Op 25 januari 1910, werd de oprichtingsvergadering gehouden van de Coöperatieve Landbouw- en Verbruiksvereeniging Hardenberg en omstreken. Meteen gaven zich 31 aanwezigen op als lid. Het gekozen bestuur, onder voorzitterschap van J. Weitkamp, schreef al op 8 februari een openbare bijeenkomst uit in de zaal van hotel Frijling waar onder grote belangstelling door diverse sprekers het doel en het belang van de te vormen coöperatieve onderneming uit de doeken werd gedaan. De oprichters waren winkelier H.H. Harmsen en de landbouwers W. Parmentier, J. Weitkamp, W. Hutten Lzn., D.J. Bruggeman en A. Reints. De eerste drie uit Stad Hardenberg en de laatste drie uit Baalder.

De vereniging had tot doel: “aan haar leden onvervalschte benoodigdheden van elken aard en van goede hoedanigheden te verschaffen en de algemeene belangen der leden te bevorderen; om dat doel te bereiken drijft de vereeniging voor eigen rekening een handel in alle benoodigdheden waarvan de verkoop wenschelijk wordt geacht.” De statuten van de vereniging werden op 29 april 1910 vastgelegd door notaris Stuart.


Het bedrijfsgebouw van de Coöperatieve Handelsvereniging Hardenberg, ca. 1924. We zien
hier o.a. geheel links de dames Jennigje Langius
en Dina Hemstede voor de etalages van de winkel
staan. De man met de kruiwagen is Hendrik Nijzink
(bijgenaamd ‘Vluttie’), gevolgd door Jan Lubbers en bakker Timmerman. Gerrit Jan Kuijer (links) en Jan Hendrik Langius tonen trots hun ‘stalen ros’.

De coöperatie ging zeer minimalistisch van start. In de woning van de heer Harmsen aan de Gramsbergerweg begon men met een coöperatieve winkel. Achter die woning werd een opslagruimte gemaakt. Het assortiment bestond uit de gewone dagelijkse behoeften: meel, spek, koffie, suiker, zout, tabak, enz. Bij wijze van klantenbinding mocht de heer Harmsen bij grote betalingen door leden hun een sigaar van een cent aanbieden…

Een eigen bakkerij beginnen was aanvankelijk geen haalbare optie. Daarom ging men in zee met een plaatselijke bakker die in opdracht van de coöperatie en tegen een gereduceerde prijs brood zou bakken voor de vereniging. Het idee was aardiger dan de realisatie: de contracten duurden niet lang. Er waren – te vaak – klachten over kwaliteit en levering. Nadat de bakkers Goris, Van der Wal en Van der Haar achtereenvolgens hun producten aan de coöperatie hadden mogen leveren, was de vereniging zo ver om een eigen bakkerij te beginnen. Bovendien hadden de winkelactiviteiten zich zo uitgebreid, dat de ruimte aan de Gramsbergerweg niet meer voldeed. Met veel moeite en eigenlijk tegen een te hoge prijs, omdat niemand aan de Coöperatie wilde verkopen, kon de vereniging grond kopen aan de Stationsstraat, van J.W Schutte en H. Pot. Eind 1913 werden de statuten gewijzigd en veranderde de naam in ‘Coöperatieve Handelsvereeniging’. In diezelfde tijd werd de opdracht voor de bouw van een winkel, annex bakkerij, gegeven. Op 4 maart 1914 trad de heer A. Veldkamp uit Deventer in dienst als bakker. Het pand aan de Gramsbergerweg herkreeg zijn oorspronkelijke bestemming als woonhuis.

De ledenboeren konden hun bestellingen van veevoer en kunstmest opgeven aan de vereniging. Deze zorgde dan voor de aankoop en regelde het transport naar Hardenberg. Genoemde producten werden doorgaans per schip aangevoerd. Een medewerker van de coöperatie moest dan na aankomst van zo’n schip letterlijk de boer op om de mensen te waarschuwen dat de bestelling was gearriveerd. De boeren haalden zelf met paard en wagen op wat ze besteld hadden. Uiteraard moest men ook actief meehelpen met lossen. Kolen werden doorgaans per spoor aangevoerd, maar ook daarvoor gold hetzelfde procedé. Kleine hoeveelheden veevoer en kunstmest kon men betrekken uit de winkel.

In 1924 werd aan de Stationsstraat, naast de coöperatieve winkel, een nieuw pakhuis voor veevoeder gebouwd onder architectuur van de gebroeders G. en W. Wierenga uit Coevorden.