Op 5 mei 1740 behandelde Arnoud Voltelen als Schout van het Schoutambt Hardenberg een bijzondere zaak, namelijk omtrent een gewelddadig incident. De armenjager Willem Willems Magré, die beroepsmatig een dronken vreemdeling begeleidde richting de Zwolse Hessenweg, werd vanaf de herberg De Rustenberg in Heemse door Jan Hendrik Zweers, bijgenaamd de matroos, achtervolgd en op de Bulks-kamp in Heemse neergeslagen met een tuinstok. Meerdere dorpsbewoners verklaarden onder ede dat zij het gejammer van de armenjager hadden gehoord en hem op de grond hadden gezien, terwijl de matroos met de stok op hem insloeg. Sommigen hadden het geweld van nabij waargenomen, anderen hoorden vooral het geschreeuw of zagen de dader kort daarop terugkeren met de stok nog in de hand. Allen benadrukten dat Willem niets had misdaan en slechts zijn werk deed. Het getuigenverhoor werd zorgvuldig vastgelegd in de protocollen van het Schoutambt Hardenberg.
Een armenjager was iemand, voornamelijk in de 18e eeuw, die belast was met het wegjagen van arme mensen en zwervers, om te voorkomen dat zij ten laste van de gemeenschap zouden komen.
Een transcriptie:
Heemse, den 28 maij 1740. Rigter Arnold Voltelen, keurnooten Gerrit Egbertsen en Derk Geertsen. Verhoort de getuigen Derk Creijnost, Albert Albertsen en Hendrik Egbertsen en dannogh Heemse, den 30 maij 1740 verhoort de getuige Fenna Jansen.
Interrogatoria
om daar op uit naeme van de hoogwelgeboren gestrenge heere land-drost van Sallant onder eede na Landregte getuigenisse der waarheid af te vraegen: Derk Creijnost, Albert Albertsen en Hendrik Egbertsen.
- Hoe oud is getuige?
Getuige Derk Creijnost segt op den 1e artikel tusschen de 50 en 60 jaer out te wesen.
Getuige Albert Albertsen segt in sijn 40ste jaar out te wesen.
Getuige Hendrik Egbertsen segt in sijn 49 jaer out te wesen.
Getuige Fenna Jansen segt in haar 51ste jaar out te wesen. - Heeft getuige gesien, dat op donderdag den 5den maij laastleden, Jan Hendrik Matroos of Seers gevolgt heeft de armejager Willem tot Reese wonende, van de herberg de Rustenberg tot op Gerrit Bulks-kamp en deselve aldaar deerlijk heeft geslagen van agteren met een tuinstake, dat aenstonds ter aarden is gevallen, wanneer aen gemelde armejager nogh verscheidene slagen gegeven heeft, sonder dat gemelte armejager hem ijets misdede of wedersloeg, maar besig was een dronken vreemdeling na de Zwolse Hesseweg te geleiden?
Getuige Derk Creijnost segt op den 2e artikel wel gesien te hebben dat de armejager ter aarden lagh en jammerde en riep ‘O heere god’, maar niet heeft gesien dat Jan Hendrik Matroos hem heeft geslagen, en als de arme jager na sijn getuige huis vlugtede en gemelte Jan Hendrik Matroos of Sweers hem daar dreijgde te willen volgen om de armejager daar weer te slaan, hij getuige seijde sulks aldaar niet te sullen toestaan, en is sulks ook doen naegebleven.
Getuige Albert Albertsen segt op den 2e artikel gesien te hebben dat Jan Hendrik Matroos of Sweers de armejager van aghteren op Gerrit Bulks-kamp is gevolght, en heeft niet gesien hij deselve van agteren heeft geslagen, maar wel dat de armejager ter aarden lagh en kreet, en dat hij hem doen nogh eenige slagen heeft gegeven, sijnde de armejager besig geweest een vreemt dronken man na de Swolse hessewegh te geleijden.
Getuige Hendrik Egbertsen segt op den 2e artikel niet gesien te hebben dat Jan Hendrik Matroos de armejager sloeg, als sijnde in de domine Stolte Hof, maar wel aldaar het gekrijt en de slage gehoort te hebben, en dat hem de dominee daarna toe had gesonden om eens daarna te sien, dat hem doen Jan Hendrik matroos of Sweers was tegen gekomen, weer te rugge van de camp gaande, met een stok op sijn schouder.
Getuige Fenna Jansen segt op den 2e atikel gesien te hebben dat Jan Hendrik matroos of Sweers op de gevraegde camp heeft vervolgt en geslagen de armejager Willem, sonder dat sij gesien heeft de armejager hun iets misdede, welke armejager aldaar een vreemt man wegbragt, en dat sij getuige gesien heeft Jan Hendrik matroos of Sweers weer omkomende met een stok of tuinstake waarmede hij het slaan gedaan had. - Wie hier omtrent praesent zijn geweest, en apparentelijk daarvan getuigen sullen kunnen?
Getuige Derk Creijnost segt op den 3e artikel geene te weten.
Getuige Albert Albertsen segt op den 3e artikel Fenna Jansen, hetselve wel gesien heeft, en weet anders geen.
Getuige Hendrik Egbertsen segt op den 3e artikel die niet te weten.
Getuige Fenna Jansen segt op den 3e artikel geen andere te weten als die reets getuigt hebben.
Nae voor afgegaene citatien hiertoe hebben de getuigen voornoemt na duidelijke voorlesinge en afvraginge onder solemnelen eede als na Lantregte op ijeder articul verklaart als daarbij staat gemelt, na dat alvoren van de straffe des maineeds wel waeren gewaarschouwt, voor mij Scholtus en keurnoten hiervoren genoemt. Hebbe dese also geteikt en gesegelt op dato als bovengemelt. Arnold Voltelen, Scholtus.
Geef een reactie