennia was het pand eigendom van smid Amsink (nu Schuurman Schoenen).
Geef een reactie