Op het feest van de Opdracht van de Heilige Maagd Maria (2 februari) anno 1240 schonk de Utrechtse bisschop Otto III de zgn. novale tienden te Heemse en Nijenstede aan het kapittel van Deventer ten behoeve van herbouw van de afgebrande kerk aldaar. De oorkonde is bewaard gebleven en is geschreven in latijn. De hertaalde tekst luidt:

In de naam van de Heer, amen.
Ik, Otto, door Gods genade verkozen bisschop van Utrecht, wil aan alle gelovigen van Christus, nu en in de toekomst, voor altijd bekendmaken dat wij, gezien de nood en de beproeving van de deken en het kapittel van Deventer, en bewogen door vaderlijke zorg om het beklagenswaardige verlies en de verwoesting door brand van die kerk en het leed van haar mensen, hebben besloten om hen te ondersteunen. Opdat het kapittel met meer vrijheid en kracht zou kunnen werken aan het herstel van die kerk, en opdat zij voor de vele kosten die zij hiervoor al uit eigen middelen hebben gemaakt ook enige vergoeding zouden ontvangen, hebben wij – na raadpleging van onze prelaten en dienaren – alle tienden van nieuw ontgonnen land vanaf Randerzijl (riviertje bij bij Rande, ten noorden van Deventer) stroomafwaarts, binnen de gehele rechtsmacht van Salland, en binnen de grenzen van Vechta bij de parochies Ommen, Heemse en Nijenstede, die sinds de tijd van onze verkiezing zijn ontstaan en bebouwd, en die in onze tijd nog bebouwd en vruchtbaar gemaakt kunnen worden, voor altijd aan hen geschonken. Dit geldt voor alle bossen, venen, moerassen, weiden en alle andere gebieden die binnen de genoemde grenzen liggen.

Deze tienden behoren voortaan toe aan het gebruik van de deken en het kapittel en worden het eigendom van de kerk van Deventer, tot heil van onze ziel en die van onze voorgangers. Van deze nieuwe tienden van de ontgonnen en nog te ontginnen gronden zal een derde deel gaan naar de deken, vanwege zijn geringe inkomsten, terwijl de overige twee delen door de andere kanunniken in gelijke mate worden ontvangen, ten behoeve van het verstrekken van wit brood aan de broeders. Wij bepalen bovendien dat uit de eerder genoemde tienden bij onze jaarlijkse gedachtenis twintig schellingen zullen worden uitgekeerd aan de aanwezige kanunniken, en bij de jaargetijden (gedachtenisdagen) van onze oom en voorganger, heer Otto, gekozen bisschop van Utrecht, vijf schellingen, en bij die van zijn broer, heer Ludovicus, grootproost van Utrecht, eveneens vijf schellingen. En opdat dit vast en blijvend geldig zal blijven, hebben wij dit document bekrachtigd met ons eigen zegel en met de zegels van de kerken van Utrecht. Dit is gebeurd te Deventer in het jaar 1240, op het feest van de Opdracht van de Heilige Maagd Maria (2 februari).

Gedeelte uit het zgn. Charterboek van de hertogen van Gelderland en de graven van Zutphen.

De oorspronkelijke tekst in latijn:
In nomine domini amen. Otto, dei gratia Trajectensis Electus, universis Christi fidelibus praesentibus & futuris in perpetuum notum effe cupimus, quod visa necessitate & tribulationi Decani & Capituli in Daventria, moti passione paterna propter ipsius Ecclesiae miserabile damnum & incendium, personarumque detrimentum, ut id Capitulum liberius ejusdem Ecclesiae reparation: efficacem adhiberet operam & laborem, & pro impensis, quas ad hoc opus multipliciter fecit de suis propriis stipendiis, aliquam saltem fentiret retributionem, de consilio Praelatorum & Ministerialium nostorum contulimus omnes decimas Novalium a Randerziele inferius per omnes terminos & per totam jurisdictionem Sallandia, & in terminis Vechtae per Parochias Ommen, Heymiss, & Nieustede, quae ab electionis nostrae tempore exortae sunt & excultae, temporibusque nostris excoli poterunt & provenire, & deinceps in perpetuum in nemoribus, venis, paludibus, pascuis, & omnibus allis quibuscumque locis, sitis in terminis antedictis, ad usus praedictorum Decani & Capituli, & in proprietatem ipsius Ecclesiae Daventriensis in animae nostrae & nostrorum remedium praedecessorum, ita ut tertia pars ex his novis decimis cultis, & in perpetuum excolendis, cedat ad Decanum propter ipsius redituum tenuitatem, duas vero partes alii Canonici aequali percipiant portione, ad albos panes Fratribus ministrandos. Statuimus etiam, ut de Decima jam dicta in anniversario nostro viginti solidi, & in anniversario Ayunculi & Praedecessoris nostri Domini Ottonis, Electi Trajectensis, quinque Solidi, & Fratris sui Domini Ludowici, Majoris Praepositi Trajectensis, quinque Solidi Canonicis praesentibus exhibeantur. Ut autem haec rata maneant & perpetua vigeant firmitate, praesentem cedulam nostro sigillo communivimus & Ecclesiarum Trajectensium sigillis fecimus communiri. Acta sunt haec Daventriae Anno MCC XL in die purificationis Beatae Maria Virginis.