Op 16 juni 1797 ondertekende Jan Hendrik Sweers (Zweers) uit Hardenberg de volgende verklaring:


Ik ondergetekende Jan Henderik Zweers, proever van de sterke dranken in het distrikt van den Hardenbergh, verklaare hiermede, dat op den eersten maij jongstledene alzoodanig vat genever, als welke den pachter Jan Henderik Zweers Ez. van Zwolle hadde ingeslagen om alhier in de kelder opgestoken en vertapt te worden, in de schuere van den collecteur Marten Bruins is gebragt; dat vad genever van bij de kraane ten Hardenbergh door Hendrik Welleweerd als participant van opgem(elde) Jan Henderik Zweers, door mij zelve, en meer anderen tot in de schuure van Bruins gebragt is geworden; hebbende men het zelve vat daarna toegeroldt, omdat men geenen wagen of slee bekomen kon, om hetzelve daar na toe te brengen. Waarom ik zelve eenige voerlieden ten Hardenbergh noch versogt hebbe, doch waertoe ik niemand hebbe kunnen bekomen. Des ten orkonde hebbe ik dezen afgegeven en getekend. Heemse, den 16 junij 1797. Jan Hendrik Sweers.